Het waait vanzelf weer over!

Gerelateerde afbeelding

Niets is zo irritant als het gelijk van een betweter. Zeker als het van die types betreft die zeurderig blijven volhouden dat ze het altijd al hadden gezegd of geweten. Misschien dat je deze blog dan maar beter kunt overslaan en waarschijnlijk slaap je dan ook nog een stuk beter.

Op 23 juli 2013 nam ik in de blog ‘Varende bommen’ de statistische gegevens van de Rijkswaterstaat over het scheepvaartverkeer op de Westerschelde op de korrel. De cijfers lijken voor geen meter te matchen en wat mij ook zeer bevreemde was dat de ambtenaar die voor die specifieke cijfers bij de Rijkswaterstaat verantwoordelijk was, geen sluitende antwoorden op mijn vragen kon geven. Het gegeven is heel simpel; er varen véél meer schepen met gevaarlijke ladingen over de Westerschelde dan de officiële statistieken ons willen doen laten geloven.                                                          In februari 2014 werd ik daarom door de Rijkswaterstaat uitgenodigd voor een bezoek aan het Schelde Coördinatie Centrum. Heel interessant allemaal, maar het antwoord op mijn vraag naar het werkelijke aantal gas- en chemicaliëntankers dat jaarlijks over de Westerschelde vaart, bleef wazig en volledig ondoorzichtig. Vandaar ook weer mijn blog ‘Mistflarden over de Schelde’ van 26 februari 2014. Waarin ik trouwens ook mijn grote vraagtekens zette bij de operationele effectiviteit van de Veiligheidsregio Zeeland in geval van een calamiteit.

Op 17 januari 2015 kwam op de Westerschelde westelijk van Bath de opvarende en met 1500 ton styreen geladen binnenvaarttanker ‘Almira’ in aanvaring met de afvarende Noorse tanker ‘Marilee’. De binnenvaarttanker stak het hoofdvaarwater over, was uitwijkplichtig maar de schipper zag de afvarende Noorse tanker geheel over het hoofd… De ‘Marilee’ is een kolossaal fel oranje joekel van maar liefst 228 meter lang. Die binnenschipper is daarna wel met stip gestegen op de lijst voor het verkrijgen van een blindengeleidehond.                                                                                                     Drie van de elf tanks van de ‘Almira’ scheurden open en lekten 120 ton styreen. De stank over West Brabant was hevig en tot in Utrecht te ruiken. De Veiligheidsregio Zee-land gaf als advies om maar liever even niet met het hondje langs de oevers van de rivier te gaan wandelen… Styreen is een heel gevaarlijk goor goedje; slecht voor de hondjes en dus ook voor mensen.

Er klonk regionaal wat bezorgd gemompel over de flegmatieke houding van de betrok-ken autoriteiten. Vreemd genoeg bleef zelfs de schreeuwerige en uiterst media-geile voorzitter van de Veiligheidsregio Zeeland, Jan Lonink, na een eerste oprispinkje heel erg op de vlakte. Ook de Rijkswaterstaat hield de kiezen stijf op elkaar hoe het nu eigenlijk kon dat er tankers met gevaarlijke lading foutief een vaarwater kunnen overste-ken dat onder controle staat van de verkeerleiders van het Schelde Coördinatie Cen-trum. Het evenement gebeurde nota bene recht voor de radartoren! Evenmin kwam er een sluitende verklaring waarom de opengescheurde en lekkende ‘Almira’  nog bijna acht (!) mijl is doorgevaren en pas voorbij de Belgische grens tot een calamiteit werd verklaard.                                                                                                                        De lading van de ‘Almira’ werd overgepompt, de rommel opgeruimd en de stank woei na drie dagen vanzelf weer weg. Daarna werd het stil in de media en wat hebben we sindsdien nog van deze bijna-ramp gehoord? Niets natuurlijk en dat was helemaal te verwachten!                                                                                                                     Het gaat bestuurlijk Nederland en België natuurlijk veel te ver om toe te geven dat het zo nu en dan stevig rammelt met de veiligheid- en navigatieprocedures op onze geza-menlijke rivier. Autoriteiten geven nooit graag toe dat ze hun zaakjes niet goed voor elkaar hebben. Dat geeft alleen maar aanleiding tot lastige vragen en tot begrijpelijke onrust bij de Zeeuwse burger. Dat willen Jan Lonink en zijn trawanten ons natuurlijk niet aandoen en dus zwijgen ze als het spreekwoordelijke graf.

In februari 2015 was het weer prijs toen op vrijwel dezelfde plaats de Zwitserse binnen-vaarttanker ‘Leonardo’ op klaarlichte dag zonder enige aanleiding onder de enorme knalgele Italiaanse roro-carrier ‘Grande Africa’, lengte slechts 214 meter, schoof. Ook aan deze bijna-ramp werd weinig ruchtbaarheid gegeven.

Op de Westerschelde vaart elke dag het hoogste percentage aan zee- en binnenvaart-schepen met gevaarlijke lading ter wereld. Deze boude stelling berust op mijn eigen visuele waarnemingen en niet op de cijfers van de verantwoordelijke beheerders, de Rijkswaterstaat en de Belgische evenknie. Het is politiek namelijk knap ongemakkelijk om de werkelijke risicocontouren rond de Westerschelde publiekelijk prijs te geven. De huidige fictieve risicocontouren vallen vanwege een verbluffend knap staaltje creatief boekhouden nog net binnen de puur theoretisch berekende normen.

De Nederlandse overheid heeft in Groningen crystalclear laten zien hoe men aankijkt tegen gevaren voor de burgers versus een economisch belang. Er moesten daar eerst dertigduizend huizen gescheurd zijn of op in elkaar donderen staan voordat de gas-kraan een beetje werd geknepen. Economisch belang overstijgt van regeringswege in eerste instantie altijd de veiligheid van de burgers.                                                           Dat stankgolfje uit de ‘Almira’  is voor geen enkele bestuurder aanleiding om het regiem voor de schepen met gevaarlijke lading op de Westerschelde eens aan te gaan scher-pen. Daar is een veel doffere dreun of op z’n minst een authentieke dodelijke gaswolk voor nodig. Zo werkt dat in een land waar pas aan het dempen van putten wordt gedacht nadat er een hele kudde kalveren in is verdronken. Ondanks zeurderige bet-weters.

   Send article as PDF