The Noble Art of Competition…

Toen wij in 1986 besloten om de Vlissingse haven te verrijken met de komst van een nieuw havenbedrijf, was het op dat moment het enige en almachtige staatshavenbedrijf NV Haven van Vlissingen buitengewoon pissed-off. De toenmalige directie, Ad Oreel en Willem van Tatenhove, beloofden ons binnen een jaar kapot te maken. Hallo, jongelui, moest dat nu echt zo?

Persoonlijk konden wij het echter best goed met elkaar vinden, want een paar maanden later troffen wij Ad Oreel op een havencongres in Marseille. ’s Avonds hadden wij het samen met de echtgenotes heel gezellig, dinerend  bij ‘Chez Paul’ aan de Vieux Port. Terug in Vlissingen zag Ad ons weer niet staan van de mist en ging driftig verder ons het leven moeilijk te maken.                                                                                                Ons bedrijf ging als Usain Bolt uit de startblokken en dat maakte de relaties met de buren er ook niet bepaald soepeler op. Zij stuurden ons heel attent geregeld de FNV, de Arbeidsinspectie en het GAK op ons dak en er ontstonden enige schermutselingen tussen wat heethoofdige vorkheftruckchauffeurs. Maar wij hadden allemaal geen tijd voor die flauwe kul, daarvoor hadden wij veel te veel werk. Behalve veel werk werden ook de schepen die wij voor de kant kregen steeds groter. Daar waren o.a onze kranen niet helemaal op berekend. Soms moesten wij zwaardere huurkranen vanuit de gekste plekken van het land naar Vlissingen laten komen. Bij de buren stond een heel regiment zware Gottwald-havenmobielkranen. Het duo Oreel & Van Tatenhove prakkiseerde er echter niet over om er een paar aan ons…‘de vijand’…te verhuren. Gold ook voor zware vorkheftrucks en ander materiaal. Blijkbaar paste dat in hun strategie om ons zo snel mogelijk te elimineren door nog geen roestige spijker ter beschikking te stellen. Ook al hadden zij er zelf onvoldoende werk voor en wij er goed voor wilden betalen.                  Onze medeaandeelhouders dus maar eens lief aangekeken en al gauw mochten wij gaan shoppen om zelf een paar kekke havenkranen uit te gaan zoeken. De keuze viel, niet toevallig, op de Duitse kranen van Mannesmann-Demag-Gottwald, robuust en betrouwbaar. Maar niet goedkoop! M.D.G werd in Nederland vertegenwoordigd door de firma Van der Spek uit Vianen. De directeur-eigenaar was Leo Lubbers, de jongere broer van Ruud.                                                                                                                Dus een paar weken met Leo aan het donderjagen geweest, allerlei kraantypes in de fabriek bij Düsseldorf bekeken. Uiteindelijk kwam Leo Lubbers naar Vlissingen om de deal rond te maken voor de aankoop van twee van die monsterkranen, voor ons een miljoenenaankoop. Nadat wij de handtekeningen onder de contracten voor Kraan 3 en 4 hadden gezet, besloten wij op de Vlissingse boulevard een hapje te gaan eten. Onderweg passeerden wij de terminals van de NV Haven van Vlissingen waar vijf oranje Gottwald-kranen stijlrecht werkeloos overeind stonden. ‘Zozo…!’ zei Lubbers, voor de rest niks. Na de lunch bij de koffie had Leo nog een vraagje. Het contract was nu toch getekend en wilde hij dus nog wel eens even weten waarom wij eigenlijk nooit kranen huurden bij onze buurman. ‘Uitgesloten…wij beconcurreren elkaar te pletter!’    Dat klonk misschien heel indrukwekkend, best stoer. Maar in feite hèt toppunt van onzakelijk commercieel denken en handelen. Het economische rendement van een kraan met machinist en een vorkheftruck met chauffeur wordt uiteindelijk altijd bepaald door het aantal uren dat er een factuurtje voor kan worden geschreven. Zeker belangrijk voor miljoeneninvesteringen zoals havenkranen. Er liepen destijds dus bar slechte economen en managers door de Vlissingse haven. Overigens is dat verschijnsel echt niet alleen haven-gebonden. Overal lopen plenty managers rond die last hebben van ongecontroleerde emoties en waandenkbeelden waardoor zij het gebruik van hun eigen materiaal of hun mensen nooit aan een ‘concurrent’ zullen gunnen. De NV Haven wilde ons destijds dwingen om hele hoge investeringen te doen om ons dan aan de bijkomende hoge lasten voor financiering en onderhoud ten onder te laten gaan. Helaas…dat mislukte!                                                                                                        De N.V. Haven van Vlissingen is veertien jaar later zelf roemloos ter ziele gegaan; in 2000 overgenomen door Martin Verbrugge. ‘Ons’ bedrijf bestaat anno 2020 nog steeds, ‘fully alive & kicking’, heeft nu nog veel meer en nog veel grotere/zwaardere haven-mobielkranen die zonder verdere gewetensproblemen worden verhuurd aan Verbrugge en de andere havenbedrijven. Concurrentie zal er toch altijd zijn in de havens, geen probleem. Alleen ‘moordende’ concurrentie is voor dummies.

   Send article as PDF