De mythe Al-Qaida

 

Het kwaad heeft altijd een personificatie nodig. Vroeger was het de duivel, het boze oog of Attila de Hun. Recent waren het de Duitsers, de communisten en toen Rusland in 1991 ineenstortte, kwam als een duvel uit een doosje het terreurnetwerk Al-Qaida boven de horizon. Legers, inlichtingendiensten en de ontzagwekkende militaire industrie hebben ook altijd een afschrikwekkende affiche nodig om hun legitimiteit mee aan te tonen. Paul Wolfowitz, een neoconservatieve Amerikaanse politicus, oreerde in juni 2001 in zijn rede voor de cadetten van de militaire academie West Point met een vlammend pleidooi voor de instandhouding van het Amerikaanse militaire apparaat om onverwachte aanvallen, zoals destijds door de Jappen op Pearl Harbour, het hoofd te kunnen bieden. Hij waarschuwde uitdrukkelijk voor…“the poverty of expectations.” Amper drie maanden later werd hij op zijn  wenken bediend.

In de moderne As van het Kwaad speelt Al-Qaida een prominente rol. De terreurorga-nisatie zou een wereldwijde actieradius claimen en heeft intussen tientallen aanslagen op haar conto gekregen, waarbij vele duizenden veelal onschuldige slachtoffers vielen. In Afghanistan, Irak, Somalië, Libië en Syrië schijnt Al-Qaida een allesbepalende rol te hebben gespeeld bij de alles verwoestende burgeroorlogen. Het nu op de rand van een burgeroorlog balancerende Egypte staat dan wellicht ook nog flink wat ellende te wach-ten, want de huidige leider van Al-Qaida, Ayman al-Zawahiri, een ooit cum laude afgestudeerd medicus, is een volbloed Egyptenaar. Hij is opgegroeid in de directe invloedsferen van de Moslimbroederschap.

Een terreurorganisatie die nu al vijfentwintig jaar wereldwijd complete legers en inlichtingendiensten aan de praat houdt, die voortdurend schaakt op vele borden, zou dan toch wel een hoofdkwartier moeten hebben met minimaal de afmetingen van het Pentagon. Het gesuggereerde hypermoderne hoofdkwartier van Osama bin Laden in de grotten van het Tora Bora gebergte in het oosten van Afghanistan, bestond niet. Net zo’n sprookje als al die chemische wapens in Irak. Dat nu Ayman al-Zawahiri de hele wereld in een gijzeling houdt vanuit een stoffige grot ergens in de bergen van Waziristan, lijkt een gotspe. Dan zou hij alleen met een enkele satelliettelefoon, een videocamera en een iPad al die vele miljarden verslindende militaire bureaucratieën nog voortdurend de baas zijn. Deze voorstelling van zaken lijkt haast een belediging voor het gezonde verstand van mensen.

Er bestond ook lang voor 2001 al een ernstige vorm van extremistische terreur, waarbij te vaak de naam van de islam werd misbruikt. De aanslagen van 09/11 en de daarop door George W.Bush verklaarde “War on Terror”  hebben daarna juist een enorme boost gegeven aan de verdere ontwikkeling van dit terrorisme. Irak en Afghanistan werden gerenommeerde opleidingsinstituten voor terroristen. Het illustere duo Bush & Cheney schiep met grote toewijding hun eigen vijanden. Er ging en gaat een enorme fascinatie van uit bij teveel lieden en regimes, dat “De Grote Satan” toch in de verdediging kan worden gedrukt. Er staan nog meer dan genoeg rekeningen open om er ernstig rekening mee te houden dat we nog lang niet van dat terrorisme af zijn. Of zoals ex-president Ronald Reagan het altijd uitdrukte… “You ain’t see nothing yet!” De niet aflatende stroom van diffuse Arabische oliedollars staat er ook borg voor dat de terroristen voorlopig nog niet bepaald krap bij kas komen te zitten.

Al-Qaida is geen organisatie, het is meer een terroristische ideologie. Deze wordt enerzijds gebruikt door veelal volslagen gestoorde godsdienstwaanzinnigen die op hun beurt weer worden opgehitst door krachten die angstvallig achter te schermen wensen te blijven. Een ideologie valt overigens zelden uit te roeien met beschietingen of bom-bardementen met drones. Al-Qaida zou al een aantal keren de kop zijn afgehakt, maar komt telkens als een feniks weer terug uit de doodgewaande status.                Anderzijds lijkt het fenomeen Al-Qaida een prooi voor de beleidsmakers van de militaire grootmachten om de druk op de mondiale strategische ketel hoog te houden. Het af-schuwelijke beest van het wereldwijde terrorisme moest gewoon een naam hebben.   Het werd Al-Qaida, Arabisch voor “de Basis”.                                                                    Overigens wordt in deze dagen ook smalend gereageerd op de huidige veronderstelde dreiging voor Al-Qaida aanslagen. Een dreiging die wel heel erg snel volgt op de heftige wereldwijde kritiek op het aftappen door de NSA van alle elektronische communicatie. Het lijkt haast op een slecht geregisseerde film, maar voor de slachtoffers van elke toekomstige terroristische aanslag zal het helaas een keiharde werkelijkheid blijken te zijn. Het aan Al-Qaida gelieerde fundamentalistische terrorisme heeft zonder een schot te lossen of een voetzoeker af te steken de eerste punten nu alweer binnen. Met dank aan de NSA-tappers, die de wereld doen sidderen.

   Send article as PDF