Zorg om ons zilte erfgoed.

In ‘la douce France’ hebben ze bepaald niet stilgezeten. En er ook niet met de Franse slag naar geslagen… ‘mais non!’ De Fransen zijn namelijk bijzonder zuinig en slim met hun erfgoed omgegaan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit hun prestigieuze lijst van ‘Les plus beaux villages de France ‘ waarop maar liefst 157 dorpen staan die tot in de perfectie zijn gerestaureerd. Kosten noch moeite zijn te veel om op die lijst te komen.                   In de Provençaalse Luberon waar wij jarenlang op vakantie gingen, liggen pareltjes als Gordes, Lacoste, Ménèrbes, Bonnieux, Rousillion en Lourmarin. In het departement Lot ligt volgens velen het mooiste Franse dorpje, Saint-Cirq-Lapopie. Alle genomineerde dorpjes waren aanvankelijk vervallen en vrijwel verlaten. Nu zijn ze tot in elk pittoresk detail met behulp van stevige Europese subsidies gerestaureerd en stuk voor stuk grote publiekstrekkers. De kostbare restauraties betalen zichzelf vele malen terug.

Yerseke heeft een klinkende reputatie als de schelpdierhoofdstad van West Europa. Daarmee is Yerseke vanuit de staat van bittere armoede van honderdvijftig jaar gele-den, gegroeid naar de huidige status van een van de rijkste dorpen van Zeeland.            De kweek en handel van schelpdieren heeft Yerseke  grote welvaart gebracht. Het dorp drijft economisch volledig op de visserij. Van heinde en verre komen ook de toeristen toegestroomd om er te komen genieten van de zilte zaligheden. Talloze restaurants doen het jaar in de rondte uitstekende zaken.

Maar schelpdierenkweek en visserij zijn vanwege de grillige natuur bijzonder kwetsbare biologische activiteiten. Vrijwel elk jaar moet de mosselhandel wel een tijdje stilgelegd worden omdat er zich weer wat nare colibacterieën in de schelpen hebben genesteld. De oesters hebben zwaar te lijden onder een geniepig slakje, de oesterboorder, dat korte metten maakt met de jonge oesters. De palingvissers en hun fuiken zijn vrijwel geheel van de Oosterscheldetoneel verdwenen omdat er  vrijwel geen paling meer is. Voor de kreeftenvangst zijn er door de overheid absurd veel vergunningen uitgegeven, dus dat loopt binnenkort fout. Er zijn nu al te weinig jonge kreeften en er worden teveel zieke kreeften opgevist. De bloeiende sportvisserij op de Oosterschelde is tegenwoor-dig een armetierige vertoning geworden omdat er gewoon te weinig vis zit. De Wester-schelde is intussen een veel rijkere visstek geworden.

De sector moet dus aan de bak om de reputatie te behouden. Innovatieve manieren ontwikkelen voor de mosselkweek en er worden honderdduizenden euro’s geïnvesteerd om de oesters van de ondergang te redden. Zonder schelpdieren wordt Yerseke een dood dorp en dat dreigt te kunnen gebeuren. Er zijn in het verleden wel grotere culturen dan de schelpdiercultuur roemloos ten onder gegaan.                                                       De industrie doet veel inspanningen om dit te voorkomen. Nieuwe technieken om ziek-tes van de schelpdieren te bestrijden, worden ontwikkeld. Tekort aan product wordt gecompenseerd door importen. Mossels uit Duitsland, oesters uit Ierland en Frankrijk, kreeften uit Canada en vis uit Denemarken en Noorwegen. De uitbaters van De Oesterij verwennen hun gasten niet alleen gastronomisch, maar organiseren ook dagelijks excursies door de oesterputten en naar mosselbanken.

Maar wat doet de politiek? Het schrijnende gebrek aan een ‘overall’-visie bleek mij toen ik laatst met hondje een wandeling maakte langs de Havendijk en over de oesterputten. Met deze entourage heeft Yerseke voor de toekomst gewoon púúr goud in handen!        Een authentiek stukje verleden dat schreeuwt om een ‘Masterplan’ om dat hele gebied te upgraden. Fransen zouden het wel weten! Dijk, putten, schuren, de insteekhaventjes en de buitendijk aan de Oosterschelde zouden met veel aandacht voor alle historische details teruggebracht moeten worden in oorspronkelijke staat. Daar moeten dan de oesterkweek, handel en horeca ruim baan krijgen om er een authentiek ‘tableau vivante’ van te kunnen maken. Een unieke mogelijkheid om de reputatie van Yerseke in steen te beitelen.

Alleen wij zijn geen Fransen en hebben dus ook niet zo’n diepgewortelde devotie voor ons patrimonium. Met een beetje knip- en plakwerk is het gebied rond de oesterputten echter beslist niet te restaureren. Daarom laten we het nu liever verpauperen dan het geheel met ruimvoldoende fondsen in oude glorie terug te brengen.                              Het opkalefateren van het Haagse Binnenhof is op 700 miljoen euro begroot. En als het karweitje klaar is minimaal één miljard..! Voor slechts één procentje kan het zilte erf-goed van Yerseke worden veiliggesteld. Of is die Zeeuwse politieke lobby inderdaad een tandenloze leeuw?

   Send article as PDF   

2 thoughts on “Zorg om ons zilte erfgoed.

  1. Tja, je kunt niet alleen je eigen graf graven, maar ook in elkaar laten ‘stuuken’.
    En dat zou jammer zijn voor alles wat er na ons komt. De manier waarop wij met het erfgoed omgaan, is een graadmeter voor ons beschavingsniveau.

  2. Helemaal waar. Spijker op zijn kop. Telkens weer heb ik dit in Kruiningen aan de orde gesteld. Willen we toeristen, ze komen graag, maar mag het dan ook wat kosten? Probleem is ook de houding van de geldverdieners aan het water zelf. Enkelen hebben het gesnapt en willen meewerken maar de meerderheid van de bedrijven doen er alles aan om die lastige pottenkijkers, die maar in de weg lopen, dwars te zitten. Sommige authentieke loodsjes zijn gewoon gesloopt of men laar ze van ellende in elkaar stuiken. Als de ondernemer de kont tegen de krib blijft gooien is het vechten tegen de bierkaai. Erg jammer want het had zo mooi kunnen zijn.

Reacties zijn gesloten.