Gisse Gerrit in Nigeria

Het was altijd een buitengewoon genoegen om met een schip in de haven van Warri aan te komen..! Warri ligt diep in de bush van de Nigeriaanse Nigerdelta. Van een haven was eigenlijk nog geen sprake. De mannen van Volker Stevin waren druk bezig om daar een havencomplex aan te leggen en wij voerden daar de materialen voor aan. Deze reis had ik een nieuwe eerste stuurman aan boord die zijn debuut maakte in ‘the Promised Land of Nigeria’. Hij heette Gerrit en was Scheveninger. Op zich niets mis mee, uit Scheveningen komen erg veel brave lieden. Alleen deze Gerrit was ‘un bitje trêêg’.                                                                                                                             We waren op de rivier afgemeerd achter twee ankers en het achterschip met trossen op een Nigeriaanse dukdalf. Zodoende konden de trossen op het voorschip weer terug in het kabelgat. In Nigeria moest je nooit geen losse inventaris aan dek laten slingeren. Stuurman Gerrit kreeg opdracht om de trossen meteen te laten weghalen. Gerrit zei ‘ja’, maar bedoelde blijkbaar ‘nee’. Toen aan het begin van de pikdonkere avond de trossen nog steeds op het voorschip lagen, werd Gerrit nògmaals een keer krachtig tegen zijn vestje gespogen… Gerrit ging het regelen!                                                                         Een paar uur later begon de wachtsman luidkeels te krijsen en toen ik boven op de brug kwam, zag ik nog net het laatste oog van een van onze trossen overboord floepen. ‘Gossie!’ zei Gerrit die ook op het lawaai af was gekomen…‘Klootzak!’ complimenteerde ik hem.

De volgende morgen kwam er een patrouilleboot van de Nigeriaanse politie langszij en een als vice-admiraal vermomde agent wenste de gezagvoerder te spreken. Die Nige-riaanse Baantjer vroeg of het klopte dat er de voorgaande avond bij ons een tros was gejat. Hij kon melden dat de wakkere Nigeriaanse Hermandad erin geslaagd was om de dieven op heterdaad te betrappen. Of ik maar eventjes mee wilde gaan naar het hoofd-kwartier iets stroomafwaarts langs de rivier, om het corpus delicti te identificeren. Op de Policejetty zag ik onze oranje polypropyleen tros al van verre liggen. Toen ik beaamde dattie van ons was, werd ik verzocht om dit verder maar met de commissaris te be-spreken.                                                                                                                        Aan die commissaris was alles zowel groot als pikzwart. Zijn uniform, zijn postuur en vooral zijn massieve vierkante kale tronie. Daarmee zat hij me vanachter zijn burootje luguber aan te staren, terwijl hij ondertussen een sinaasappeltje zat te pellen…         ‘You like one piece, captain?’ gromde hij zo dreigend dat ik maar snel een partje accep-teerde. Terwijl we saampjes de sinaasappel verorberden, begon de Chief Constable breedsprakig uit te leggen hoeveel moeite zijn smerissen hadden moeten doen om onze tros te confisqueren. Daarvoor bedankte ik hem vanuit de grond van mijn hart en vroeg of ik de tros nu met onze motorsloep eventjes op kon laten halen… Met een levensbedreigende blik zoals Sonny Liston destijds Mohammed Ali probeerde te impo-neren, informeerde de Chief onheilspellend…   ’Your first time in Nigeria, captain?’  

Toen viel bij mij het kwartje en kon ik gaan onderhandelen om mijn eigen tros terug te kopen. De Chief begon ijskoud met vijfduizend dollar. Ik verslikte me in een sinaas-appelpartje en zei hiklachend dat het al een verdomd oud trosje was. Eigenlijk waren we dolblij dat we het rotding kwijt waren… Daarop verlaagde de Chief heel coulant het bod tot duizend dollar, maar daar ging dan ècht geen dollarcent meer van af!                   Hem verontschuldigend toegrijnzend, vroeg ik de Chief of ik sefkens naar de scheeps-agent mocht bellen. Afspraken maken om Nigeriaanse autoriteiten om te kopen, was nooit zó erg verstandig. Het agentschap had daarvoor een speciale Nigeriaanse ‘fixer’ in dienst die dit soort delicate klusjes afhandelde. Ik bedankte de Chief Constable uitvoerig voor alle buitensporige service, voor de sinaasappel en dat ik erop vertrouwde dat hij me niet zou teleurstellen. Vrijwel zeker was die tros gejat door een paar hand-langers van de Chief Constable. Hij had ongetwijfeld een erg groot gezin en dat moest tenslotte ook leven! De klassieke Nigeriaanse combinatie van misdaad en handhaving!   Later die dag konden we de tros ophalen. Toen stuurman Gerrit het ding weer aan dek had laten hijsen, vroeg ie superintelligent of hij ‘m misschien toch maar beter direct in het kabelgat moest laten opschieten… ‘Verdulleme Gerrit… wàt een briljant idee!’