El Pañol

Net geïnstalleerd aan ons ‘vaste’ tafeltje voor de zondagse lunch bij Restaurante Sabor, recht tegenover de jachthaven van Altea, viel ineens mijn oog erop. Op een werkplaats naast de jachthaven stond met grote letters ‘Pañol’ boven een loodsdeur.                    ‘Gôh, da’s ook lang geleden…!’ zei ik tegen mijn tafel- en echtgenote. ‘Oh ja?’ zei zij ondertussen veel te druuzig bezig met de menukeuze zonder er erg in te hebben dat je tegen mij nooit ‘Oh ja?’ moet zeggen. Voor mij altijd hèt startsein om wéér met een ellenlang verhaal uit een grijs verleden op de proppen te komen.

Hare Majesteit koos als voorgerecht de Quisquillas con Puré de Patatas, Bisqué de Bogavante y Huevo Pochado’ terwijl ik, bescheiden zoals altijd, voor de ‘Vitello Tonnato’ ging. Als hoofdgerecht kwamen we beiden uit op de ‘Lonchas de Solomillo de Ternera con Salsa de Vino Tinto’. Een voortreffelijke keuze, naar later zou blijken. Terwijl de keukenbrigade volgas gaf, kon ik eindelijk met mijn verhaal over dat ‘Pañol’ beginnen.

‘Pañol’ moet een van de eerste Spaanse woorden geweest zijn die ik leerde toen ik in 1960 in mijn schoolvakantie als vijftienjarige lichtmatroos op een Groningse coaster aanmonsterde. Twee van de vier matrozen waren Spanjaarden. Kerels uit het ruige noordwesten van Spanje, uit Galicië. Uit vissersplaatsen zoals Vigo, Pontevedra, Marìn en Villagarcia. Uitstekende zeelieden. Groot geworden in de Golf van Biskaje en op de Portugese Noord. Ontberingen geleden tijdens de kabeljouwvangst op de verraderlijke  Newfoundland Banks. Uitsluitend om economische redenen uitgeweken naar de Nederlandse koopvaardij. Met de gages die in Nederland werden verdiend, konden deze Spaanse zeelieden destijds binnen de kortste keren in hun Spaanse woonplaatsen mannen in bonus zijn. Spanjaarden waren aan boord meer dan welkom. De animo onder Nederlanders om naar zee te gaan, was toen al tanende. Spaanse zeelieden hoefden geen inburgeringscursussen te doen. Evenmin werd integreren in de Nederlandse samenleving verlangd. Hollandse opvarenden richtten zich eigenlijk volledig naar hun Spaanse collega’s. Nederlandse kapiteins, stuurlieden en loodsen gaven in vloeiend Spaans roerbevelen voor Spaanse roergangers. Vond iedereen normaal. Evenals dat een Spaanse matroos precies hetzelfde verdiende als een Hollandse matroos. Spanjaarden waren ook vrijwel allemaal lid van de vakbond en konden alle vakbondsvoorschriften dromen, tot de laatste komma.                                    In de kleine gemeenschap van een scheepsbemanning waar iedereen op die ander moest kunnen vertrouwen, werd absoluut niet neerbuigend over deze Zuid-Europese arbeidsmigranten gedacht. Destijds was er ook nog geen Europese Unie die van elke burger een gelijkwaardige Europeaan meende te kunnen maken. Daarvoor hadden zeelieden geen Brusselse regels nodig. Niet gehinderd door vooroordelen behandelden wij onze Spaanse en later Portugese collega’s gewoon met normaal menselijk respect. Dat moet je nu eens aan die honderdduizenden Polen in Nederland vragen…                  Tijdens mijn koopvaardijcarrière had ik veel fijne collega’s maar slechts weinig echte vrienden. Mijn énige echte vriend was een Portugees uit Lissabon. Aurélio Martins-Rodriguez, hij was jarenlang mijn vaste kok… ‘mi mejor compañero!’                                Bij de koffie wilde H.K.H. die geduldig al mijn geleuter had aangehoord, weten wat nou toch eigenlijk een ‘Pañol’ was.                                                                                     ‘Da’s het kabelgat, lieverd!’                                                                                          Toen wist zij eigenlijk nòg niks!

   Send article as PDF   

2 gedachten over “El Pañol

Reacties zijn gesloten.