De Spaanse electorale paella

Eergisteren, 10 november j.l. gingen de Spanjaarden voor de vierde keer in vier jaar naar de stembus. Om een parlement van 350 zetels te kiezen. Spanje heeft het wel een beetje gehad met al dat stemmen. In april 2019 kwamen nog 75 procent van de 37 miljoen Spaanse stemgerechtigden opdagen. Eergisteren 69,8 procent.

Overigens heeft de parlementaire versplintering ook hier onbarmhartig toegeslagen. Ik dacht eigenlijk dat het in Spanje altijd alleen maar ging om de conservatieven van de Partido Popular (PP) en de socialisten van de Partido Socialista Obrera Español (PSOE). Maar intussen blijken er ook in het Spaanse parlement maar liefst dertien verschillende partijen te zitten. Op 28 april j.l. was de PSOE van zittend premier Pablo Sánchez nog de grote winnaar met 123 zetels, gevolgd door de conservatieve PP met 66 zetels, de centrum-liberale Ciudadanos met 57 zetels, de links-progressieve Podemos met 42 zetels en het extreemrechtse Vox met 24 zetels. De resterende 38 zetels gingen naar splinterpartijtjes. Het lukte demissionair premier Sánchez echter niet om over links samen met Podemos een linkse meerderheidsregering te vormen. Ordinaire ruzie over de mooiste baantjes… Pogingen over rechts van PP, Ciudadanos en Vox werkten evenmin. Dus werden er weer maar nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Spanje doet dus beslist niets onder voor de meeste andere Europese democratieën waar het na verkiezingen heel moeizaam gaat om meerderheidsregeringen te vormen. In Nederland was het al een treurig gescharrel, maar ook in België en Italië kunnen ze er wat van. Om nog maar te zwijgen van de bizarre soap die Verenigd Koninkrijk heet.                                                                   Omdat ik geen Spaanse televisie kijk en ‘El País’ er pas in de laatste week voor de verkiezingen aandacht aan begon te schenken, werd ik vooral door de billboards in het centrum van Altea op naderende verkiezingen geattendeerd. Blijkbaar is het in de Spaanse politiek doorslaggevend dat je een echte vent bent en ontiegelijk vastberaden kan kijken. Spaanse dames hebben òf geen politieke aspiraties òf worden door het politieke establishment niet serieus genomen. ‘Macho’ is toch ook een Spaans woord?   PSOE’s Pedro Sánchez had als strijdkreet…’Ara si!’ Da’s Catalaans voor ‘Ahora si’ en betekent slechts ‘Nu…ja!’  PP’s Pablo Casado probeerde het met…‘Por todo lo que nos une!’ oftewel ‘Voor alles wat ons verenigt!’ De wat studentikoos ogende Pablo Inglesias van Podemos beloofde de Spanjaarden…‘Un gobierno contigo!’ dat zoiets betekent als ‘Een regering met jou!’ De pamfletten van Ciudadanos en Vox werden overal van de billboards afgescheurd… Die twee partijen zijn namelijk mordicus tegen het Catalaanse separatisme en daarmee moet je hier in de Comunidad Valenciana niet aankomen.

De broeierige politieke zomer, de roerige snikhete herfst in Catalonië, de verhuizing van het lijk van dictator Francisco Franco en het uitstellen van ‘El Classico’ tussen Barcelona en Real Madrid, leverde met de verkiezingen van 10 november zoals te verwachten meer problemen op dan oplossingen. PSOE 120 zetels, PP 88 zetels, Vox 52 zetels, Podemos 35 zetels en Ciudadanos slechts 10 zetels. De resterende 45 zetels gaan naar elf splinterpartijtjes.                                                                                          De Spaanse politieke paellapan kan weer op het vuur. Het duurt nog wel even voor het borrelende prutje, lees coalitie’, eindelijk gaar zal zijn en zonder al teveel indigestie veroorzakend, kan worden geserveerd.

   Send article as PDF