Hoezo eigenwijs… ik?

Dat ik af en toe een beetje eigenwijs ben, is een understatement. Dan word je nog wel eens hardhandig op je plek neergezet. Zoals op die vrijdagavond, begin februari 1976. Ik voer als kapitein op de ‘Seinehaven’, een stevig zeewaardig schip met 3000 pk onder de motorkap. Op een lijndienst tussen Marseille en het Algerijnse Oran. Zuidgaand met stukgoed, noordgaand terug met citrus en wijn in bulk. Eigenlijk was het maar een duf lijndienstje. In zesendertig uur jakkerden we van Frankrijk naar Algerije. En drie dagen later weer terug… gááp.

Op die bewuste vrijdagavond vertrokken we van de Quay de la Joliette in Marseille met een volle lading stukgoed. Inclusief een stevige deklast van CKD-materiaal. Dat waren grote kisten met carrosserieonderdelen voor de automobielindustrie. Die dingen wogen haast niets, maar waren moeilijk zeevast te sjorren. De sjorploeg had echter goed zijn best gedaan en daarom vertrokken we ’s avonds om negen uur onder loodsaanwijzing naar zee. Terwijl ik samen met de loods op de kille brugvleugel stond te wachten op de aankomst van de kotter, vroeg de loods hoe ik de zuid inging. Verbaasd zei ik natuurlijk gewoon rechtdoor naar Mallorca te gaan.

Heel beleefd adviseerde de loods me om dat vooral niet te doen en maar een omweg te maken. Stijf onderlangs de Franse kust, langs Sète, tot voorbij Cap Creus, net op de grens met Spanje. Hij was ook nog zo vriendelijk om uit te leggen waarom. De tempera-tuur was eind van de middag sterk gedaald en dat betekende dat er een pittige mistral op komst was en… ‘Ça c’est vraiment de la merde, monsieur le commandant!’  Oftewel, stront aan de knikker!                                                                                                        Ik heb het mannetje eens vies aangekeken en heel arrogant laten weten dat ik heus wel wat gewend was in de Golf van Biskaje en ’s winters op de Noord Atlantic. Voor zo’n lo-kaal windvlaagje in de Mediterranée ging deze jongen natuurlijk niet ineens allerlei rare koersen sturen… ‘No way!’  De loods schokschouderde berustend, schudde mij de hand en met een waarschijnlijk cynisch bedoeld ‘Bon voyage..!’ daalde hij de loodsladder af.

Knap frisjes buiten, donkere heldere avond, windje vanuit het noordwesten een stuk of vier, helemaal niets in de weg. Toen ik het geleuter van dat paniekerige Franse padvin-dertje alweer haast vergeten was, merkte ik na een uurtje wel dat de wind iets begon toe te nemen. Met de wind een paar streken achterlijker dan dwars aan stuurboord snelde de ‘Seinehaven’ met vijftien knopen per uur braaf richting Mallorca, zo’n twee-honderd mijl verderop.

De stormwind, de mistral, tròf het schip met een keihard grommend gedreun! Niet eer-der zoiets meegemaakt en later ook nooit meer! Vanuit het niets loeide de wind ineens rond en over het schip en werd het zicht sterk verminderd door opwaaiend schuim.    De ‘Seinehaven’ werd vanwege de windgevoelige deklast flink over bakboord gedrukt. Het daverende natuurgeweld was zo onwaarschijnlijk dat ik veronderstelde dat dit natuurlijk nooit lang kon duren. Maar dat was ijdele hoop. Na een kwartiertje werd het gedreun, het gegier en het gefluit alleen nog maar èrger.

De zee liep meteen al snel op en na een turbulent half uur begon het schip door de kor-te bonkige zee zwaar te gieren en te slingeren. Met de dekverlichting aan zag ik dat de deklast er nog op stond, de vraag was alleen hoe lang nog. Na een uurtje moest ik al vaart verminderen om het slingeren te beperken, maar dat maakte weinig uit.               Ik bekeek vanachter de stuurhuisramen het dreigende natuurgeweld en telde mijn kno-pen. De windkracht kon ik niet tellen, er was geen windmeter geïnstalleerd. Maar ik ben er nog steeds van overtuigd dat het toen harder woei dan windkracht 10. Voor midder-nacht ben ik omgedraaid om er recht tegenin te gaan steken. Pas de volgende morgen bij daglicht kwam ik eindelijk in het opper nabij Fos.                                                           Stijf onder de Franse wal ben ik daarna naar Cap Creus gescharreld. Een dure ervaring rijker en een illusie armer. Omdat ik als stronteigenwijs ‘rookie’ natuurlijk beter naar het deskundige advies van een ervaren lokale expert had moeten luisteren en handelen.

Alle daaropvolgende reizen voer ik haast óver de stranden van de Languedoc-Rousillon en meed ik de passage dwars door de Golf van Lion als de pest.

   Send article as PDF   

2 thoughts on “Hoezo eigenwijs… ik?

  1. Helemaal juist, Bertus, alleen moest ik hem even googlen, mijn Latijn is wat roestig geworden.
    Oscar Wilde zei het ook treffend :
    ‘Ervaring is eenvoudig de naam die we aan de som van onze fouten geven’.

Reacties zijn gesloten.