Geen beeldenstorm in Yerseke, asjeblieft!

Het is natuurlijk weer over komen waaien uit Amerika. Uit de Nieuwe Wereld à la Trump komt de laatste tijd, behalve orkaanrestanten, ook veel andere narigheid vandaan. Daar werd ineens overal Robert E. Lee inclusief paard krachtdadig afgevoerd. Dat was een standbeeld voor een generaal uit de Burgeroorlog die blijkbaar aan de verkeerde kant had gestaan.                                                                                                                Daar moesten we blijkbaar ook in Nederland weer zo nodig iets mee gaan doen. Het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With wilde ineens niet meer zo heten, want Witte de With was ooit een foute koloniale zeeheld geweest. Ook Jan Pieterzoon Coen uit Hoorn was het haasje, althans zijn nagedachtenis. J.P.Coen was een paar eeuwen geleden gouverneur-generaal van Indië en als zodanig niet bepaald kinderachtig tekeer gegaan.

Als een veenbrand woekert nu het idee verder om nog eens kritisch in onze historie te wroeten. Alle koloniale kornuiten komen onder het vergrootglas te liggen. Vooral in mijn vroegere woonplaats Vlissingen is geen beeld, praalgraf of straatnaambordje meer veilig. Van die M.A. de Ruyter heb ik overigens nooit een erg hoge pet op gehad. Zijn uitvoerige biografie van Ronald Prud’homme van Reine er nog eens op nageslagen, maar wàt een plaatboef was die De Ruyter! Een ordinaire vechtjas, een slavenhande-aar en hij stal zijn bemanning het brood uit de mond. Die heeft als standbeeld dus echt wel zijn langste tijd gehad op dat Vlissingse Keizersbolwerk…                                   Voor de boulevard, talloze straten en pleinen in Zeeland moet dan plotsklaps een andere naam worden verzonnen. Alleen het ADRZ-ziekenhuis kan gewoon zijn afge-korte naam blijven houden, tenzij er intern bezwaren zouden zijn tegen de afkorting van de alternatieve benaming… ‘Absoluut Dieptepunt Regionale Zorg’.

In de gemeente Reimerswaal valt het wel mee met versteend of gebronsd eerbetoon aan vroegere vagebonden. Maar weinig admiralen en veldmaarschalken groeiden ooit op in het oosten van Zuid-Beveland. Net als in mijn eigen voorgeslachten hebben hier generaties van vlijtige landslieden eigenhandig de slikken en schorren omgetoverd tot vruchtbare polders. Als goede huisvaders hun vrouwen liefgehad en hun kinderen christelijk opgevoed. Maar daar heeft nog nooit iemand een standbeeld voor gehad…     Waar ik me toch wel een beetje ongerust over maak, is dat nogal uitdagende stand-beeld ‘Het Mosselmannetje’ op de kop van de Julianahaven in Yerseke. Compleet met pet en een halfvolle/lege mand met mosselen. Dat zou een eerbetoon moeten zijn aan alle generaties mosselrapers. Maar dat het standbeeld in 1981 is aangeboden door de Visserijvereniging van Yerseke, maakt het wel hoogst verdacht.                                  Wat vroeger in de Gouden Eeuw ‘de Heeren Zeventien’ waren, is tegenwoordig in Yerseke de Visserijvereniging. Een kleurrijke collectie van steenrijke mosselregenten die hun zakken boordevol vullen met de aanvoer van honderdduizenden tonnen verse mosselen met moderne hightech-mosselkotters. Die pakweg zeventien Yerseksche Mossel-tycoons, niet naar hoogte van batig banksaldo, wel in alfabetische volgorde… Adri & Zoon, Barbé, De Koeijer, De Rooy, Dingemanse, Koster, Lacor, Murre, Prins, Sinke, Steketee, Van der Plasse, Van Oost, Verhaart, Verschuure, Verwijs en Vette.

Ongeacht van welke kant Yerseke binnenrijdend, straalt de rijkdom je tegemoet met schitterende villa’s, buitenplaatsen van Hollywoodachtige allure en chique appartemen-ten. Trouwens de bouw van die nieuwe GG-kathedraal in de Moer wordt ook niet betaald met lege mosselschelpen. Elke zondag staan geldwagens van Securicor bij de achterdeuren van bomvolle kerken om de loodzware uitpuilende collectezakken veilig af te voeren. Dat ‘Het Mosselmannetje’, vorsend naar een mosseltje de horizon afspeu-rend, symbolisch zou moeten zijn voor het ontstaan van de mosselwelvaart van Yerseke zou misschien averechts kunnen werken op een paar modale Yesenaren met korte lontjes.                                                                                                                        Maar met het van zijn paard trekken van Robert E. Lee, van zijn sokkel duwen van Michiel de Ruyter of het verwijderen van ‘Het Mosselmannetje’ wordt onze historie niet gewist. Veel standbeelden staan er juist om ons aan ons gezamenlijke verleden te herinneren. Een verleden waarin veel dingen goed gingen, maar ook veel verkeerd. Met het vernietigen van standbeelden zouden we ook de kans ontnomen worden om het verleden visueel te kijk te zetten.                                                                                         Laat ‘Het Mosselmannetje’ maar gewoon staan en laat iedereen het zijne er bij denken. Met die mosselmaffia van Yerseke loopt het verder wel los. Het standbeeld zelf doet mij altijd sterk aan wijlen mijn schoonvader denken. Een mosselman in hart en nieren!      Er langs fietsend, groet ik altijd respectvol…’Heuh, Rinus!’

Één reactie op “Geen beeldenstorm in Yerseke, asjeblieft!

Reacties zijn gesloten.