De Verlichting blijft duister…

CityTec is een landelijk opererende organisatie die het onderhoud verzorgt van onze openbare verlichting. Na maanden van gedeeltelijke duisternis, talloze meldingen en een krantenartikel kwam er begin februari eindelijk een hoogwerker de boulevard van Kruse Veer opgereden. De monteur frunnikte wat aan een armatuur en kwam daarna een praatje maken. Ik vertelde hem dat er in totaal zes armaturen niet brandden… ‘Sorry meneer, ik heb er maar vier doorgekregen!’ waarop ik hem de andere twee ook aanwees. Maar daar kon hij verder niets mee. Die twee waren niet gemeld, stonden dus niet in zijn opdracht. Daar zou hij dan misschien een volgende keer voor terugkomen. Deze monteur was het ongetwijfeld streng verboden om zelf na te denken. Op het zelf initiatief tonen stond waarschijnlijk op staande voet de zak. Ik had medelijden met de monteur en zijn troosteloze bedrijf.                                                                                   En ’s avonds… nog steeds gewoon vier armaturen op zwart!

Twaalf jaar lang heb ik samen met een collega leiding mogen geven aan een Vlissings havenbedrijf. We hebben het eerst zelf opgericht en dat viel nog niet mee, halverwege de jaren tachtig, midden in een economische crisis die verder niemand zich nog herin-nert en met een renteniveau van rond de 14%. Met weinig vast personeel en uitermate professionele flexibele werkkrachten konden we letterlijk bergen werk aan. Zoveel zelfs dat er af en toe door ons aan de handrem moest worden getrokken. Dat werd ons dan door ons personeel behoorlijk kwalijk genomen.  In een havenbedrijf was elk schip dat geladen of gelost moest worden, een project dat soms één dag en af en toe een hele week duurde. Vooraf werd zo’n operatie in grote lijnen doorgesproken met een aantal personeelsleden. Die kregen vervolgens veel vrijheid om het project uit te voeren naar hun goeddunken en voor hun eigen verantwoordelijkheid. Wij kwamen beslist niet elk uur vragen hoe het ging. Werd ook niet bepaald op prijs gesteld.                                   Mijn collega haalde zijn overzicht als manager hoofdzakelijk in de kantine, tijdens het klaverjassen. Tussen het bieden door, maakte hij dan een paar terloopse opmerkingen over een lopend karwei. Zo stuurde hij dan het project net die richting op die hij vond dat moest gebeuren. Maar hij paste er wel voor om zich teveel op te dringen, hij was een virtuoos in ‘lowprofile management’. Hij gunde zijn botenbazen, de projectmana-gers van de haven, maximale vrijheid om hun karwei uit te voeren. Na elke shift werden er een paar hoogstnoodzakelijke kerncijfers doorgegeven. Als het schip weer klaar was en de klant tevreden, kregen de botenbazen en het personeel dat ook luid en duidelijk te horen. ‘Van een schouderklopje is nog nooit iemand geblesseerd geraakt’. Een quote van ‘good old’ Leo Beenhakker.

Met een superplatte organisatie wisten wij na een aantal jaren bijna een miljoen ton stukgoed per jaar te behandelen. Op drukke dagen deden wij dat samen met meer dan tweehonderdvijftig havenmedewerkers. Het trok in de West-Europese havenwereld de nodige aandacht en op de vraag wat nu eigenlijk ons geheim was, wezen wij eerst en vooral naar buiten. Dáár loopt ons geheim, of rijdt op een heftruck, of zit in een kraan. Die mensen daar deden het allemaal, elke dag weer, het hele jaar door. Als wij zelf dan iets positief hadden bijgedragen dan was het dat wij ons wisten te omringen door uit-stekend gemotiveerd personeel. Dat dacht voor ons, handelde namens het bedrijf en werkte voor onze klanten. Zulk personeel bestond toen, gelukkig, maar nú nog steeds!

De meest besmettelijke bedrijfsziekte van het derde millennium is de epidemisch voort-woekerende management-obesitas. Veel zichzelf respecterende’ bedrijven hebben zich uitgebreid voorzien van een verstikkende deken van managementlagen. De bedrijfsuit-rusting bestaat uit strakke Hugo Boss-kostuums, felgekleurde stropdassen, een laptop en een in de handpalm vergroeide smartphone. De godganse dag met elkaar in verga-dering over het aanscherpen van de protocollen en de procedures. Meestal stampvol in de wigwam met doorelkaar snaterende ‘Chiefs’  zodat er voor de ‘Indians’ geen plaats meer is. Die worden overladen met tegenstrijdig knellende opdrachten de prairie opge-stuurd.

CityTec is ook zo’n bedrijf, vermoed ik zo. Met een vuistdik protocol voor elke kaduke lamp.                                                                                                                                 De Vader van de Verlichting, René Descartes, zou hun felverlichte schutspatroon moe-ten zijn. ‘Cogito ergo sum’ slaat namelijk vooral op de ‘Indians’ met hun hoogwerkers.

   Send article as PDF