Het bakkes van Fidel Castro

Afbeeldingsresultaat voor Fidel Castro

Aan de zuidkant van het eiland Cuba ligt nog een eiland, Isla de Pinos. Nadat Fidel Castro er in 1954 een tijdje in de Presidio Modelo gevangenis had gezeten, werd het eiland daarna door de communisten schielijk omgedoopt in ‘Isla de Juventud’, eiland van de jeugd. Ruim vier keer zo groot als Texel.

Toen ik er op 27 september 1974 met mijn schip ‘Coolhaven’ aankwam om grapefruits te laden, was het een opleidingscentrum voor de Cubaanse jeugd. Ieder jong lid van de Cubaanse Pioniers zat daar eens in zijn leven een paar maanden om er tot een brave socialist te worden omgeturnd. Isla de Juventud had binnen Cuba een ‘status aparte’ en viel rechtstreeks onder het gezag van de regering in Havanna.

Daar hadden wij allemaal geen flauwe notie van. Wat we wel direct hoorden, was dat de bemanning behalve de kapitein, er geen stap de wal op mocht. Er stond ook een gewapende soldaat voor de gangway om te zorgen dat er geen vuige kapitalist de grond van de Cubaanse heilstaat ontheiligde. Na een Atlantische oversteek van veer-tien dagen wilde een gezonde Hollandse knaap toch wel eens effe de beentjes strek-ken… Over dat verbod kreeg ik bij de inklaring een stevige aanvaring met de Cubaanse ‘compañeros’. Maar ze waren niet te vermurwen. Het hagelwitte strand met beachbar en de zwoele Cubaanse ‘muchachas’ waren de verleidelijk dichtbij, maar de kapitalis-tische Jan Kaas moest maar lekker op een houtje blijven bijten.

De volgende morgen was er ineens paniek!                                                                     Uit pure verveling waren mijn bemanningsleden begonnen om de soldaat onderaan de gangway te provoceren. Het begon met het laten zien van een pornoboekje en het ein-digde met een onverstandige actie van onze tweede stuurman, bijgenaam ‘Mum’. Deze stuurman kwam aan zijn bijnaam omdat hij zich in zijn kooi tijdens zijn slaap altijd hele-maal met zijn laken als een mummie inwikkelde. In elk geval, deze stuurman Mum vond het wel grappig om heel pesterig op de laatste trede van de gangway net te doen of hij op de kade wilde stappen, recht voor die soldaat met zijn Kalashnikov. Toen deze revo-lutionair daar niet op reageerde, trok Mum tergend langzaam zijn broek omlaag, toonde hem zijn spierwitte billen en zei daarbij in veel te goed verstaanbaar Spaans…‘El jeta de Fidel Castro’…het bakkes van Fidel Castro!

Toen waren de rapen goed gaar!                                                                                        De soldaat ontgrendelde zijn proppenschieter, Mum stoof de gangway weer op, er werd Cubaanse versterking opgeroepen, de kade afgezet en iedereen stond met schuim op de bek door elkaar heen te schreeuwen… ‘El Lider Maximo’ was zwaar beledigd door een stelletje Hollandse imperialisten! Iedereen kwaad, de assistent-havenmeester boos, de havenmeester zelf nog veel bozer, de agent van het schip furieus en ik verwachtte al de reis zonder stuurman Mum te moeten voortzetten.                                                       Na een uurtje steeg de spanning helemaal ten top toen er een paar Landrovers piepend de kade opscheurden. De agent van het schip trok meteen helemaal wit weg… dàt was Arturo Lince González ‘himself’, de gouverneur van het eiland, een ex-straaljagerpiloot en persoonlijke vriend van Fidel Castro.                                                                             Die moest dringend de kapitein spreken…‘Immediatemente!’                                            ‘Compañero’ Lince en zijn vijftienkoppig gevolg propten zich strijdlustig in mijn kantoor en ik kreeg het op allerlei manieren Spaans benauwd! Vooral vanwege het beeldschone Cubaanse tolkje dat met haar veel te korte rokje op een laag stoeltje vlak voor me zat… ‘Mádre de Diòs!’                                                                                                                   De onderhandelingen waren hard, maar fair.                                                                     Ik bood namens Mum mijn excuses aan voor het foute grapje, doch nam het wel Arturo Lince persoonlijk kwalijk dat we als een stelletje staatsgevaarlijke criminelen op ons schip gevangen werden gehouden. Felle ellenlange discussies, maar na een heleboel gebakkelei beloofde Arturo toch de volgende dag drie auto’s te sturen om de hele be-manning, inclusief dissident Mum, het eiland te laten zien.

De volgende dag werd een doorslaand succes!                                                                  Isla de Juventud bleek een prachtig eiland, Nueva Gerona een aardig stadje, verder uit-gestrekte moderne citrusplantages met dertien schoolinternaten waar kleine Cubaantjes tot socialistische burgers werden omgebouwd. Tot slot kregen we een feestelijke lunch aangeboden waar ook Arturo Lince bij aanschoof. Daar tekenden Cuba en Holland een eeuwigdurende vrede en mocht de bemanning van de ‘Coolhaven’ voortaan gewoon de wal op. Ècht hele toffe peren, die Cubaanse communisten!

   Send article as PDF   

2 thoughts on “Het bakkes van Fidel Castro

  1. ‘La Patria O Muerto.
    Venceremos.
    Viva la Revolucion.
    Viva la Cuba’

    ‘Het Vaderland of de Dood.
    Wij zullen Overwinnen,
    Leve de Revolutie.
    Leve Cuba’.

    Dit was de strijdkreet van Che Guevara en daarmee werd elk nieuwsjournaal, krantenbericht of ambtelijke brief ondertekend.

  2. Een revolutionair volk leert van zijn overwinningen, maar nog meer van zijn tegenslagen.

    Fidel Castro
    Rede mei 1970

Reacties zijn gesloten.