De stille helden van Yerseke

 

Zoek op Google maar eens naar majoor Marco Kroon en je krijgt pakweg 430.000 hits, de meeste recente RMWO-er majoor Gijs Tuinman 60.000 hits en bij mosselschipper Hubrecht Koster ergens rond de 24.000. Wat Tuinman, Kroon en Koster gemeen heb-ben, is dat het alle drie hele dappere kerels zijn, respectievelijk was. Hubrecht Koster is overleden. Tuinman en Kroon zijn beiden militair in de landmacht. Zij hebben alletwee in Afghanistan gediend. Daar hebben ze herhaaldelijk laten zien dat ze moedige commandanten te velde waren. Dat vraagt ieders grote respect en dat kunnen zij van mij ook zonder enige restrictie krijgen.

Iets minder waardering heb ik voor de opgeblazen ceremonie waarmee zowel Kroon als Tuinman op het Haagse Binnenhof door de majesteit met een ferme dreun op de linker-schouder tot Ridder in de Militaire Willems-Orde werden gebombardeerd. Voor de door hen getoonde moed, beleid en trouw werd daarbij ceremonieel werkelijk alles uit de kast getrokken. Kroon noch Tuinman zullen waarschijnlijk niet zelf om die MWO heb-ben gevraagd; het zal hen ook maar overkomen zijn. De criteria om voor die schouder-dreun in aanmerking te komen, worden beoordeeld door het Kapittel van de Orde. Marco Kroon heeft dapper leiderschap getoond. Evenals Gijs Tuinman die met gevaar voor eigen leven getracht heeft om de zwaargewonde korporaal Kevin van der Rijdt in veiligheid te brengen. Korporaal Van der Rijdt kwam daarna helaas te overlijden.

Toch kom ik niet los van de gedachte door het hele mediacircus rond de beide jonge MWO-dragers, dat de Nederlandse krijgsmacht zelf meer naar een ceremoniële toeken-ning hunkerde dan de beide dappere officieren. Er was dringend behoefte aan wat tot de verbeelding sprekende boegbeelden. Want die krijgsmacht had de laatste decennia nogal wat butsen opgelopen. De meest besproken Nederlandse militair, overste Thom Karremans, is wijselijk door het Kapittel toch maar niet voorgedragen voor een MWO.

Hubrecht Koster was op 1 februari 1953 schipper/eigenaar van de mosselkotter YE 4 ‘Beatrix’. Op de dag van de Watersnoodramp en nog in volledige onwetendheid over de werkelijke omvang van de ramp, voer schipper Koster met zijn schip de Oosterschelde op. Bij Yerseke waren namelijk drenkelingen aangespoeld met huiveringwekkende berichten over de situatie op Schouwen-Duiveland. Na eerst 110 mensen vanuit Stave-nisse naar Yerseke te hebben gebracht, keerde hij terug naar Ouwerkerk op Schouwen Duiveland. Daar had hij gezien dat de dijken massaal waren doorgebroken. Ondanks de waarschuwingen van zijn collega mosselschippers aarzelde Hubrecht Koster geen moment en voer met gevaar voor eigen leven door het kolkende stroomgat de polder in. Hij redde tijdens een aantal reizen in totaal meer dan 360 mensen die als ratten in de val op de daken van hun huizen de dood in ogen hadden gezien.                                    Collega’s van Hubrecht Koster voeren gelijktijdig met kleine bootjes de ondergelopen polder van Kruiningen in en redden daar vele tientallen drenkelingen. Dat waren de mannen van de families Sinke, Van Stee, Louwerse en anderen.

Afbeeldingsresultaat voor Hubrecht Koster

Zonder de moedige vissers van Yerseke had het dodental van de Watersnoodramp ongetwijfeld ver boven de 2500 slachtoffers gelegen. De mosselschippers zelf vonden het niet de moeite waard om er veel woorden aan vuil te maken over wat zij die eerste dagen na 1 februari 1953 allemaal hadden gedaan. Zij vonden alleen dat zij hun plicht hadden gedaan en daar hoefde verder geen aandacht aan te worden besteed.             Heel wat anders dacht destijds de leiding van de Nederlandse strijdkrachten daar over. Hoewel de assistentie van de militairen en de paar helikopterpiloten die Nederland toen rijk was, pas na een aantal dagen op gang kwam, werd er naderhand een verzonnen claim gelegd als zouden zij minstens 2200 mensen het leven hebben gered.              Ook de historicus Kees Slager toont in zijn standaardwerk over de Ramp kristalhelder aan, dat de Nederlandse Territoriaal Commandant blijkbaar aan serieuze hallucinaties leed toen hij dat vol trots aan de pers meedeelde.

Hubrecht Koster ging na zijn reddingswerk gewoon weer op mossels vissen. Hij werd niet uitgenodigd om naar het Binnenhof te komen en heeft verder ook geen enkele onderscheiding gehad. Noch een van die andere redders uit Yerseke die in de Kruining-se polder velen van de dood hadden gered. Daar zaten ze overigens ook helemaal niet op te wachten. Ze hadden niets anders dan hun plicht als mens gedaan en daar hoef je in Yerseke niet speciaal voor te worden beloond. Hoewel, in het dorp Ouwerkerk heb-ben ze jaren later nog wel een heel klein straatje naar Hubrecht Koster vernoemd.

Vergelijkingen trekken tussen mensen die zoveel moed hebben getoond dat zij een held mogen worden genoemd, is altijd moeilijk. Er zijn dus helden in allerlei gradaties. Maar mijn grootste bewondering gaat nog steeds uit naar dat enorme contingent stille helden. Die zonder felle spotlights of indrukwekkende plechtigheden waar ook ter wereld hun menselijke plicht vervullen en daarna gewoon weer verder gaan met de dingen waar ze mee bezig waren.

 

   Send article as PDF   

2 thoughts on “De stille helden van Yerseke

  1. Mijn schoonvader Jeroen Vette voer met de YE 83 valk achter Hubrecht Koster door het gat in Ouwerkerk. Ze hadden van te voren samen dit plan bedacht. Ze heben samen veel mensen van de daken gehaald. Mijn schoonvader leeft nog (93). Er is geen Jeroen Vettestraat.

    • Andries, vanzelfsprekend ken ik je schoonvader Jeroen Vette. Maar niet het verhaal over zijn grootse daden met de YE 83 en het samen met Hubrecht Koster redden van talloze mensenlevens rond Ouwerkerk. Je opmerking past dan dus ook naadloos in de crux van de blog… stille helden! Mijn respect is erg groot.

Reacties zijn gesloten.