De Stammen van de Scheldes

De slurf, het wormvormig aanhangsel van Zuid-Beveland, heeft men in een momentje van historische onoplettendheid ‘Reimerswaal’ genoemd. Voorwaar een historisch-geografische mispikker! Het oude Reymerswael lag notabene stijf tegen het eiland Tholen aan, waar nu de Bergsediepsluis ligt! Door diverse stormvloeden geteisterd, verdween Reymerswael in de zeventiende eeuw onder de golven. Overigens waren destijds die Reymerswaelers ook nog eens van de verkeerde kant. Zij kozen in de Tachtigjarige Oorlog voor de vijand, de Spanjaarden. NSB-ers ‘avant-la-lettre’ dus. De Hollandse watergeuzen verwoestten daarom Reymerswael in 1572… Als men vijftig jaar geleden nou zo dolgraag voor die nieuwe heringedeelde gemeente in de slurf van Zuid-Beveland een verdronken dorp als naam wilde, had men toch beter ‘Nieuwlande’ of ‘Valckenisse’ kunnen nemen. Beetje eigenwijs!

In die slurf wonen tot op de dag van vandaag de twee Stammen van de Scheldes. Twee totaal verschillende volkeren, de Stam van de Oosterschelde en de Stam van de Westerschelde. Uiterlijk goed van elkaar te onderscheiden door verschillende tinten bruin èn de significante spleetogen.                                                                                  Die van de Oosterschelde staan constant op de dijk met grote hebberige ogen naar het noorden en naar de mosselpercelen te staren en hebben daarom allemaal van die roodbruinverbrande rimpelige nekken.                                                                              Het volk van de Westerschelde daarentegen, altijd beducht voor dreigend gevaar vanuit Zeeuws-Vlaanderen, staat hele dagen met samengeknepen spleetoogjes en donker-bruine smoelwerken recht tegen het zonnetje in naar de Overkant te turen.                    Verder kunnen wij het peuk met elkaar vinden en kunnen wij elkaar ook nog redelijk verstaan.

Mijn zwager is een door het water gewassen krijger van het Oosterscheldevolk. Zijn hele leven doorgebracht op de Oosterschelde als paling- en kreeftenvisser. Kent elke plaat, geul, ondiepte of diepe put van de Oosterschelde. Weet precies waar de meeste vis zit en waar hij aan de oevers oesters en kruukels kan vinden. Kent alle mossel- oester- en kokkelkotters van naam, visserijnummer en eigenaar. Eén blik vanaf de dijk op het water en de wind en hij weet feilloos wat er die dag kan en mag. Een authentiek natuurmens met een verbluffende kennis van natuur, meteo, fauna en het beheer van het erfgoed Oosterschelde. Zijn zorgen daarover zijn dan ook groot.                              Zelf ben ik al mijn hele leven idolaat van de Westerschelde. Ben eraan geboren, heb er jaren op gevaren, in de havens aan de oevers mijn boterhammen verdiend en er al vijfendertig jaar direct met uitzicht op de rivier gewoond. Hier op Kruse Veer kijk ik royaal vanaf Baalhoek tot Hoofdplaat. Geregeld hang ik thuis nog urenlang gebogen over zeekaarten van de Westerschelde en haar mondingen. Ik zal er nooit genoeg van kunnen krijgen. Het blijft boeien, een genetisch bepaald instinct.                                    Sinds wij in Kruse Veer wonen, is het traditie geworden dat mijn zwager zondags eind van de middag om de appeltaart komt. Hij heeft dan al een halve middag bij de Verkeerspost Hansweert naar de voorbijkomende zeevaart zitten kijken en komt dat dan bij ons nog even dunnetjes overdoen. Hij vindt zeeschepen ongeveer net zo mooi als ik mosselkotters…altijd interessant om eens even naar te kijken, maar niet elke dag! Mijn zwager weet alles van de visserij op de Oosterschelde en ik weet nog aardig wat te vertellen over de schepen en de scheepvaart op de Westerschelde. Volgens mijn vrouw c.q. zijn zus, die tussendoor perfect de catering verzorgt, leveren onze zondagse gesprekken altijd een uurtje op van maritieme, nautische en ecologische kruisbestuiving van een adembenemend hoogbegaafd niveau. Zelf zien wij dat anders.                        Wij delen slechts de kennis der Stammen van de Scheldes. Zoals destijds de Indianen ’s avonds rond het brandende kampvuur de verhalen van en over hun voorouders deelden, zo houden wij de kennis van de Scheldes up-to-date. Zonder kampvuur weliswaar, maar wel met verrekijkers, een uitgebreide collectie zeekaarten en MarineTraffic op de laptop.                                                                                                Wij zijn ons er beiden echter voortdurend èn met diep respect van bewust dat wij enkel en alleen op de schouders mogen staan van vele generaties van onze voorouders die eeuwenlang gezwoegd, gesjouwd en geploegd hebben om van die slurf van Zuid-Beveland zo’n ontzettend mooi en boeiend stukje NL te maken. Dat wij daar nu het vruchtgebruik van mogen hebben, beschouwen wij als een grote rijkdom èn een dure verplichting. Dus zijn wij voorlopig op zondag daarover nog lang niet uitgekletst.

   Send article as PDF