Mijn Opoe Tannetje

Opa en Opoe Hoogstrate

Mijn Opoe van vaderskant, Tannetje de Puit, is altijd een van de meest bepalende vrouwen in mijn leven geweest en gebleven.                                                                  Zij werd op zaterdag 17 maart 1877 geboren in het goede dorp Schore en overleed op zondag 1 februari 1959 een boogscheut verderop, in Hansweert. Onze Lieve Heer zal vast wel opgetogen geweest zijn met haar komst naar de Hemelse Heerlijkheid.            Zij is de rest van mijn eigen leven altijd de personificatie van al het goede in de mens gebleven. Dagelijks lijkt misschien wat overdreven, maar ik denk nog heel vaak aan haar terug. Hier in Kruiningen wordt dat eigenlijk alleen maar meer.

Mijn Opoe Tannetje trouwde met mijn Opa Marinus op vrijdag 30 augustus 1901 en zij kregen vanaf 1902 tot 1916 in totaal acht kinderen. Waarvan een dochtertje heel jong overleed en een zoon in de Tweede Wereldoorlog omkwam bij een bombardement door de geallieerden. Mijn vader Johannes was de jongste en werd daarom het kakkernisje genoemd. Het grote gezin woonde eerst in Kapelle aan de Postweg. Maar toen Opa een fruitboomgaard overnam achter de Boomdijk in Hansweert, verhuisden zij naar het overwegend rooms-katholieke dorp waar ik later ook werd geboren.

De meeste kinderen van Opoe namen een voorbeeld aan hun moeder en zetten een indrukwekkend regiment kleinkinderen op de wereld. Tussen al die neven en nichten wemelt het dan ook van de Tannie’s, Tanneke’s, Rinussen en Mariussen. Het feit dat mijn ouders er echter voor kozen om mijn broer en mij niet te vernoemen, was voor Opa Marinus aanleiding om ons de eerste maanden van ons leven straal te negeren.

Voor mij kwam daar nog een veel ernstiger doodzonde over heen. Alle kleinkinderen, mijn oudere broer incluis, waren allemaal keurig in de gereformeerde kerk gedoopt. Als enige van het hele kleinkinderspul ben ik toen niet met doopwater besprenkeld. Toen ik werd geboren, waren mijn ouders intussen tot de verstandige conclusie gekomen dat zij de keuze voor dat dopen toch maar liever aan mijzelf overlieten, eventueel later. Dat leverde mij wel een onvervalste status aparte binnen de familie op.                           Opoe en Opa lieten echter niets aan het toeval over om mij toch de herderlijke weg op te krijgen. Opa las na het eten altijd compleet onverstaanbaar en ellenlang uit de bijbel voor. Sloeg dan ineens met een klap het heilige boek dicht en bromde dat ik het leste wôôrd moest herhalen. Dat ging nog al eens mis en dan was er bonje aan de Boomdijk.

Opoe had vanuit haar onmetelijke grootmoederlijke goedheid een hele andere manier gekozen om te proberen mij in de Heer te krijgen. Altijd als ik er logeerde, zat ze elke avond aan mijn bed de prachtigste verhalen uit de bijbel te vertellen aan de hand van een intrigerende kleurenplaat waarin de levensweg van een mens tot in de hemel als een majestueuze oplopende trap werd uitgebeeld.                                                          Deze Stairway to Heaven van mijn Opoe was minstens zo intrigerend en mysterieus als de tekst van de latere megahit van Led Zeppelin.                                                             Mijn ongedoopte status was voor Opoe aanleiding om mij steeds met een surplus aan extra zorg en liefde te omringen. Ik genoot natuurlijk volop van al haar aandacht en toe-wijding, maar mijn kerstening is tot de dag van vandaag uitgebleven.

Op zondag moest ik, als ik bij mijn grootouders logeerde, met Opoe in Kruiningen ter kerke. Voorafgaand had ik thuis luidruchtig zuigend op een boterbabbelaar met verba-zing en ontzag gekeken hoe Opoe zich in haar zondagse kerkse dracht tooide.             Opoe heeft haar hele leven in de protestantse Zuid Bevelandse klederdracht gelopen. Het plooien en spelden van de rokken en de omslagdoeken duurde in mijn herinnering úren, evenals het opzetten van haar tupmusse en de brede gesteven zondagse boven-muts. Het spelden van de gouden oorijzers was een verdraaid secuur karweitje. Als het meest karakteristieke visuele beeld van mijn Opoe is daarom een glimlachende Opoe met een paar gouden mutsspelden in haar mond, frunnikend aan haar oorijzers, mij het meest bijgebleven.

Het enige leuke aan de Kruiningse kerkgang vond ik het fietstochtje er naar toe en weer terug, over de sluizen van Hansweert. Ik moest natuurlijk altijd wel even helpen om de fiets van Opoe tegen de kanaaldijk omhoog te duwen, want ze was toen al achter in de zeventig. Opa Marinus ging echter nooit mee. Hij vond per definitie elke gereformeerde predikant al ‘vêê’s te lochte’. En zolang dat de donderende voorspellingen voor een fel brandend vagevuur en de eeuwige verdoemenis niet in overvloed van de kansel afdro-pen, zagen ze mijn Opa daar niet in de kerk.                                                                   Ik werd tijdens de kerkdiensten, die in mijn herinnering minstens drie uur duurden, altijd zoet gehouden met een rolletje Kingpepermunt…‘ Meh dienk durom me jungsje, allenig zuuhe, nie biete, ééh!’                                                                                                       De enige ware zingeving die ik aan die kerkdiensten over heb gehouden is een bijzon-der warme en dierbare herinnering aan een door en door goede vrouw.                        Denkend aan mijn Opoe Tannetje ben ik mij ook altijd bewust gebleven van mijn eigen boerenafkomst. Ook al ben ik dan zelf in mijn leven een totaal andere kant opgegaan, mijn afkomst verloochenen heb ik door de herinnering aan mijn Opoe nooit gedaan. Mijn Opoe Tannetje zou toch nog eens moeten weten!                                               Ach, ze weet het ook vast wel…

   Send article as PDF   

4 gedachten over “Mijn Opoe Tannetje

  1. Hola Padre,
    Weer een prachtig verhaal. Een tijdreis naar het verleden
    Weer enorm van genoten!

    Je zoon

    • Zoon, dat is ook jouw verleden dus moest je het weten.
      Geniet van jullie vakantie and keep it cool!

  2. Hallo Lex,

    Van zo’n verhaal krijg ik heimwee en doet mij sterk denken aan het liedje van Wim Sonneveld………..het tuinpad van mijn vader………
    Het waren, voor ons kinderen, zorgeloze jaren. We realiseren ons te weinig hoe enorm wij boffen met zulke herinneringen.
    Met dank!

Reacties zijn gesloten.