El Cementario de Altea la Vella

Op 1 november was het hier in Spanje weer ‘El Dia de todos los Santos’, Allerheiligen. Een nationale feestdag en het feest van de overledenen. Op Allerheiligen eren de Spanjaarden hun doden en doen dat heel zichtbaar met een prachtige bloemenzee op de begraafplaats, ‘El Cementario’.  Eind van de middag van die eerste november, nadat de warmte van de najaarszon wat was afgenomen, liepen wij de hellingen af van Altea la Nova naar de begraafplaats van Altea la Vella. Wandelend met Pepe tussen de hoge heuvels dichtbegroeid met de altijd groene pijnbomen, hadden wij beiden zo onze gedachten. Ik dacht weer terug aan mijn ouders die vijftig jaar geleden ook in Altea hadden overwinterd. Goede gedachten, op een goede dag, in een goede omgeving. Als symbool van bestendigheid van het leven liep het water weer royaal uit de ‘Font del Garroferet’, de zoetwaterbron waaraan Altea la Vella zijn bestaan heeft te danken. Een bestaan dat teruggaat tot al voor de tijd van de Romeinen. Even voorbij de bron en net buiten het dorp ligt de begraafplaats. Het was er druk met geparkeerde auto’s.

‘El cementario’ is een ommuurd open bouwwerk met twee gedeelten met elk twee muren waarin de tombes van de overledenen zich bevinden. Aan de voorkant afgedekt met een zerk, vaak met foto’s. In de muren zitten de nissen tot vier hoog boven elkaar. De kist met de overledene wordt hierin geschoven, waarna de voorkant wordt dichtgemetseld en voorzien van een zerk. Rijke mensen kopen op de begraafplaats een eigen kapelletje met een nis. Mensen van goede welstand kunnen een nis kopen in de muur en de armere mensen mogen van de gemeente een nis huren. Als de huur niet meer wordt betaald, worden de stoffelijke resten bijgezet in een algemeen graf. Begraafplaats is dus eigenlijk niet precies het goede woord voor ‘El Cementario’.       Hele families, met grootouders, ouders en kinderen arriveerden. Allemaal keurig gekleed. De mannen in donkere pakken en de vrouwen in stemmige kleding en de blote benen ondanks de warmte bedekt met panty’s. Rijk voorzien van boeketten bloemen. Bij binnenkomst bood ‘El Cementario’ een haast feestelijke aanblik. Prachtige bloemen aan vrijwel alle naamzerken. De enkele zerken zonder bloemen waren meestal graven van overleden buitenlanders. Er liggen ook veel Nederlanders. Niet zo vreemd, want het is een mooie vredige rustplaats. De bezoekers schuifelden langs de grafmuren en bespraken fluisterend de namen van diverse overledenen. Kinderen werden gewezen op foto’s van hun overleden voorouders. Op 2 november is het Allerzielen, ‘Dia de Muertos’ of ‘Dia de los Difuntos’. Geen nationale feestdag, wel een katholieke. Op deze dag wordt er stilgestaan bij alle overledenen die in het voorafgaande jaar zijn overleden. Dat zijn in Spanje jaarlijks ongeveer 425.000 personen. Het lijkt erop dat Spanjaarden wat dichter bij hun overledenen staan dan noorderlingen. De mis die daarna op de begraafplaats op het punt stond te beginnen, hebben wij maar laten schieten. Wij dronken koffie in Altea la Vella en zijn met goede gedachten weer teruggegaan. Waren nog net voor het donker thuis.

   Send article as PDF