De ene rechter is de andere niet

Het viel me laatst weer op bij het hoger beroep van een rechtszaak over een tragisch verkeersongeval in Middelburg. Hoewel, het was eigenlijk geen ongeval. Daar is geen sprake meer van als een autobestuurder dronken in zijn auto stapt en ‘volstrekt onver-antwoord en onbezonnen’ verkeersgedrag vertoont. Alleen hebben rechters blijkbaar een beetje problemen om hiervoor het enige juiste woord ‘roekeloos’ te gebruiken.
Gevolg…een vader en zoon zeer zwaar gewond en nog steeds kampend met de gevol-gen van hersenletsel. De vader kan mogelijk nooit meer werken. Het gezin zal hun hele leven elke dag met de nasleep van het drama geconfronteerd blijven. De bestuurder kreeg in eerste instantie drie jaar cel en een rijverbod van vier jaar. Daar was de veroordeelde het niet mee eens en ging in hoger beroep. Het leverde de misdadiger een jaar minder gevangenisstraf op. Dàt wringt behoorlijk en niet alleen bij mij!                De reden van een veroordeelde om na een veroordeling in hoger beroep te gaan, is altijd om daar beter van te worden. Minder straf of vrijspraak. De veroordeelde voelt zich te kort gedaan. Berouw en acceptatie zijn niet aan de orde, wel een tweede kans. Slachtoffers en nabestaanden hebben dat recht nooit. Het Openbaar Ministerie beslist voor hen wel of er recht is gedaan. De gevolgen van de misdaad zijn voor hen sowieso onherroepelijk.                                                                                                         Curieus daarom dat in hoger beroep ook de strafmaat wordt beoordeeld. Dan gaat de ene rechter in de slag met de rechtsinterpretatie van een andere rechter. Rechtspraak is geen zwartwitsysteem. In de beoordeling van de gepleegde feiten zal tussen twee rechters altijd sprake kunnen zijn van ruis.                                                                          In hoger beroep wordt de strafmaat mede bepaald door zaken die bij de primaire rechtszaak geen enkele rol speelden of konden spelen. Uit een onderzoek van drieën-twintigduizend ernstige strafzaken is gebleken dat in hoger beroep de strafmaat in vijfendertig procent lager uitviel. Bij eenenvijftig procent bleef de straf gelijk en bij slechts veertien procent viel de straf hoger uit. Ook bij onvoorwaardelijke taakstraffen en boetes leverde een hoger beroep voordeel op. Logisch dat er vaak voor hoger beroep wordt gekozen! De veroordeelde maakt grote kans op een lagere straf en de advocaat heeft een hogere declaratie. Alleen de belastingbetaler is de sjaak want de werkelijke kosten van een hoger-beroep-procedure zijn vele malen hoger dan de wette-lijk verschuldigde proceskosten.                                                                                     De uitspraak in hoger beroep wordt mede bepaald door eventueel goed gedrag van de veroordeelde in de periode welke aan het hoger beroep vooraf gaat. En de lange wachttijd op behandeling in hoger beroep vanwege drukte bij de gerechtshoven levert ook een wettelijke strafkorting op. Allemaal zaken welke volledig los staan van het gepleegde delict.                                                                                                              Merkwaardig dat in vijfendertig procent van de in hoger beroep behandelde strafzaken de ene rechter collegiaal de andere rechter keihard onderuit haalt door een lagere straf te geven. Dat ondermijnt ook het vertrouwen dat men in een rechtbank heeft. Eerst en vooral bij de slachtoffers van misdaden. Op deze manier doet hoger beroep afbreuk aan de consistentie van ‘Het Recht’.

 

   Send article as PDF