Het koppelbazenparadijs

Toen ik in 1981 stopte met varen, belandde ik in de haven van Vlissingen als adjunct-directeur van een havenservicebedrijf. Had weinig benul hoe de operationele bedrijfs-voering van een bedrijf aan de wal werkte. Heb ik in dat bedrijf ook niet echt geleerd. Wèl hoe het vooral niét moest… Want als je het lokale opperhoofd van de FIOD al bij zijn voornaam mocht noemen, was er toch iets niet in de haak.

Havenservicebedrijven voerden als onderaannemer allerlei karweien uit in de haven en op schepen. Altijd op ad hoc-basis, dus met veel los personeel. Zelf had dat bedrijf zo’n vijfendertig vaste mensen in dienst. Vaak werden er honderd of meer los ingehuurd, meestal bij Rotterdamse bedrijven. Dat waren de koppelbazen pur sang. Deden ook geregeld hele ondeugende dingetjes met afdrachten naar belasting en sociale fondsen. Droegen dus meestal geen stuiver af. Werden geregeld in hun kuif gegrepen en dan kwam de FIOD bij ons op het kantoor de boel overhoop halen. Dat gebeurde zo vaak dat ik op een gegeven moment maar ‘Kees’ ben gaan zeggen tegen de regionale FIOD-chef C.Nooyens.

Toen ik begin 1986 de kans kreeg om dan zelf maar een havenbedrijf, in vakjargon ‘een stuwadoorsbedrijf’, op te richten, wist ik dus heel aardig hoe het allemaal niet moest. Althans wat betreft het inhuren van flexibel personeel. Dus eerst maar eens op de koffie bij de Belastingdienst, het GAK, de Havenarbeidsinspectie èn de FIOD om afspraken te maken hoe ik ‘t allemaal het beste kon aanpakken. Toen werd je daar nog te woord gestaan en zelfs van goede adviezen voorzien…!                                                              Ons nieuwe bedrijf ‘Flushing Stevedoring’, werd voor die tijd qua sociale structuur redelijk revolutionair opgezet. Met aanvankelijk slechts vijftien man vast kaderpersoneel in dienst, werden voortdurend honderd tot tweehonderd flexibele krachten via drie personeel leverende partners ingeleend. Deze drie partners waren geregistreerde havenservicebedrijven. Hadden officiële uitzendvergunningen verkregen op basis van verklaringen van goed gedrag bij Justitie, de Belasting en het GAK. Op elke factuur betaalden wij altijd een vast percentage op een zogenaamde G-rekening. Een bank-rekening welke onder toezicht van de bank door die partners uitsluitend mocht worden gebruikt voor betalingen rechtstreeks aan de Belastingdienst en het GAK. Dagelijks moesten de onderaannemers aan ons gespecificeerde personeelslijsten overleggen, waarop werd gecontroleerd. De Wet Ketenaansprakelijkheid werd nageleefd.                Nooit problemen gehad, twaalf jaar lang. Ondanks het feit dat wij toch geregeld de FIOD op bezoek kregen. Die werd altijd heel attent op ons dak gestuurd door de FNV Vervoersbond en onze ‘collega’ De N.V. Haven van Vlissingen… Die waren en bleven knap gepikeerd omdat wij elke dag los personeel bleven inhuren, soms tot driehonderd-vijftig man per dag. Helemaal furieus werden zij toen bleek dat wij onze mensen ook nog op ‘tonnengeld’ zetten, teneinde de arbeidsprestaties spectaculair op te krikken. Sociaal volslagen onacceptabel, volgens de FNV, maar er werd wel netjes belasting en sociale lasten over betaald, dus iedereen happy. Vooral ons personeel!                        Eens per jaar kregen wij als bedrijf inspectie van een ambtenaar van Sociale Zaken, werden er steekproeven gedaan door onze namenlijsten te vergelijken met de loon-administraties van onze partners. Soms stond er weleens een punt of een komma verkeerd, maar al die tijd nooit één cent aan boete betaald. Het feit dat ons personeels-beleid zo perfect functioneerde, was vooral dé grote verdienste van onze drie onder-aannemende partners. Nogmaals een gróót chapeau!

Via het TV-programma Pointer werd ik er laatst op geattendeerd hoe de uitzendwereld vandaag de dag functioneert. Functioneert dus niet….één grote diffuse jungle!              Het fenomeen ‘uitzendvergunning’ werd in 1998 afgeschaft en nooit meer ingevoerd. Een mislukte poging van de socialistische premier Wim Kok om de werkgelegenheid te stimuleren. Het enige dat gestimuleerd werd, was grove uitbuiting, onderbetaling en ontduiking van belasting en sociale lasten. Met de conservatief ingeschatte 800.000 arbeidsmigranten van nu, komen daar ook nog eens schrijnende, haast misdadige armoedige behuizingen tegen woekerhuur bij. Derhalve een absoluut desastreus stukje sociaal beleid..!                                                                                                                Vandaag mag elke bonafide ondernemer met natuurlijk als grote uitschieter de kolos Randstad, maar óók elke uitbuitende asociaal of andere scharrelaar, een uitzend-bureau oprichten. Die laatste twee categorieën schijnen oververtegenwoordigd te zijn in het huidige uitzendwereldje. Allemaal mogelijk gemaakt door het fenomeen van een ‘terugtredende overheid’. Een overheid die hier ineens het absurde waanidee koestert dat iedereen zich toch wel keurig aan de wet zal gaan houden. Maar als een overheid dat al zelf niet doet…’toeslagenaffaire!’…wat verwacht men dan van de puur op winst beluste malafide uitzendscharrelaars? De Inspectie van Sociale Zaken gaat ook niet meer zelfstandig op pad ter controle. Die werkt alleen nog op basis van gemelde misstanden. Van die gemelde misstanden wordt dan slechts tien procent daadwerkelijk onderzocht…kortom, een wáár koppelbazenparadijs!                                                      FIOD-baas Kees Nooyens, hopelijk dat ie nu ook nog van een welverdiend pensioen mag genieten, zal zich misschien nog weleens afvragen wat hij destijds allemaal verkeerd heeft gedaan dat het nu zóver heeft kunnen komen…

   Send article as PDF