De juun wordt cash betaald…

Zonder overdrijving, want ‘ons bin nie van Iese’, kan worden gesteld dat Kruunehe de navel is van de uienhandel in West-Europa. Zo ongemerkt heeft de gemeente Reimers-waal toch een aantal spectaculaire Nederlandse economische hoogstandjes in handen.  Kruunehe dus met die uien, respectievelijk ‘juun’. Yerseke is uniek en toonaangevend met mosselen, oesters en kreeften, in Krabbendieke stopt drie keer per uur een trein, in Rilland wordt straks de meeste stront tot borrelend gas vergist en in Hansweert produceert één scheepswerfje meer herrie dan twéé omwonenden kunnen verdragen. Noem dat allemaal maar niks!
Maar in Kruunehe draait veel, zo niet alles, om de juun. Een product waar ook aan De Punt urenlang over gedebatteerd kan worden. Er zijn net als bij wijn, hele goeie juun-jaren. Ook juunjaren waarvan je tranen in je ogen krijgt.                                              Heel bijzonder dat een van de belangrijkste exportbestemmingen van juun West-Afrika is. Het lijkt mij nogal bizar dat een partij Kruse juun geëxporteerd kan worden naar een van de armste gebieden ter wereld en daar op de lokale markt zóveel opbrengt dat de hele export-supplychain plus telers van juun er goed van kunnen leven. Stèrker nog, dat ze hier van juun stinkend rijk kunnen worden. Weinig juunboeren hoeven hier hun hand op te houden. Integendeel, de sector juun en petaten houden hier alleen de hand op voor de contante betalingen van hun klanten. De handel wordt namelijk vaak cash afge-rekend met boodschappentassen vol met papiergeld. Omdat er in Afrika zogenaamd geen goed functionerend banksysteem zou zijn…                                                        Hoe en wat voor soort geld dan vanuit West-Afrika naar Nederland komt, zal de modale Kruse handelaar verder wat jeuken. En waarom al dat cashgeld dan niet door de kopers op een West-Europese bank wordt gestort waardoor de verkoop en het transport van de handel met een ordentelijke bonafide ‘Bill of Lading’ kan worden geregeld, vragen de handelaren in juun en petaten zich blijkbaar ook nooit af. Het is alleen omdat een paar banken en accountants deze cashhandel als verdacht hebben aangemeld, anders waren onze juun- en petatentycoons met deze praktijken vrolijk verder gegaan.               Juun- en petatenboeren pretenderen uitgesproken goedgelovig te zijn. Echt niet alleen op zondag onder de preekstoel. Ook als er door de week een of andere mafkees met een boodschappentas vol cashgeld binnenloopt om een partij juun of petaten te kopen. Dat zij misschien wel eens ‘onbewust’  betrokken zouden kunnen zijn bij grootscheepse witwaspraktijken hadden de argeloze verkopers absolúút niet in de gaten… Zodoende kon, althans wat nu te traceren is, sinds 2014 voor een slordige 150 miljoen euro aan handel cash worden verkocht.                                                                                             Witwassen en zwart verkopen liggen vaak in elkaars verlengde. De gelegenheid maakt nu eenmaal gemakkelijk de dief. Toch benieuwd wat er allemaal nog meer vanuit dat FIOD-onderzoek omhoog borrelt. We hebben hier in het dorp de PZC verder niet nodig om te weten welke bedrijven onder het vergrootglas liggen. ‘Naming & shaming’ is lokaal een favoriet tijdverdrijf. Naast het nauwkeurig observeren van iedere voorbij-ganger die met een uitpuilende  boodschappentas en een tropisch uiterlijk schichtig over de Snellemarkt sluipt.

   Send article as PDF