De baas… leider, verleider of lijder?

 

Wellicht heb ik een Latijnse inslag. Vanwege de archaïsche denkbeelden die ik koester wat betreft ‘het leidinggeven’. Het begint al in België. In alle landen ten zuiden daarvan is de baas ook nu nog steeds de baas. ‘Le Patron’ of ‘El Jefe’. Die heeft het voor het zeggen en doet dat dan ook. De medewerkers voeren daar keurig uit wat de baas zegt.
Het lijkt zo simpel maar het is in het huidige Nederlandse bedrijfsleven als ongegeneerd vloeken in de kerk. Tegenwoordig mag hier in de lage landen een baas van alles zijn, behalve de baas. Vanwege het nogal afgezaagde axioma…’Hònden hebben een baas, mensen niet!’ mag de baas nu dus ook absoluut geen ‘baas’ meer worden genoemd. Er zijn intussen de gekste termen uitgevonden om iemand te betitelen die bovenop de apenrots resideert.                                                                                                  ‘Management’ is tegenwoordig een complexe hogere wetenschap. In dat wetenschaps-circuit wemelt het van de onduidelijke randfiguren die een gewone sterveling moeten indoctrineren hoe leiding te geven. Coaches, trainers, inspirators, teambuilders en communicatiegoeroes willen tegen veel geld wel verklappen hoe de aspirant-leider het moet aanpakken. Leidinggeven is derhalve een hele vernuftige en kunstzinnige manier geworden om mensen te laten doen wat ze móeten doen en waar ze doodgewoon voor betaald worden. Elke leider die het nobele vak van leidinggeven een tijdje heeft uitgeoefend, moet daarna natuurlijk wel geregeld op herhaling. In de Ardennen aan een touw gaan hangen, een heisessie beleggen, rollenspelletjes spelen, vlotten bouwen en samen woeststromende bergbeken bedwingen. Anders raakt ie de grip op het team gegarandeerd kwijt…                                                                                                        Ik moet er een beetje om glimlachen. Heb twintig jaar lang leiding gegeven aan allerlei scheepsbemanningen en met hen op schepen de hele wereld over gevaren. ‘Schipper naast God’ was echt wel overdreven, maar mijn manier was heel basic en top-down.      Later werkzaam in het ruige havenwereldje was een stevige manier van leidinggeven toch steeds de kortste weg naar het behalen van de gewenste resultaten. Waarbij het leidinggeven er ook uit bestond om veel toe te vertrouwen aan medewerkers. Nooit een managementboek bestudeerd of een training gevolgd. Met de bulk van mijn mede-werkers kon ik het meestal prima vinden. Omgekeerd ook… vermoed ik.                          Na decennialang op deze manier te hebben gewerkt, kwam ik na een fusie in een grote moderngestructureerde organisatie terecht. Daar had vooral het kadermanagement problemen met mijn autoritaire maniertjes. Men wilde eigenlijk alleen voortdurend vergaderen. Goede beslissingen konden nooit genomen worden zonder eerst pontifi-caal te vergaderen. Overleggen om draagvlak te creëren. Ik paste daar feestelijk voor en ben voor die laatste jaren maar iets anders gaan doen. Dit baasje was absoluut ongeschikt als ‘manager-nieuwe-stijl’ van een groot managementteam… Inmiddels heb ik gepast medelijden met de huidige generatie leidinggevenden. Want de moderne manager moet er vooral een meester in zijn om elke beslissing in consensus door het hele team te laten nemen. Als het dan verkeerd gaat, lijkt ook iedereen aansprakelijk. Hoeven er verder ook geen koppen te rollen, terwijl de organisatie zich wel verbaasd afvraagt… ’Was er hier nou eigenlijk iemand de baas?’

   Send article as PDF