Het Rad van Misfortuin

Vaak was het leven op zee tijdens de lange oversteken rustig en relaxed. Elke dag hetzelfde ritme van wachtlopen, eten en slapen. Maar tijdens die ene oversteek vanuit het Bulgaarse Burgas naar Cuba halverwege de zeventiger jaren werd dat regelmatige leven ineens wreed verstoord. De tweede stuurman waarschuwde dat we dringend in de verkeerslijst van Scheveningen Radio stonden. Direct radiocontact opgenomen en hoorden dat er voor  de kapitein een dringend telegram van de rederij uit Rotterdam lag. Er werd direct bij gezegd dat het een ernstige gebeurtenis betrof. In radioterminologie was dit meestal het eufemisme voor de aankondiging van een sterfgeval.

Op dat moment begon het rad van misfortuin te draaien. We voeren met een beman-ning van veertien koppen. En één van die veertien zou die dag een slecht bericht krijgen. De telefoniste van Scheveningen Radio vroeg of ik gereed was om het telegram op te nemen. Na bevestiging begon zij de ambtelijke kop van het telegram door te geven, plaats van aanbieding, datum en tijd, etc. Terwijl ik dat noteerde begon ook bij mij het rad van misfortuin te tollen en vroeg ik mezelf al schrijvend uiteraard af of het misschien voor mij bestemd zou zijn.                                                                            Veertien bemanningsleden hebben elk toch wel een kring van minstens twintig familie-leden. Waarbij het dus bij één van die pakweg driehonderd naasten blijkbaar verkeerd was gegaan. Dat kon voor ieder van ons gelden. Op het rad van misfortuin stonden in totaal veertien namen en dertien mannen zouden binnen enkele ogenblikken een verlossende ‘niet’ trekken.                                                                                                   Het telegram was bestemd voor ‘Master Coolhaven’, maar dat waren alle telegrammen die van de rederij kwamen. Toen de kop van het telegram ontvangen en bevestigd was, begon de telefoniste met de tekst… ‘Gelieve matroos Antonio Gonzalez te verwittigen dat zijn vader is overleden, datum overlijden…etc’. Schrijvend viel er onwillekeurig meteen een last van me af en ook de tweede stuurman die in de deuropening van de radiohut stiekem had meegeluisterd, slaakte een niet te negeren zucht van opluchting. Ik heb op zee diverse van dit soort telegrammen moeten opnemen en elke keer was het ontzettend verwarrend te moeten constateren dat het altijd een onbedwingbare verade-ming gaf als bleek dat het met je eigen kring van naasten allemaal in orde bleek te zijn. Héél dubbel, want direct daarna zou er het moeilijke moment komen om iemand het slechte nieuws over te brengen.                                                                                          Triest om iemand te moeten vertellen dat het thuis niet goed was gegaan, zo ook voor Antonio. Een rustige sympathieke dertiger die maandenlang van huis ging, juist om het thuis in Spanje voor zijn familie wat gemakkelijker te maken. Zó geweldig ging het daar nog niet in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toen de eerste schrik bij Antonio wat was gezakt, werd op rederijkosten via Scheveningen Radio een telefoongesprek voor hem geregeld met zijn familie. Dat kon destijds soms nog uren duren voor er een ver-binding was. Antonio werd meteen uit het rooster van wachtlopen gehaald. Maar na een dag wilde hij al weer aan het werk. De Atlantische Oceaan was op die momenten een troosteloze plek om te verkeren en ook veel te groot.

Drie weken later kreeg Antonio Gonzalez in Havanna via de rederij een telex dat ook zijn oudste broer was overleden..! Vanwege het politieke en economische embargo waarmee Cuba toen te maken had, was er geen schijn van kans dat Antonio naar huis had kunnen vliegen.                                                                                                        Op de terugreis vanuit Havanna naar Rotterdam had ik het wachtenschema zo aange-past dat Antonio ’s avonds bij mij als uitkijk liep. Geregeld geprobeerd om echt met hem te praten, maar het drong niet helemaal door. Antonio was zwijgzaam en heel erg in zichzelf. Het feit dat hij weinig of geen emotie toonde, verontrustte mij. Elke keer als we zo urenlang samen op de brug stonden, vond ik het zeemansleven op zulke momenten het meest waardeloze en wrede beroep was dat er bestond.                                    Zeven weken na het overlijden van de vader van Antonio Gonzalez kwamen wij aan in Rotterdam en kon hij eindelijk naar huis. Bij ons afscheid kreeg hij toch nog ineens tranen in zijn ogen kreeg en bedankte hij mij hakkelend dat wij aan boord allemaal zoveel begrip voor hem hadden gehad… tja.