Een oneervol scheepsgraf…

Voor veel zeevarenden is een schip toch vaak net iets meer dan een drijvende partij ijzer met wat techniek erop en erin. Zeelieden kunnen gehecht raken aan een schip, er verliefd op raken en er heel sentimenteel over gaan doen. Klinkt gestoord… Is het waarschijnlijk ook. Maar het komt in de beste kringen voor.

Zelf begin ik ook nog altijd lichtelijk te hyperventileren zodra ik terugdenk aan het slanke spierwitte reefertje ‘Coolhaven’ waarmee ik reizen op Cuba maakte, vanuit Polen, Rusland en Bulgarije. Lang na niet het grootste schip waarop ik gevaren heb. Wel het mooiste en het meest zeewaardige. In de haven gelegen, mocht ik vaak ’s avonds nog graag even de wal opstappen om mij te verlustigen aan de sexy lijnen van deze beauty. Inderdaad… gestoord!                                                                                                        Net zoals de ene auto een stuk prettiger rijdt en aanvoelt, is dat met het varen op schepen ook het geval. Klein pittig autootje vaak rijdt lekkerder dan zo’n grote bak. Aan diverse schepen had ik om uiteenlopende redenen een hartgrondige hekel. Denk ik verder ook nooit meer aan. Wel geregeld nog aan de ‘Coolhaven’. Uitmuntend en snel zeeschip, geen centje pijn om hiermee in de winter de Noord-Atlantic te crossen. Comfortabel en manoeuvreerbaar als de bekende drol in de pispot. Zag er, ook omdat wij veel in de tropen voeren, werkelijk als een luxe jacht uit. Het enige schip waarop de matrozen op gymschoenen over de glanzende dekken liepen, i.p.v. met werkschoenen. Vanaf de brug bedienbare SEMT-Pielstick 2600 HP hoofdmotor waarmee gemakkelijk vijftien knopen speed werd gehaald. Drie ruimen met in totaal zes dekken waarin sepa-raat kon worden gevroren tot min 20 graden Celsius of gekoeld tot plus 12 graden. Voer natuurlijk met steeds wisselende bemanningen. Maar wel altijd met de vaste zwaar- besnorde hoofdwerktuigkundige Frans Hoogenboom, die al vanaf de nieuwbouw op het schip voer. Met daarbij ook mijn vaste kok Aurélio Martins Rodrigues, Portugese steun en toeverlaat.                                                                                                                    Toen de ‘Coolhaven’ na bijna twee jaar door de rederij Van Uden weer aan de familie Van Overklift, medeoprichters van de latere reefergigant Seatrade, werd verkocht, ervoer ik dat als een persoonlijke belediging. De frustratie was zelfs zo groot dat ik mede daardoor korte tijd later de rederij Van Uden na twaalf jaar verliet om bij een andere maatschappij te gaan varen. Precies…behoorlijk gestoord! Maar ik nam toen wel kok Aurélio mee. Zó gestoord was ik nou ook weer niet!                                            De meeste schepen worden niet oud, meestal ergens tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud. Daarna worden ze verkocht voor de sloop, voor oud ijzer. In Nederland zijn er nog wat kleine scheepssloperijen, maar het merendeel wordt ergens fullspeed een obscuur sloopstrand opgevaren. In Aliaga (Turkije), Gadani (Pakistan), Chittagong (Bangladesh), Alang (India), Xinhui (China) of Mokpo (Zuid-Korea).                                Onder erbarmelijke werkomstandigheden worden die voor ons allemaal onontbeerlijke transportmiddelen om jarenlang al onze goederen en gebruiksartikelen te vervoeren, op een bijzondere mens-, scheeps- en milieuonvriendelijke wijze gesloopt. Daar wordt hier in het westen af en toe heel schijnheilig en pro forma tegen geprotesteerd. Maar net zo min als tegen de levensgevaarlijke kinderarbeid in die landen om onze Nikeschoenen, spijkerbroeken en skijacks te laten fabriceren, wordt er verder niet echt iets tegen ondernomen. Willen we liever niet teveel aan denken. Net zo min als wat er eigenlijk precies op een kerkhof of een crematorium gebeurt. Een heel pikzwart kantje van een mooie bedrijfstak! Tal van schepen waarop ik ooit gevaren heb, zijn inmiddels ergens op zo’n sloopstrand uit elkaar gebrand en in duizenden stukjes afgevoerd naar een hoogoven om er weer ijzer van te maken. Alleen de ‘Coolhaven’ niet! Die ligt troosteloos weg te rotten in Nigeria…

De ‘Coolhaven’ werd op donderdag, 8 februari 1968 door de Groningse werf N.V. Nieuwe Noord-Nederlandse opgeleverd aan de Rotterdamse rederij Furness, onder de naam ‘Spitsbergen’. Daarna werd het schip nog negen keer omgevlagd en omgedoopt. Achtereenvolgens in ‘Frost Scan’, ‘Coolhaven’, ‘Santa Lucia’ en ook nog weer een keer in ‘Spitsbergen’. Vervolgens nog in ‘Silvio S’, ‘Demosthenis’, ‘Hua Lung Reefer’, ‘Jalila’ en ‘Ducado’.                                                                                                                      Zelf heb ik het schip als ‘Santa Lucia’ nog een keer teruggezien in 1978 in de haven van Warri, in Nigeria. Als ‘Demosthenis’ voer het schip in 1994 bij ons langs de Vlissingse boulevard. Op donderdag, 10 februari 2000 werd het schip opgelegd langs een scrapyard in Warri, zie onderstaande foto. Daar werd waarschijnlijk alles wat nog enigszins bruikbaar was eruit gesloopt. Na ruim zesendertig jaren trouwe dienst werd het schip, als een kaal roestig casco op dinsdag, 27 juli 2004 tegen een oever van de rivier gezet, nabij Bennett Island Anchorage, een paar mijl stroomafwaarts van Warri in de Niger Delta. Op die plek ligt zij nu nog steeds, open en bloot, voor iedereen zichtbaar…een triest graf voor zo’n mooi schip! Toch liever gehad dat zij dan maar helemaal was gesloopt.

   Send article as PDF   

2 gedachten over “Een oneervol scheepsgraf…

  1. Inderdaad een prachtig schip.
    Begrijp dat je daar helemaal hoteldebotel van was.
    Zo zie je ze niet meer varen helaas….

    • En die Pielstick van 2600 HP gromde als een Ferrari!
      Zelfs na een oversteek van 14 dagen kreeg ik daar nog kippenvel van.
      Aber das war einmal, Andries.

Reacties zijn gesloten.