Tattoo Mania

De zomer heeft erg veel voordelen. Een van de weinige nadelen is echter dat zodra het even kan iedereen die een tattoo heeft, het kunstwerk ook zonodig aan de wereld wilt laten zien. Dus mouwloze shirtjes om vooral de fraaie huidbeschilderingen aan ieder-een te tonen. Korte broeken om vreemde illustraties op kuiten en dijbenen te laten bewonderen.
Ooit met een eerste stuurman gevaren die in een jolige bui een ankertje op zijn onder-arm liet graveren. Zijn meisje vond het maar niks, zijn strenggereformeerde aanstaande schoonfamilie nog veel minder en de Staat der Nederlanden had zelfs een taboe op tatoeages uitgevaardigd. De goeie man wilde stoppen met varen en solliciteren bij de Waterpolitie, maar zijn tattoo zat in de weg. Destijds mochten overheidsdienaren geen enkele tattoo hebben, nergens.                                                                              Vroeger waren er alleen tattooshops in havenbuurten. Om aangeschoten zeelieden van een anker of een hartje op de onderarm te voorzien. Meestal om stoer te doen. De vol-gende morgen hadden de meesten er allang weer spijt van, maar hard wrijven hielp dan niet meer. Voor dat soort jeugdige dronken baldadigheid kon ik nog wel enig begrip op brengen. Hoewel ik zelf altijd met een admiraalsbocht bocht om die obscure tattoo-shops heen liep en als lijf nog steeds een onbeschreven blad ben.                                  Mij ontgaat de diepere betekenis van ‘het nemen’ van een tatoeage. Men wilt er onge-twijfeld iets mee uitdrukken of zich ermee onderscheiden. Tatoeages dateren al uit de verre oudheid. De oude Egyptenaren hadden tatoeages. Ook primitieve volkeren be-schilderden zich van top tot teen. Voor de Maori’s was het altijd een statussymbool. Het behoorde vaak tot een stamritueel om op een bepaalde leeftijd of bij een speciale gebeurtenis een tatoeage aan te brengen. De grote religies, christenen, moslims en joden staan afwijzend ten opzichte van tatoeages. Daar kunnen zij ook legitieme redenen voor aanvoeren. Namelijk, als God gewild had dat we allemaal met de afbeel-ding van een leeuwenkop op onze rug zouden rondlopen, Hij daar heus wel voor had gezorgd. De Nazi’s begrepen wel het identificerende nut van een tatoeage en voor-zagen destijds alle gedetineerde Joden van een kampnummer op hun onderarm.            Onduidelijk of iedereen met een tatoeage behoefte heeft aan een soort geïllustreerde kentekenplaat. Niet met letters en cijfers maar met roosjes, slangenkoppen, ankertjes, namen van verloren liefdes, vlinders en/of het logo van Feyenoord. Deze zelfverminking dient verder geen enkel praktisch nut. Ik zie eigenlijk maar weinig mensen die hun burgerservicenummer, bloedgroep, donorcodicil, nonreanimatieverklaring of IBAN-banknummer op hun voorhoofd hebben laten krassen                                                       Ik houd het dus maar op een beetje aanstellerig aandoend tijdsverschijnsel. Net zoals met je baseballpetje achterstevoren in een slordig gescheurde spijkerbroek en een ongeschoren tronie van een week in de rondte banjeren en dan beslist denken dat je er heel trendy bijloopt. Dus hoe benauwder je bent om vreselijk uit de toon te vallen, hoe meer tatoeages je eigenlijk zou moeten laten opschilderen. Misschien ook een aardig ideetje om je na je dood te laten mummificeren. Dan kunnen zelfs de volgende genera-ties ook nog van die gerimpelde grafitikunst genieten.

   Send article as PDF