Auschwitz ist nicht vom Himmel gefallen…

De echte grote mensen van onze tijd krijgen zelden het podium dat hen toekomt. De 93 jarige Poolse journalist Marian Turski godzijdank uiteindelijk wel. Marian Turski werd in 1926 in Lodz geboren onder de naam Moshe Turbowicz. Begin 1944 vanuit het joodse getto van Lodz met zijn hele familie gedeporteerd naar Auschwitz. Daar werden zijn vader en zijn broertje direct vermoord. Zelf overleefde hij de onvoorstelbare ellende in de kampen Auschwitz, Buchenwald en Theresienstadt.

Daar wilde Marian Turski het verder niet teveel over hebben toen hij als een van de laatste Auschwitz-overlevenden werd uitgenodigd om te spreken op de Internationale Holocaust Herdenking van 27 januari 2020 in het kamp Auschwitz. Hij besteedde er vrijwel geen aandacht aan. Ook geen woorden van haat, verwijt of walging aan het adres van de op de eerste rij toehorende Duitse president Frank-Walter Steinmeier. Marian Turski richtte zich, staande voor de Poort des Doods van Auschwitz, vooral tot de generatiegenoten van zijn kleinkinderen waarbij hij de huidige Oostenrijkse president Alexander Van der Bellen, de Joods-Italiaanse schrijver en scheikundige Primo Levi en de vice-president van het Auschwitz Comittee Roman Kent parafraseerde.

Voor een publiek van tweehonderd Auschwitz-overlevenden, koningen, presidenten, regeringsleiders, politici, aartsbisschoppen en nog tweeduizend gewone stervelingen onderbouwde Marian Turski op subtiele wijze de uitspraak die hij enige jaren eerder hoorde bij een ontmoeting met de Oostenrijkse president Alexander Van der Bellen… ’Auschwitz ist nicht vom Himmel gefallen’.                                                                          Het vernietigingskamp Auschwitz werd weliswaar op 5 mei 1940 in gebruik genomen. Maar minimaal al tien jaar eerder werd symbolisch een eerste steen gelegd bij de opkomst van de Nazi’s met daarbij de toenemende joden- en vreemdelingenhaat. Marian Turski betoogde dat door het ongebreidelde antisemitisme de tijdgeest rijp werd gemaakt voor zoiets onvoorstelbaar verschrikkelijks als Auschwitz. Maar dat het ook nu nog steeds mogelijk zou kunnen zijn… Dat het altijd begint met het op zogenaamd democratische wijze achterstellen van de rechten van minderheden. Teveel worden ook nu de positie van minderheden nog steeds met grote onverschilligheid genegeerd.          In het kamp Auschwitz zat Marian Turski samen met de Italiaanse jood Primo Levi. Gezien zijn scheikundige deskundigheid werd Levi gespaard om dwangarbeid te verrichten in de fabrieken van I.G.Farben. I.G.Farben was de patenthouder van Zyklon-B, het gifgas waarmee de joden en politieke opponenten in de concentratiekampen werden vergast. Primo Levi stelde vast…‘Dit gebeurde…dat betekent dat het weer kan gebeuren en betekent ook dat het overal op deze wereld kan gebeuren’.                          De Pools-Amerikaanse Holocaust-overlevende Roman Kent waarschuwde laatst dat de Tien Geboden waarop onze joods-christelijke beschaving is gegrondvest, niet volledig zijn. Er is namelijk nog een Elfde Gebod… ‘Gij zult niet onverschillig blijven.’                    Marian Turski gebruikte het Elfde Gebod om zijn kleinkinderen, de toehoorders, de kijkers en de rest van de wereld er op te wijzen dat vooral door racistisch getinte onverschilligheid en door consequent wegkijken vijfenzeventig jaar geleden de wereld werd geconfronteerd met de plaats waarvoor hij nu stond, de Poort des Doods. Marian Turski werd door Auschwitz, Buchenwald en Theresienstadt voor de rest van zijn leven getekend. Hij klonk niet verbitterd maar toonde zich een nederig mens met nog slechts één grote wens. Dat Auschwitz nooit vergeten zal worden…

Toen hij na zijn toespraak weer naar zijn zitplaats werd geholpen, gingen vrijwel alle aanwezigen respectvol staan om hem met een minutenlang applaus te eren en te bedanken voor zijn wijze woorden. Alleen de koningen en de regeringsleiders op de eerste rij bleven zitten.

De gehele toespraak van Marian Turski op YouTube, met Engelse simultaanvertaling:

 

   Send article as PDF