de rivier…

De brede en op diverse plaatsen tientallen meters diepe Westerschelde is eigenlijk nog maar een piepjonge riviermonding. Pas rond het jaar 1100 braken de zandruggen bij Rilland door en kwam er een eerste verbinding tussen de ondiepe zeearm Honte en de rivier de Schelde. Die Schelde mondde alle eeuwen daarvoor via de Oosterschelde en de Eendracht uit in de Noordzee.                                                                                   De Sint-Maartensvloed van 1375 en de desastreuze  Sint-Elizabethsvloed van 1404 vergrootten en verdiepten de zeearm zodanig dat ook de scheepvaart er gebruik van kon gaan maken. In 1433 werd voor het eerst tol geheven voor de schepen bestemd voor Antwerpen bij de nederzetting Hontemuiden, in de buurt van het huidige Rilland. Moeilijk te realiseren dat er ook nog helemaal geen Westerschelde bestond toen er rond 900 al mensen woonden op het Oude Plein in Kruiningen, zoals uit opgravingen recent bleek. Vanuit mijn werkkamer zie ik de toren van de Sint-Willibrordusbasiliek van Hulst, net rechts van het spitse torentje van Lamswaarde. Hulst kreeg al in 1180 stads-rechten toen de Westerschelde nog niet eens een doorgaande rivier was. Voor een historicus van de kouwe grond zoals ik zijn dat opmerkelijke feiten. Zeker in relatie met de huidige brede majestueuze druk bevaren vaarweg voor de grootste schepen ter wereld.                                                                                                                         Toen ik een kleine zeventig jaar geleden als een nieuwsgierig snotneusje voor het eerst de Hansweerste zeedijk op klom, zag de Westerschelde er ook totaal anders uit. Alleen al de vaarwaters hebben zich in die relatief zeer korte periode drastisch verlegd.         De scheepvaart van en naar Antwerpen kwam destijds via het Middelgat, langs Baar-land, Hoedekenskerke en de Biezelingse Ham langs Hansweert gevaren. Onder de Zeeuws-Vlaamse wal lag de Schaar van Ossenisse voor de kust- en binnenvaart en daartussen was een ondiepe nauwelijks betonde geul, de Overloop van Hansweert. Vrijwel uitsluitend door natuurlijke getij-erosie is de Overloop van Hansweert nu het brede hoofdvaartwater geworden waardoor de containermastodonten met diepgangen tot vijftien meter varen. De Schaar van Ossenisse is vrijwel dichtgeslipt en het Middel-gat wordt alleen nog door de binnenvaart gebruikt.                                                      Ook de oeverprofielen hebben opmerkelijke metamorfosen ondergaan. Vlissingen, Breskens en Terneuzen hebben de oevers met een groot aantal skyscrapers bezaaid. De Sloehaven, de kerncentrale van Borssele, Dow Chemical, de koeltorens van Doel, de eindeloze chemiecomplexen van o.a. BASF en de talloze containerkranen van Antwerpen verklaren de intensieve scheepvaart op de Westerschelde.                       Last but not least zijn de PSD-veerdiensten verdwenen en is ineens als een feniks Kruiningen-sur-Mer, bijgenaamd Kruse Veer verschenen. Als een soort reuzenlucifers staan op de  nautisch-strategische locaties de grijze radartorens met rode top en rond-draaiende scanners om een substantiële bijdrage te leveren aan de veiligheid op de rivier.                                                                                                                          Nadat in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw de rivier qua onderwater-fauna en flora vrijwel dood was, is daarna rigoureus ingezet op natuurherstel. Vandaag zien wij hier weer sportvissers bij de vleet, zeehonden tot op de banken van Rilland, garnalenkotters slepend met hun boomkorren, tuimelend jagende bruinvissen en par-mantige aalscholvers die na het vissen hun vleugels drogen in de wind.                      Met de Westerschelde heb ik altijd een bijzondere band gehad. Een Oostenrijker wordt misschien snotterig sentimenteel van die ene berg bij zijn dorp, een Keniaan van het geelgolvende landschap van de Serengeti en een Amsterdammer van de Westertoren. Voor mij is en was de Westerschelde altijd het beeldmerk van mijn roots. Op veel mooie plaatsen op deze planeet geweest, maar niets geeft mij zo’n diepgeworteld thuisgevoel als het wijde zicht over deze rivier.                                                                                      Als de kers op de taart mocht ik een klein beetje tekst en een paar foto’s aanleveren voor een verder nu al legendarisch fotoboek over de Westerschelde dat in het voorjaar van 2018 zal worden gepubliceerd door uitgeverij ‘De Groote Roeibaerse’ van Theo Spinnewijn. Een regelrechte ‘must-have’ voor elke Westerschelde-lover met een hoog zoutgehalte in zijn bloed.

   Send article as PDF