Honderdtweeduizend stenen…

Het leek zomaar weer zo’n zondagmiddag van pure ontspanning te kunnen worden. De een na laatste zondag voor ons vertrek naar Spanje. Mooi weer, voetballen en wiel-rennen op TV. Tussendoor met Pepe wandelen langs de dijk. Het liep echter even anders. Het Holocaust Namenmonument in Amsterdam werd ook onthuld en dat werd live uitgezonden. Deze onthulling trof mij dusdanig dat ik de rest verder maar heb laten schieten. Ik heb mij weer laten verbijsteren.

Een prachtig initiatief maar zonder enige echte Nederlandse spontaniteit. Want op twee andere locaties in Amsterdam werd het monument geweigerd door de omwonenden. Vreesden overlast door de drukte… Vanaf 2006 heeft initiatiefnemer Jacques Grishaver als een leeuw moeten knokken om het monument gerealiseerd te krijgen. In talloze procedures voor de rechtbank moeten vechten voor de realisatie van iets wat er al tientallen jaren eerder had moeten staan. Vijfenzeventig jaar na de Holocaust staat het er dan nu. Wel heel erg laat, maar nooit te laat. Voor Grishaver zelf een reden om bij de onthulling zowel erg blij als intens droevig te zijn.                                                            Dit is blog met volgnummer achthonderdzeventig, maar ook al had ik alle voorgaande blogs volgeschreven over de Holocaust dan waren ook die ruim zeshonderdduizend woorden nog volstrekt ontoereikend geweest om al het verschrikkelijke leed te beschrijven dat ‘wij samen’ het Joodse volk hebben aangedaan. Met de nadruk op ‘wij’  Het Duitse nationaalsocialisme ontwierp tot in de perfectie het duivelse plan om het Joodse volk te vernietigen. Maar teveel Nederlanders hebben loyaal meegewerkt aan de efficiënte uitvoering. Teveel Nederlandse ambtenaren, van de burgerlijke stand tot aan de politie, hebben slaafs voldaan aan de strikte eisen die de Duitse bezetter aan hun medewerking stelde. De Nederlandse overheid heeft hun Joodse burgers verraden en geweigerd hen te beschermen. Daar refereren wij nu slechts in de marge nog heel besmuikt aan. Teveel Nederlanders roofden de Joodse huizen leeg zodra de bewoners in vrachtwagens geladen de straat werden uitgereden. Teveel miljoenen aan Joods kunstbezit werden gestolen en naderhand nooit teruggegeven, ook niet door NL-musea van grote naam en faam. De enkele Joodse overlevenden die na de oorlog terugkeer-den uit de diverse vernietigingskampen, werden door NL op een kille wijze ontvangen. De gemeente Amsterdam speelde het zelfs klaar om hen bij terugkeer uit de kampen met zware aanslagen van nog achterstallig te betalen gemeentelijke belastingen te confronteren.

Vooral de Joodse nabestaanden van de honderdtweeduizend slachtoffers zullen het monument bezoeken met veel verdriet en grote ontroering. Zij zullen er doorheen dwalen, de talloze namen scannend en zich verbonden voelen met elke steen.              Veel Nederlanders zullen het met afschuw, ontzetting en schaamte bekijken. Liever er omheen dan er doorheen lopen, want de confrontatie is vaak te groot.                            De abstractie van slechts het getal is eindelijk tast- en zichtbaar geworden. Wij kunnen ons niet meer verbergen achter alleen het imaginaire getal van honderdtweeduizend. Het staat nu opgebouwd midden in Amsterdam, steen voor steen. Midden in het zicht van onze multiculturele samenleving die daar zo allemaal op hun eigen wijze op zullen geen reageren. Direct na de onthulling deed ik mijn echtgenote dan ook de sombere profetie dat binnenkort het Monument ongetwijfeld beklad zal gaan worden met graffiti of een paar verfbommen. Dat is nu eenmaal een van die vele pittoresque kenmerken van onze naoorlogse NL-folklore.                                                                                  Voor de nabestaanden van de Holocaust zal het Monument een plaats van samen-komst en van contemplatie vormen, als een nieuwe Westelijke Klaagmuur. Voor nog teveel andere Nederlanders is het een muur vol van verbijstering, schaamte en schande.

Elke klas acht van elke Nederlandse basisschool hoort voortaan een uitgebreid en educatief bezoek te brengen aan het Holocaust Namenmonument. Zij moeten het weten en het gezien hebben, al die honderdtweeduizend stenen.                                      En niet op de terugweg met de bus langs een McDonald’s, voor een Big Mac…! De treinen afgeladen vol met de afgevoerde gevangen Joodse families stopten destijds onderweg naar de vernietigingskampen Buchenwald, Auschwitz, etc ook niet bij een ‘gemütliche’ stationsrestauratie om nog wat versnaperingen te kopen voor de kleine kinderen…

   Send article as PDF