Toettoet!!!

 

Op 7 september 2011 liep het cruiseschip “Rotterdam” de haven van Rotterdam binnen… dóódstil bleef het! Toch wel een feestelijk gebeuren dat zo’n schip de stad waar het naar is genoemd, binnenloopt. Maar het Havenbedrijf Rotterdam had de gezagvoerder van het schip dringend verzocht om toch vooral de toeter niet te gebruiken! Terwijl het toch al sinds onheuglijke tijden een ingesleten maritieme gewoonte is dat de passagiersschepen bij aankomst en vertrek de scheepshoorn  royaal laten loeien.

http://www.cruisefans.nl/rotterdam.wav

Mocht ineens niet meer… dat gaf geluidoverlast, zo hadden omwonenden bij de gemeente geklaagd. En in het kader van de doelstellingen van het Havenbedrijf Rotterdam om “duurzaam” te ondernemen, kon er dus voortaan niet meer worden getoeterd. Tenzij dat er natuurlijk plotsklaps ergens op de Waterweg een dreigend gevaar zou opdoemen… zoals een ijsberg of een school agressieve bultruggen e.d. Destijds, door dit rare berichtje, zakte mijn maritiem getinte pantalon onbedaarlijk af.

Met een wellustige grijns zat ik daarom laatst op het balkon een van de laatste binnen-komsten van de loodsboot “Mirfak” te bekijken en vooral te beluisteren. Het nog steeds fraaie schip heeft zesendertig jaar lang dienst gedaan als loodsboot bij de Steenbank en de Waterweg en gaat nu binnenkort met pensioen. Binnenkomend bij Westduin begon ie al hevig te toeteren en dat heeft de commandant stug volgehouden langs het overvolle Nollestrand, het afgeladen Badstrand en de complete boulevard. Ondertussen werd de knalgele loodsjol te water gelaten, die als een uitgelaten dolle hond rondjes voor de stranden en rond het schip draaide. Patrouilleboten van de waterpolitie en de Rijkswaterstaat sloten aan voor deze opzienbarende binnenkomst. Iedereen vond het prachtig en samen met de wuivende bemanning werd er alvast stijlvol afscheid geno-men van een goed schip.

Laatst passeerde er ook een klein containerschip het Nollehoofd, waar bij het windorgel een paar hevig zwaaiende mensen stonden. De scheepshoorn van het schip begon te loeien en mijn nog steeds getrainde ouwe zeemansoor hoorde tweemaal de letter “L” in morse… kort-lang-kort-kort. Iedereen op het strand vroeg zich ongetwijfeld af wat dat allemaal te betekenen had. Maar alleen “zij”, die daar ergens tussen de pijpen van het windorgel naar haar lief stond te wuiven, wist het natuurlijk wel…! Die “Lieve Liesje” of misschien wel de “Lekkere Lola”. Het zou ook codetaal voor iets buitengewoon pikants kunnen zijn…  Zo houdt de zeeman het vuurtje brandend, dacht ik gnuivend. Het komt me nog bekend voor.

Als twee schepen van dezelfde rederij elkaar voor de deur in de Sardijngeul passeren, wordt er ook altijd stevig getoeterd. Dat dateert nog van vroeger tijden toen er nog geen radio of een marifoon aan boord was. Maar ondanks al die noviteiten bestaat ook nu de echte begroeting nog steeds uit een langdurige loei uit de beide scheepshoorns. Het is altijd net alsof alleen de schepen elkaar plechtig groeten. Het hoort er gewoon bij.

Het krioelt hier geregeld voor de deur van de zoetwatermatrozen in zeiljachtjes die vrolijk òf aan de verkeerde kant òf koninklijk midden in het toch al nauwe vaarwater varen. Die scharrelaars worden met doordringend dreunend hoorngeschal van een aanstormend zeeschip zeer doeltreffend aan de kant geblazen. Voor die schipper van zo’n jachtje ook meteen een wel erg luidruchtige diskwalificatie van zijn povere zeemanschap.

Bij mist behoren varende schepen de scheepshoorn te laten loeien als waarschuwing voor andere onzichtbare maar misschien wel gevaarlijk dicht naderende schepen. Dan moet met tussenpozen van tenminste een minuut een lange stoot op de scheepshoorn worden gegeven. In het huidige radartijdperk doen de meeste schepen dat meestal niet meer, maar zo af en toe is er nog wel eens een uitslover en die kunnen we dan zo’n beetje tot Westkapelle volgen.

Aan de waterkant hoor je voortdurend krijsende meeuwen, dreunende scheepsdiesels en dus ook heel vaak het geloei van scheepshoorns. Iemand die daar een hekel aan heeft, kan toch maar misschien beter ergens anders gaan wonen. Maar om nou over al dat maritieme getoeter een klacht in te dienen, komt niet eens op bij een rechtgeaarde Vlissinger. De oer-Vlissingers bewaren nog steeds teveel nostalgische gedachten aan het gegier van die ouwe stoomfluit van de werf De Schelde die decennialang viermaal daags over de stad schalde. Trouwens, wij zijn natuurlijk ook geen Rotterdammers…. alsjeblieft niet, zeg!

   Send article as PDF