Het geheim van de Pastoor Llinaresstraat…

De wandeling vanuit ons appartement in Altea la Nova naar het dorpje Altea la Vella is van een vijfsterrenniveau. Een dalende tweeëneenhalve kilometer langs heuvels, rotsen en pijnboombossen. Onze dorst lessend bij de ‘Fonte del Garroferet’ zien we het spierwitte dorpje Altea la Vella slaperig schitteren op een heuvel. Na het passeren van de veertien Staties van de Kruisweg bij de ingang van het dorp, lopen wij een fraai geplaveid straatje in. Om daarna te stuiten op een van de bestbewaarde geheimen van Altea la Vella.

Opklimmend richting van de kerk door de ‘Calle Cura Llinares’ lopen wij al jarenlang langs nummer 41, het eerste huis aan de rechterkant, waaruit rond het middaguur altijd de meest verrukkelijke etensgeuren naar buiten zweven. Zoals honden die een verleidelijk walmpje opsnuiven, lopen wij daar steeds krampachtig met onze neuzen recht omhoog. Daarbij de wildste hallucinaties krijgend van allerlei creaties die daar door ‘la cocinera de casa’ op haar fornuis worden klaargemaakt. Zelf word ik onfatsoenlijk opgewonden van alle penetrante knoflookdampen. Met haast erotische droombeelden van roomblanke knoflooktenen die royaal in een borrelende stoofpot worden gekieperd waarin verder al het goede van Spanje is verwerkt. Pijnlijk heldere waanvoorstellingen van grote brokken doorgesudderd lamsvlees zwemmend in een fond van uien, prei, paprika’s, tomaten, aubergines en courgettes. Hierdoor slaan onze culinaire zintuigen volledig op hol en zit de stemming er helemaal in om in het dorp het eerste beste restaurantje binnen te duiken en gulzig de kaart te gaan bestuderen. Zodoende heeft die mysterieuze ‘cocinera de casa’ ons al vaak flink op kosten gejaagd met haar onweerstaanbare culinaire luchtvervuilingen. Wij hebben haar daar echter steeds onze genadelijke absolutie voor gegeven.

Totdat wij laatst het goede dorp Altea la Vella weer eens naderden en een ouder echtpaar zagen staan, beiden steunend op een wandelstok. Meneer in een groente-veldje met iets wat op een stronk prei leek, trots aan mevrouw tonend. Zij keurde de stronk goed en voorzichtig schuifelde het echtpaar terug naar het dorp. Toen wij hen voorbijliepen, wensten wij hen ‘Buenos dias…!’ Dat wensten zij ons ook. Mensen van eerder tegen de negentig dan tegen de vijfentachtig. Toen ik omkeek, zag ik dat zij stopten bij huisnummer 41…!                                                                                       Toen móest ik het gewoon weten en trok mijn stoutste schoenen aan… ‘Señora, disculpe, una pequeña pregunta?’ En vroeg haar in mijn beste Spaans of zij inderdaad daar woonde, of zij altijd zo lekker kookte en vertelde haar dat wij altijd alleen al van alle zalige geuren ontzettend genoten. La Señora begon kirrend verlegen te lachen en verklapte dat er wel vaker mensen langs waren gekomen die dat hadden gevraagd. Ik bedankte haar vriendelijk en keek met een blik van collegiale bewondering naar haar echtgenoot… ‘Zozo, compañero, God is voor jou ook goed geweest, met zo’n vrouw!’   El Señor knikte stuurs terug, zich wellicht afvragend…‘Caràmba, staat die rare gladiool in dat achterlijke Spaans van ‘m nou doodgewoon op klaarlichte dag m’n vrouw te versiéren…?’ Wij wensten mevrouw en meneer met ‘Buen provecho..!’ verder een hele smakelijke dag toe.

   Send article as PDF   

1 thought on “Het geheim van de Pastoor Llinaresstraat…

Reacties zijn gesloten.