Zeeuws

Ook al ben je nog nooit op Corsica geweest, toch zal de groep I Muvrini’ er op hun ma-gistrale wijze voor zorgen dat je helemaal lyrisch wordt over dat Franse eiland.             Eénmaal ben ik met een zwaar stampend en slingerend schip in de koude trieste mis-tige regen The Mull of Kintyre op de westkust van Schotland gepasseerd.                 Maar zwijmelend luisterend naar die smartlap van Paul McCartney krijgt iedereen spon-tane visioenen om onbedwingbaar naar dat paradijselijk oord te verlangen.

Voor Engel Reinhoudt, Jewannes van der Linde en zeker voor Katinka Polderman is het oproepen van dat soort muzikale hallucinaties over Zeeland niet weggelegd.                   Evenmin levert het gebonk en geschreeuw van Surrender nog enig zwoel Zeeuws ge-voel op.                                                                                                                                Terwijl in Zeeland toch zoveel is te vinden dat ergens anders niet of erg weinig is.           En wij missen echt niets van wat er in de rest van Nederland in overvloed aanwezig is.

Alle reden om ‘mee de bost vôôrruut’ te gaan lopen, maar dat doet een Zeeuw nu een-maal niet zo vlug.                                                                                                                 Het lijkt erop dat het ons genetisch aangeboren is om zwijgend voortdurend omlaag te staren.                                                                                                                               Naar de klei, de blubber, het ontluikende gewas of de hopen paardenstront.                    Misschien ook omdat wij van oudsher een bovenmodale portie bescheidenheid met de paplepel ingegoten hebben gekregen.

Qua inwoners de kleinste en qua oppervlak de op één na kleinste provincie van het land.                                                                                                                                   In heel Zeeland wonen net zoveel inwoners als in Rotterdam-Zuid.                                 Ons boertige imago en onze afgelegen ligging doen menig Hollander neerbuigend op ons neerkijken.                                                                                                                    Een reis naar Zeeland klinkt veel Randstedelingen net zo exotisch in de oren als op een safari gaan in de Keniaanse Serengeti.                                                                              Jan-Peter Balkenende werd door de media zonder uitzondering als een ‘oarig’ type ver-sleten en Danny Blind was voor die zeventien miljoen andere bondscoaches een grote prutser.

In 2014 werd de Krim door Rusland geannexeerd, iedereen sprak daar schande van! Maar al 175 jaar eerder werd Zeeland door de Belgen brutaalweg in beslag genomen. Met het Tractaat van de Schelde kreeg in 1839 België de onbetwiste hegemonie over de Westerschelde.                                                                                                              De aorta van Zeeland kwam tot in der eeuwigheid in Belgische handen.                        Sindsdien moet heel Zeeland in de houding springen zodra er in Brussel een scheet of in Antwerpen een boertje wordt gelaten.                                                                            Nederland zal het natuurlijk nooit openlijk erkennen, maar dat verrekte Schelde Tractaat is zonder enige twijfel onze langstdurende Nederlandse nationale nederlaag.

Dat alles heeft nogal wat littekens achtergelaten op de Zeeuwse ziel.                               Want wij zijn uiteindelijk wel de sjaak en zitten ‘shocking’ klem tussen Holland en Vlaan-deren.                                                                                                                                  Maar het heeft ook onze identiteit versterkt.                                                                       We zijn weliswaar te introvert om het hardop te zeggen, maar eigenlijk hebben we met Den Haag en Brussel geen zak te schaften.                                                                       Laat ons nou maar gewoon lekker ons eigen ding doen.                                                    Een Zeeuw loopt liever kilometerslang in weer en wind langs de dijk, dan goed beschut door de Haagse Passage, de Brusselse Nieuwstraat of over de ‘Antwaarpse’ Meir.        De Mosseldag in ‘Yese’  vinden we heel wat lolliger dan de Amsterdamse Gay Pride. Een ‘rondje met een pontje’ fietsen is voor ons heel wat uitdagender dan een dagje Efteling of Walibi.                                                                                                                 Trouwens ook nogal wat goedkoper.

Een echte Zeeuw heeft geen kapsones, is ‘down to earth’ en dringt zich niet op.            Elke stennis schoppende ‘buutendieker’ wordt met Zeeuwse ondoorgrondelijkheid aan-gehoord en vervolgens straal genegeerd.                                                                           Verwoede pogingen om zich als een Zeeuw voor te doen van alle door de heer W.A. van Oranje hierheen gedeporteerde commissarissen worden minzaam glimlachend getolereerd.                                                                                                                        Het huidige exemplaar hebben ze, verstopt achter een graspol, gevonden in de buurt van Ootmarsum, stijf tegen de Duitse grens.

Het overerfde eilandgevoel van de Zeeuwen is veruit superieur aan de Haagse of Brus-selse regel- en bemoeizucht.                                                                                              Het uitzicht vanaf een Zeeuwse dijk of duin is en blijft ongeëvenaard.                              De vruchtbare polders en de goed in het struweel verborgen dorpen worden door de dijk strikt gescheiden van het onberekenbare water.                                                          Elke dag weer een verrassing hoe dat water eruit ziet, liefelijk of woest.                           Het getij van eb en vloed is de eeuwig vibrerende ademhaling van Zeeland.

Niks mis met Zeeland, integendeel.                                                                                    Het wachten is alleen tot Racoon eindelijk eens tijd heeft om een beklijvende Zeeuwse deun te componeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *