We are the champions

Afgelopen zondag, wat later in de middag, keken de bezoekers van de Nieuwe Kerk in Amsterdam toch wat vreemd op van dat onheilspellende onderaardse gerommel. Na enig onderzoek werd het duidelijk dat Michiel de Ruyter zich in zijn praalgraf had om-gedraaid. Lees verder

Vox populi

 

De democratie bashen gebeurt al zo vaak, op elk moment en in alle toonaarden. Daar is ook niet zoveel voor nodig, alleen altijd wel een democratie. We doen er allemaal aan mee, de een soms wat meer dan de ander. Alleen degenen die niet zijn gaan stemmen, terwijl ze dat wel konden, moeten zwijgen. Lees verder

Het Môkôkêh Syndroom

 

Fietsend langs het Veerse Meer kwam ik afgelopen week tot de conclusie dat psychiatrie en economie alles met elkaar hebben te maken. Je zult je misschien nu afvragen of ik op de fiets niks beters heb te doen, maar zo hard fiets ik nu ook weer niet. Dus tijd zat voor dit soort rare filosofische gedachten. Lees verder

Media overkill

Nou, jongens en meisjes, daar staat ie dan… de spiksplinternieuwe Iraanse president Hassan Rohani!  Achter een batterij van veertig microfoons. Om vervolgens eigenlijk helemaal niets bijzonders te gaan zeggen. Niets in elk geval waar de natie of de wereld nog lang van wakker zal liggen. Lees verder

Privacy… ammehoela!

Vroeger toen de wat op leeftijd zijnde medemens inderdaad nog achter de geraniums zat, was dat heus niet uit verveling. Ondanks dat iedereen dat nu nog steeds denkt. De geraniums stonden in de vensterbank en vanachter deze perfecte camouflage zaten de ouwe snoepers via een strategisch opgehangen spiegeltje,“het spionnetje”, de jonge buurvrouwen te begluren. Lees verder

Just Stop Flying

 

Piloten zijn sowieso al een beetje atypisch volk, maar straaljagerpiloten zijn helemaal van God los. Dat bleek ook weer maar eens toen Dick Berlijn laatst werd gevraagd of die JSF nou wel echt nodig was. Dick keek de interviewer aan met een blik waar ooit nog eens zoutpilaren uit zijn ontstaan. Maar wat wil je? Lees verder

De nachtmerrie genaamd Sharon

Ik hou wel van een beetje variété. Dat was het laatst weer in Nieuwsuur toen Twan Huys mevrouw de Staatssecretaris van Economische Zaken ongezouten op de korrel nam. Niet bepaald een schijtlaars, die Twan. Want Sharon Dijksma is nou niet een vrouw waar je zo maar eventjes omheen loopt. Lees verder

Aux armes, citoyens!

Na jaren van voorspoed, verkregen door de noeste arbeid op de enige echte marinewerf en bekroond met het vooruitzicht op een marinierskazerne waarbij Disney-world nog de vingers af zal kunnen likken, dreigen wij nu over de rand van de gapende afgrond van de malaise te worden geduwd. Lees verder

La belle époque.

“Quelle belle époque!”  kan de Fransman dan enigszins theatraal verzuchten. En dat is het ook. Wij leven in een haast adembenemende episode en ik voel me bevoorrecht om er in elk geval deel van uit te maken en er dus ook iets over te mogen vinden. Dat gevoel overviel mij weer eens toen ik nog wat mentaal zat te freewheelen na de laatste uitzending van Pauw en Witteman, althans van dit seizoen. Eén dame en vijf heren hadden de taak op zich genomen om indachtig het deerniswekkende appèl van ’s lands minst begeerde vrijgezel, een optimistisch signaal de ether in te slingeren. Afgezien van het feit dat wetenschappelijk is bewezen dat er niet zoiets bestaat als ‘de ether’, kwam het theaterstukje ook niet helemaal lekker uit de verf. Wim Daniëls, een begenadigd woordkunstenaar, sprak zoals gebruikelijk wel hele puntige en hilarische teksten. Hij introduceerde een aantal nieuwe woorden, zoals het woord ‘stondpunt’ dat staat voor een ooit vroeger ingenomen standpunt. Oude ‘stondpunten’ en de nieuwe standpunten kunnen mijlenver uit elkaar liggen. In de politiek is dat heel gebruikelijk en sommige zuurpruimen noemen dat ‘kiezersbedrog’. Frans Timmermans, die nog zichtbaar de pest in had dat de avond ervoor collega Jeroen Dijsselbloem met de prijs voor best Engelssprekende Nederlander aan de haal was gegaan, raakte danig van de leg toen het heikele Syrische probleem werd aange-sneden. Het lukte ons Frans toch ook niet om over de wereldpolitiek noch van het Europese front nog veel positiefs te melden; daar gaat het eigenlijk net rot mee als met zijn kluppie Roda JC. Behalve dat er nog net geen derde wereldoorlog was uitgebroken en dat een federatief Europa misschien weleens een illusie zou blijken te zijn, wist Franske verder niets zinnigs te verzinnen. Gerrit Zalm, voormalig verkoper van woekerpolissen, raakte hopeloos in de knoei toen hij de verbeterde kapitaalratio van de banken probeerde op te hemelen… tien, elf, misschien wel twaalf procent, meneertje! Dat ‘onze’ bank voor de kredietverlening minstens het dubbele maar veel vaker het driedubbele percentage van haar klanten eist, zei Gerrit de Schateraar er vanzelfsprekend niet bij. Daar duidde de enige dame aan tafel, NRC econoom Marike Stellinga, in niet mis te verstane bewoordingen echter wel op en zij liet daarop de heren der schepping in haar ongetwijfeld niet geringe slipstream enigszins bedremmeld achter. Mevrouw Stellinga denderde daarop nog even door. Over de invoering van de euro was zij destijds toch wel een beetje te optimistisch geweest, de Nederlandse bankensector moet dringend en drastisch worden gerenoveerd en het duurt zeker nog vijf tot tien jaar tot de economie er weer een beetje bovenop is… “hello, now we are talking!” Het schuim van het bier sloeg nog verder dood toen Marike even simpel als vilein uitlegde dat zodra het economisch wat minder gaat, de modale burger instinctief eerst zijn eigen zuurverdiende kroonjuwelen in veiligheid probeert te brengen. Het eigen huis, het spaargeld en het pensioen worden angstvallig gekoesterd, het uitgavenpatroon een paar flinke tanden teruggedraaid en daardoor flikkert de hele economie in elkaar, makkelijk zat! De logische keerzijde van ons puur op overconsumptie gebaseerde systeem. Zelden zo’n beknopte en aansprekende analyse van onze alom veronderstelde malaise gehoord; een proefabonnement op de NRC zit eraan te komen. Met nog een paar kwinkslagen van Wim Daniëls konden Jeroen en Paul de stekker eruit trekken en op zomerreces gaan. De opzet van de optimistische oppepper ging uit als de spreekwoordelijke nachtkaars. Weinig tekenen wijzen erop dat het CPB binnenkort wordt verslagen. Er gloort alleen nog wat hoop uit wat Mark Twain ooit beweerde, namelijk dat er drie soorten vergissingen zijn… leugens, verdomde leugens en statistieken. Maar welke dromer gaat er dan nu nog vanuit dat straks alles weer ‘gewoon’ wordt? Met banen voor onze kinderen en kleinkinderen die naadloos aansluiten bij hun opleidingen? Met huizen die weer als warme broodjes over de toonbank vliegen voor prijzen die elk jaar verder omhoog schieten? Met een zorg die op respect en compassie is gebaseerd en niet op marktwerking en fraude? Met voor alles meer dan er was en nooit meer iets minder? Mijn emotie laat het u helpen hopen, maar mijn ratio spreekt heel andere taal. Om het zuurgehalte van deze oprisping niet te hoog op te laten lopen, zal ik mij maar niet te buiten gaan om een opsomming proberen te geven van alle mogelijke rampscenario’s welke ons wellicht in de toekomst nog staan te wachten. Mevrouw Stellinga heeft mij in elk geval, bij een goed glas wijn, wel laten mijmeren dat er in elk geval wel een toekomst in het verschiet ligt die wel eens heel anders zou kunnen zijn dan we ons ooit echt hebben voorgesteld. We hàdden het ons ook wel voor kunnen stellen, maar de meesten keken er liever van weg. De populair wetenschappelijke versie van de wet van de zwaartekracht, ‘what goes up, must come down’, stond niet op een tegeltje boven ieders pissoir. Ik houd mij er verre van om te oreren of deze toekomst beter of slechter zal zijn dan alles wat wij tot nu toe hebben beleefd. Al was het alleen al dat ‘beter’ en ‘slechter’ zeer relatieve begrippen zijn. Het zal wel heel verschillend kunnen worden, dat moet voorlopig maar volstaan. De expertise van Wim Daniëls zal hierbij nog hard nodig zijn om een deel van onze woordenschat en ingesleten begripsafbakeningen opnieuw te herijken. Inhoudelijk zullen we toch nog eens goed moeten gaan nadenken over de woorden zoals wij, zij, ons, meer, minder, rechten, plichten, moraal, moreel, rijk, welvaart, welzijn, geluk, ongeluk, pech, delen, geven, nemen, respect, compassie, ouderen, jongeren, wit, zwart, gekleurd, kansen, bedreigingen, etc. Het fascinerende van deze tijd is dat wij dit alles in Nederland vanuit een bijzonder comfortabele situatie kunnen doen. Geen honger, geen oorlog, geen armoede en ook geen gebrek, hoogstens een beetje crisis. Une belle époque en het leven bestaat nu eenmaal uit episoden. Een Zeeuw weet toch als geen ander dat het natuurlijk nooit altijd hoogwater blijft. Als het tij verloopt, moeten de bakens verzet worden. Anders lopen we vast en komen we droog te staan.

www.pdf24.org    Send article as PDF   

Playa de Nada

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het valt niet meer precies te recapituleren, maar op zeker moment heeft zich die kortsluiting gemanifesteerd. Op het stadhuis van Vlissingen, in de gemeenteraad van deze goede stad. Ja… nou en? Het is pas echt groot nieuws als er daar geen kortsluitingen meer plaatsvinden! Het fatale moment zal zich waarschijnlijk hebben voorgedaan tijdens een vierweekse studiereis van de Vlissingse gemeenteraad naar de stranden van Acapulco en de Copacabana van Rio. Toen is dat visioen ontstaan dat het Vlissingse badstrand zich zou moeten kunnen meten met alle andere mondaine stranden van deze wereld. Okay, de stranden van de Copacabana zijn dan misschien acht kilometer lang en het benepen badstrandje maar krap vierhonderd meter, so what? Dat die Brazilianen het hele jaar op dat strand liggen te bakken en er op het badstrand tien maanden van het jaar alleen maar een paar dik aangeklede koukleumende baasjes de hond uitlaten, kon de pret al evenmin drukken. David Haselhoff werd gebeld om het zaakje op poten te zetten, maar die had het te druk met Pamela Anderson een paar trucjes te leren, waar later zelfs Hans Klok aanvankelijk geen ene moer van snapte. In de heer Albert Dijkstra vond de gemeenteraad echter een meer dan gelijkwaardige vervanger. Ook Albert begint namelijk direct op al zijn bougies te vonken zodra er een camera of een microfoon in de buurt komt. Daarbij zwemt Albert als een zeehond en beschikt over alle benodigde diploma’s. Dat Albert, zeker toch voor een ambtenaar, niet van gisteren was, bleek wel toen hij het met de collegae van de Rijkswaterstaat op een akkoordje gooide om het strandje eerst eens flink op te spuiten, precies… met zánd! Zonder zand heb je geen strand en om nou met de bipsjes op de keien te gaan zitten, paste niet zo in de megalomane doelstellingen van Albert & co. En Albert zei dus, “Er zij zand…!” en d’r was zand. Daarna kon Albert met zijn kornuiten aan de slag en het moet gezegd worden dat sinds die fameuze zes dagen van Genesis er zich nergens op de wereld nog zo’n ingrijpende metamorfose heeft voorgedaan. Vlaggen, wimpels, vlonders, rubberboten met straalaandrijving, gierende waterscooters, een dure SUV om mee over het strand te raggen en wat materiaalwagens om de hele handel heen en weer te zeulen. Een stel jolige baywatchers werd in de kleren gestoken en ook alle meiden kregen een fluitje. De bedoeling was dat daar op werd gefloten zodra er een groot schip aankwam dat wel eens krachtdadig de zwemmende badgasten pardoes de vaargeul in kon zuigen om ze vervolgens slordig opgevouwen tussen de paalhoofden te deponeren. De Griekse slimmerd Archimedes kon dat een paar honderd jaar voor Christus al precies uitleggen waarom dat gebeurde, maar de brigade van Albert snapte het nog niet zo best. Want de jongelui floten of helemaal niet, of te vroeg en anders weer veel te laat. Kortom, op de balkons van de appartementen op de boulevard werden voortdurend weddenschappen afgesloten zodra er een flink schip de bocht om kwam, hoeveel gebutste en gedeukte badgasten deze passage weer zou kunnen opleveren. Albert telde ook zijn knopen en deed vervolgens iets dat volkomen stereotiep is voor de alom heersende ambtelijke mores… het paard effectief achter de wagen spannen. In plaats van zijn brigadiers nou eindelijk eens goed te instrueren om harder te fluiten, gele of desnoods rode kaarten uit te delen aan hardleerse zwemmers, kreeg chief Albert het voor elkaar om de passerende scheepvaart een stringente snelheidsbeperking op te leggen. De wet van Dijkstra werd op 13 juli 2010 in de Staatscourant gepubliceerd en is nota bene het hele jaar van kracht… aan allen die deze zullen zien of horen lezen… salúút! Zelfs als op een gure ijskoude winterdag het strand kaal en verlaten is, mogen de passerende schepen het gaspedaal niet meer indrukken. De eerste boetes zijn al aan loodsen en kapiteins uitgedeeld en die logen er niet om. Het strookt overigens volledig met de ambities en de ideeën van de Vlissingse gemeenteraad dat het gemeentelijke strandseizoen, net als in de snikhete tropen, loopt van januari tot en met december. De traditionele Nieuwjaarsduik schijnt als het referentiepunt te zijn genomen. Dat wordt in Vlissingen, net als in Rio de Janeiro, steevast als de feestelijke opening van het badseizoen beschouwd. Daartoe werd op de Nollepier voor de reddingsbrigade een weersbestendig, vorstvrij, luxe hoofdkwartier gebouwd, inclusief een chique uitkijktoren waarop de collegae van Malibu en Saint-Tropez stinkend jaloers zullen zijn. De eerste maanden van het nieuwe jaar worden besteed aan het strooien en ijsvrij houden van de playa. Maar altijd begin april worden, desnoods tussen de laatste sneeuwresten, de gebruikelijke vierenzestig vuilnisbakken het zand in geramd… voor elke badgast één. Elke morgen, ook al heeft Gerrit Hiemstra heel Nederland gewaarschuwd voor aanhoudende slagregens, snerpende kou, windhozen en andere meteorologische onheilen, verschijnt er een ingehuurde tractor op het strand om urenlang nauwgezet al het aangespoelde zeewier en drijfplastic bij elkaar te husselen en op te vegen. De Vlissingse reddingsbrigade is vanaf dat moment in de hoogste staat van paraatheid, code rood. Ook op al die druilerige dagen dat er geen levende ziel op het strand te bekennen is, laat staan een badgast. Ach heus, ik kan ook voor de reddingsbrigade om diverse redenen het zonnetje graag en veel in het water zien schijnen. Dan schijnt ie namelijk voor ons allemaal. De jongelui zijn op die paar drukke stranddagen per jaar beslist niet overbodig en doen dan ongetwijfeld  de goede dingen. Ook op een klein strand maar met veel gevaarlijke golven en stromingen moet er een goed toezicht zijn. Al was het ook alleen maar om de laatste staanplaatsen aan te wijzen als het op echt warme zondagen ’s middags om drie uur hoogwater wordt… Op alle andere dagen wordt de drukdoenerigheid van de koene baywatchers besmuikt gniffelend en wat meewarig hoofdschuddend aangezien. Ware het niet dat deze overkill aan gemeentelijke uitgaven om van een onbeduidend vlooienstrandje toch nog iets proberen te maken, waarschijnlijk weer ten koste van andere broodnodige gemeenschapszaken gaat. En die zaken worden dan wel zonder pardon teruggefloten.

PDF24 Creator    Send article as PDF   

Ringing the bell

Afbeeldingsresultaat voor klokkenluider

Ad Bos, Fred Spijkers, Julian Assange, Bradley Manning, Edward Snowden. Een rijtje bekende klokkenluiders waarmee het slecht afliep of af dreigt te lopen. Die lijst is nog veel langer want het luiden van een klok is een riskante onderneming. Het is een vrij recent verschijnsel en de maatschappij heeft het er maar moeilijk mee. ‘There is not such thing as society’, sprak ooit wijlen Margaret Thatcher en dat blijkt ook duidelijk zodra ergens de klok wordt geluid. In plaats dat degene die uiteindelijk uit de kast komt en iets aan de schandpaal nagelt, onder luide toejuichingen op het schild wordt gehesen, begint er een meedogenloze jacht. Want behalve dat hij of zij de omertá hebben gebroken, wordt er direct naarstig gezocht waarop de klokkenluider juridisch kan worden gepakt. Om idealist te zijn tegenwoordig moet je wel de wet overtreden, anders lukt het niet. Je kunt in onze veelbezongen democratie niet zomaar de waarheid verkondigen, dat is juridisch verrekte goed dichtgetimmerd. Dan wordt er altijd minstens wel een geheimhoudingsclausule geschonden, een beroepseed gebroken, onveilige seks bedreven of verandert er een USB stickje illegaal van eigenaar. De benadeelde partij schreeuwt alleen daarover moord en brand en verzint een paar smoezelige termen over staatsveiligheid om hun eigen wandaden in de doofpot te frommelen. Assange, Manning en Snowden hebben bij herhaling klip en klaar aangetoond dat de Amerikaanse regering ernstige oorlogsmisdaden heeft gepleegd en op uitgebreide schaal de eigen grondwet heeft verkracht. Maar specifiek de begane overtredingen van klokkenluiders om dit in de publiciteit te kunnen gooien, worden door de benadeelde partijen en door de media onder een vergrootglas gelegd. Er wordt steeds een bedenkelijk imago geschetst rond het klokkenluiderverschijnsel. Als een soort publicitaire overloper, die nadat hij zijn ding heeft gedaan verder aan de goden is overgeleverd. Een klokkenluider zou trouwens toch ook vooraf moeten weten wat hem te wachten staat… ‘if you cannot stand the heat, stay out of the kitchen’. De rol van de media in en rond het fenomeen klokkenluider is opmerkelijk en roept veel vragen op. Er hangt een zweem van journalistieke selectiviteit om heen. De Telegraaf stond in 2006 op zijn achterste poten en kopte met chocoladeletters dat hun journalisten Mos en De Haas door justitie waren gegijzeld wegens het geheimhouden van hun bronnen. De verslaggevers zaten slechts een paar dagen vast, maar werden na vrijlating als ware helden onthaald. Toen in 2009 twee Franse televisiereporters in Afghanistan door de Taliban werden ontvoerd, toonden de collegae thuis een opmerkelijke vasthoudendheid in solidariteit. Elke donderdag werd in het acht uur journaal op TV 1 en 2 vermeld hoeveel dagen precies Stéphane Teponier en Hervé Ghesquière gevangen zaten en werden zij en hun familie bon courage toegewenst. De gijzeling duurde anderhalf jaar, maar het feit dat zij steevast wekelijks expliciet en plein publique werden bemoedigd, was hartverwarmend. Klokkenluiders brengen, net als journalisten zo vaak doen, misstanden aan het daglicht die door overheden of grote machtige bedrijven worden begaan. Niet om er zelf steenrijk van te worden, maar uit idealisme, onvrede, woede of een combinatie hiervan. Dankzij de klokkenluiders werden schrijnende gevallen van fraude, misstanden, corruptie, oorlogsmisdaden en flagrante schendingen van de privacy aan de kaak gesteld. Op een wijze die heel wat meer impact heeft dan het onbenullige gezelschapspelletje fact checking dat zich tijdens de verkiezingstijd in een olijke sfeer tussen de journalistiek en de politiek afspeelt. Vette koppen in de kranten en knallende openingen van televisiejournaals op het moment dat er weer een golf van wandaden door een klokkenluider wordt geopenbaard. Maar zodra de storm weer wat geluwd is en de klokkenluider in zijn lurven is gegrepen, wordt het ineens een stuk stiller in de media. Ad Bos is geruïneerd, Fred Spijkers zijn leven kapot gemaakt, Julian Assange verstopt zich in de ambassade van Equador in London, Bradley Manning wordt berecht en zal een oud mannetje zijn als hij ooit nog uit het bootcamp komt en Edward Snowden is op de vlucht. De media doen daar braaf verslag van en daar blijft het eigenlijk bij. Behalve dat de media als parasieten meeliften met de door klokkenluiders geopenbaarde feiten, zouden de media mogelijkheden te over hebben om een publicitair beschermingskordon rond de klokkenluider op te kunnen trekken. Dat dit niet gebeurd en dat de klokkenluider vanaf het moment dat hij begint te luiden, als een vogelvrije wordt opgejaagd, is bepaald vreemd… een beetje eng zelfs. Alleen in Equador en op IJsland mag de arme sukkelaar nog sympathie verwachten. De rest van al die andere heldhaftige naties beroept zich schijnheilig op de uitleveringsverdragen welke zij nu eenmaal met super power en schurkenstaat USA hebben. Maar voor zijn bloedbloeders, het journaille, is de klokkenluider op een enkele uitzondering na, nog slechts een topic. Die media staan toch altijd zo pal als de verkondigers van de waarheid en vechten zich normaliter de broek van de kont om de freedom of speech vrij baan te geven? Waren Bob Woodward en Carl Bernstein echt de laatsten? Alleen een doorgewinterde terpentijn zeikerd zou in een moment van manische depressiviteit kunnen verzinnen dat de macht en de media voortdurend een doorzichtig spelletje korfbal spelen… Jan dekt Mien! Of zou het dan toch waar zijn en ben ik gewoon een domme naïeve pensionado? Onder de inzenders van de meest originele reacties op die laatste vraag, wordt een geheel verzorgde, jarenlange excursie naar Guantanamo Bay verloot…

PDF Printer    Send article as PDF   

De Zeeuw van de eeuw.

 Afbeeldingsresultaat voor gery de cloedt

Het gebeurt niet zo vaak dat ik een artikel uit de PZC de moeite waard vindt om het te bewaren. Maar deze keer wel. Het profiel van de hoofdpersoon pakte mij meteen bij de strot; het kwam als het ware van het papier afgesprongen. Ook al lijkt de politieke pap allang gestort en dreigt de man een soort Don Quichot-achtige allure te krijgen, heb ik zelden een verliezer op zo’n grootse wijze winnaar zien zijn. De enige met ballen in het godganse dossier. Ook al omdat hij gewoon durft te benoemen, waar het uiteindelijk allemaal om draait. Dat hij het belangrijk vindt om dat te duiden, veel belangrijker of dat het straks zijn eigen positie nog eens zal kunnen schaden. Want het had toch ook helemaal niets met milieu te maken, het was politiek en dus ging het om de macht om een dwaas decreet aan een tegenstribbelend zootje provincialen op te dringen. Tjongejonge, wat stribbelden we tegen! We schreven onze vingers blauw aan ingezonden stukken naar een krant die toch, naarmate het dossier aangroeide, een kans voor open doel miste om zich significant als dé krant voor en van de Zeeuwen neer te zetten. Maar veel indringender durfden we niet op de deuren te bonken van de gevestigde machten. Het Haagse centraal comité had in het zoveelste exposé van Machiavellistisch handelen, doodleuk een mevrouw als CvdK in Zeeland naar voren geschoven die zonder enige twijfel van de best gecoiffeurde Januskop was voorzien. Deze Brabantse dansmarieke had destijds als minister persoonlijk haar handtekening gezet onder het verdrag dat alle ellende veroorzaakte. Van onbesproken politiek gedrag kon zij dus bepaald niet worden beschuldigd en daarbij bleek zij ook nog eens het kussen te delen met een echtgenoot die een aantal “eervolle” vermeldingen scoorde in het standaardwerk over de nationale bouwfraude, “De Bouwbeerput”. Wat dommig lieten wij, de introverte Zeeuwen, ons leiden door deze hoogblonde babbelaar die, naar men zei, zulke uitstekende Haagse contacten had… Alsof dat dan een kwaliteit zou moeten zijn. Zeeland en de Zeeuwen hebben altijd een reputatie gehad waarin de strijd in, tegen en met het water in de delta een grote rol speelde. In die strijd hebben we door de eeuwen veel gewonnen en ook het nodige verloren. Want wij hadden de natuur maar gewoon te respecteren toen we Saeftinghe, Reimerswaal en Valkenisse noodgedwongen op moesten geven. Dat zijn nog maar drie lokaties van de in totaal honderdzeventien dorpen welke de laatste eeuwen onder water zijn verdwenen. Respect voor de natuur was er ook toen Zeeland grootmoedig in ruil voor de verhoogde veiligheid van het Deltaplan op vele plaatsen achter de dijken ingepolderd gebied weer aan de natuur terug gaf. Goed rentmeesterschap is inherent aan een open oog te blijven houden voor wat in de toekomst het beste is voor het land en diegenen die na ons komen. Een volslagen absurd, doorgeslagen, uitsluitend voor politiek gekonkel geschikt zijnde en uit de Brusselse koker komend plan Natura 2000, is dat in elk geval niet. Maar de wet van Murphy nekte ons Zeeuwen toen de provinciale groenen met de teksten van dat absurde Natura 2000 in de hand, op hypocriete wijze een liaison aangingen met de almachtige Antwerpse havenlobby. Dit riekte naar een bedenkelijk gevalletje van milieuprostitutie. De Antwerpse haventycoons en de Zeeuwse groenen hadden volstrekt tegengestelde belangen, maar aten beiden gulzig van twee walletjes aan de hand van de Scheldeverdragen en Natura 2000. De oneerlijkheid, de stuitende subjectiviteit, de hypocrisie en de heimelijke kabel met Brussel werden zonder enige rekenschap af te leggen aan de rechtmatige eigenaar van de polder en de valide Zeeuwse sentimenten, schaamteloos in de strijd geworpen. Hier waren de puriteinse en calvinistische Zeeuwen niet tegenop gewassen. De emotionele Zeeuwse oproepen over de tradities van een volk, over de groene waarde van goede landbouwgrond en zelfs over het legale eigendomsrecht van de polder, werden voortdurend overstemd door het gejoel van said-to-be vogelliefhebbers en hongerige containerbehandelaars. Na wat dreigementen uit Vlaanderen en de conceptie van een blauw/rood rampenkabinet werd de knoop eind 2012 definitief doorgehakt. De goede groene landbouwgrond van een prachtige polder wordt opgeofferd in een schijnheilig en achterbaks spel van politiek, havenbelangen en dubbelhartige milieugroepen. De Zeeuwse bestuurderen leggen het moede hoofd in de schoot en zelfs de Partij voor Zeeland stuurt de kat. Het ganse Abdijplein is daarmee collectief gezakt voor het examen “rentmeesterschap.”  Vanaf dit moment kan de fiere Zeeuwse wapenspreuk als een historische leugen in het rariteitenkabinet worden opgeborgen. Er is er maar één man die zich niet heeft laten knechten en bereid is te blijven vechten tegen deze zinloze zaak. Die zijn persoonlijke en zakelijke belangen op het spel durft te zetten door een mening te blijven verkondigen op een wijze die ooit model had kunnen staan voor Zeeuwse rechtschapenheid, vastberadenheid en gezond boerenverstand. Zijn motieven zijn transparant en daarom lijkt zijn positie wankel. Hij zal wellicht ooit nog een hoge prijs moeten betalen voor zijn standvastigheid. Ik heb met schaamrood op mijn Zeeuwse kaken het artikel in de krant van 8 juni gelezen. Wij, Zeeuwse sukkels, betalen braaf de bizarre subsidies om het milieufundamentalisme van een minuscule minderheid draaiende te houden. De eigenaar van de polder draait echter voor zijn eigen proceskosten op. Nondejú… voor mij is deze man de Zeeuw van de eeuw, een grote meneer! Ook al is hij dan een volbloed Belg uit de buurt van Brussel. Chapeau… meneer Gery de Cloedt!

PDF24    Send article as PDF   

Mamma mia!

In de jaren negentig moest ik voor ons bedrijf in Vlissingen-Oost een paar peperdure havenkranen aanschaffen.De aandeelhouders gaven na veel zuchten groen licht en de kassa werd vol gestort. De markt voor dat soort vehikels was eigenlijk maar beperkt, er waren niet meer dan drie bedrijven die dit soort hardware konden leveren. Een Duits bedrijf beschouwde zich als de absolute marktleider en het is toch algemeen bekend dat Duitsers zich dan niet bepaald van hun beste kant laten zien. Hun kranen waren echter robuust en onverwoestbaar. De Duitsers werden op de hielen gezeten door een Oostenrijkse club die ooit was begonnen als fabrikant van koelkasten en staafmixers. Maar sinds een aantal jaren werden er in een gloednieuwe fabriek, gelegen in een dal omgeven door wit besneeuwde Alpen, ook vernuftige state-of-the art havenkranen gebouwd. Dat er in heel Oostenrijk verder nergens een haven te bekennen was, leek alleen al een vingerwijzing te zijn dat die mannen als hun motto “No guts, no glory ” hadden gekozen. Als een gevaarlijke outsider was er nog een Italiaanse vereniging op de markt. Die bouwden havenkranen die net zo snel waren als de knalrode Ferrari’s die een paar kilometer verderop werden geproduceerd. Voor het oogstrelende design van de carosserie hadden ze zich blijkbaar verzekerd van de diensten van de wereldberoemde ontwerper Sergio Pininfarina en de machines waren in hele kekke kleuren geschilderd. In het offertestadium waren de Italianen veruit het goedkoopst en door hun aanstekelijk enthousiasme stalen zij meteen onze harten. We hadden het ook wel een beetje gehad met die hakkenklakkende Duitse verkopers en om steeds ergens in het Ruhrgebied zuurkool zitten te schransen, begon ook te vervelen. De Oostenrijkers bouwden indrukwekkende kranen maar hun presentatie was tranen trekkend. Haast bedremmeld stonden zij naast hun product alsof het om een toevalstreffer ging dat hun kraan zo goed gelukt was. Hardop lachen was daar trouwens ook niet toegestaan, in verband met lawinegevaar. Dus pakten wij een vliegtuig en vlogen naar Milaan. Aldaar aangekomen werden wij ingepakt door een stel lawaaiige Italiaanse verkopers in Armani pakken en met Rayban zonnebrillen, die ons met een noodgang door een rommelige fabriek loodsten waar eigenlijk niets bijzonders was te zien. Daarna was het hoog tijd voor een copieuze lunch, die werd geserveerd door een paar jongere zussen van Sophia Loren en Gina Lollobrigida. De Italianen hadden het over alles waar een Italiaan het nu eenmaal altijd graag over heeft…  voetbal en sex. Bij het dessert werden met het nodige aplomb alle kwaliteiten van hun troetelkraan theatraal beschreven. Later die avond namen we met hele Italiaanse delegatie het vliegtuig naar Palermo om daar een paar van hun kranen in hun natuurlijke habitat te bekijken. De bar van het veelsterren hotel draaide die avond een recordomzet. De volgende dag werden er twee kranen in de haven van Palermo bewonderd. Omdat ik alleen maar over de kassa ging, had ik mij laten vergezellen door onze techneut en een van onze beste kraanmachinisten. Die kropen overal op, in en over en vervolgens werden de monsters gestart om er een paar rondjes mee te draaien en een containertje op te lichten. Zelf vond ik het wel chique dingen, leuke kleurtjes en ze ronkten als opgevoerde Maserati’s. De techneut had het echter al heel vlug gezien… ‘Je reinste houtje touwtje kraan!‘ De kraanmachinist had ook een heldere diagnose… ‘Een Mickey Mouse ding, lekker laten staan!’ We lieten ons daarom nog maar een keer uitgebreid trakteren op een weergaloze lunch van allerlei exotische Siciliaanse vissoorten en daarna brachten de nog steeds enthousiast kwetterende Italiaanse salesmanagers ons weer naar het vliegveld. Wel lieten ze ons nog veelbetekenend langs de snelweg de bomkrater zien waar kort daarvoor rechter Giovanni Falcone door de maffia was opgeblazen… “You think about that!”  Wij hoefden er anders niet zo lang over na te denken. Het werden dus geen Italiaanse havenkranen en die later gekochte Oostenrijkse kranen staan er vandaag de dag nog steeds en lopen als een koekoeksklok. Onweerstaanbaar moest ik aan deze soap denken toen het drama met de Fyra-treinen zich begon af te spelen. Daar waar een paar knoestige Zeeuwen van een bescheiden MKB havenbedrijf maar een half uurtje voor nodig hadden, heeft het crème de la crème van de Nederlandse Spoorwegen zich jarenlang door die Italiaanse gladjanussen grandioos in het pak laten naaien. Nu is de president-directeur Meerstadt vanzelfsprekend de sjaak, al probeert hij dit schijnheilig te omzeilen door doodleuk aan te kondigen dat hij vertrekt… omdat hij aan een nieuwe uitdaging toe is. Hij wordt opgevolgd door een zeer deskundige directeur van een bloemenveiling. Die Fyratreinen zijn echter beslist niet alleen bekeken, getest, op waarde beoordeeld en aanbevolen door die Bert Meerstadt persoonlijk. Meneertje Meerstadt is alleen, à raison van zeven ton per jaar, ingehuurd om namens de zestien miljoen aandeelhouders, wûdder dus, in de gaten te houden dat er niet teveel belastinggeld in de diepe zakken van dure Italiaanse maatpakken verdwijnt. Daarin heeft de goede man hopeloos gefaald, evenals in het aansturen van zijn omvangrijke managementteam. De parlementaire enquête commissie zal hem ongetwijfeld nog een doelloze schop na geven. Maar alleen de topman bashen volstaat natuurlijk niet. Er is daar bij de N.S een onvervalste pandemie van wanprestatie uitgebroken. Een mens krijgt gewoon koude rillingen van de wetenschap dat ook een complete divisie aan Nederlandse ingenieurs, werktuigbouwkundigen, projectmanagers, consultants, certificeerders, allemaal van hoog academisch niveau met bijbehorende topsalarissen, dit gewoon heeft laten gebeuren. Hebben die ooit wel eens goed naar die treinen gekeken, of alleen maar in de menukaarten van de sterrenrestaurants rond de fabriek van AnsaldoBreda? Deze levensgevaarlijke scharrelaars blijven gewoon in dat Utrechtse hoofdkantoor zitten en gaan monter en onverdroten aan de slag om het zoveelste Nederlandse infrastructurele rampscenario in scene te zetten. Binnenkort verschijnen de eerste aangepaste schadeverzekeringspolissen op de markt, waarbij geen cent meer wordt uitgekeerd bij molest, onafwendbare natuurrampen of indien de verzekeringnemer zo stom is geweest om de trein naar Brussel te pakken. Verwacht ook niet teveel van die enquêteshow; allemaal puur puberaal politiek palaver en we zijn toch sowieso de centjes kwijt. De lijken zullen pas echt goed uit de kast donderen als de Italiaanse treinenknutselaars een boekje open gaan doen. Dat kon nog wel eens een bomkratertje op gaan leveren… you think about that!

PDF Converter    Send article as PDF