Spanjaardigheden…

Toen er weer voor de eerste keer in Altea la Vella bij het plaatselijke CEPSA-tankstation moest worden getankt, was het weerzien met de dienstdoende tankbaas en inmiddels een ouwe bekende, roerend …‘Holá jefe…comó estás?’ Alles ging gelukkig prima met hem. Met z’n familie ook en hij mocht alles nog eten van de dokter. Dat laatste was ook duidelijk te zien. Terwijl hij zelf de Ford aftankte want het wordt daar niet op prijs gesteld dat je jezelf aan dat tankpistool vergrijpt, bespraken wij de situatie in de wereld.              Ik zei het toch wel typisch te vinden dat dat die benzineprijzen in Spanje zo laag waren. En vertelde dat in NL de prijs van benzine al over de twee euro de liter was geschoten. De tankbaas keek me even sceptisch aan en zei dat hij dàt toch ook heel logisch vond. In NL was volgens hem het minimumloon zeventienhonderd euro en in Spanje nog niet eens duizend..! De jefe was erg goed op de hoogte van de minimumlonen in de EU. Trouwens, op die manier had ik het ook nog niet eerder bekeken.

Onze vaste adres voor een koffietje of zomaar een klein hapje is Brasserie Diferense aan de boulevard van Altea. Goede keuken en altijd leuk personeel. Pepe’s grootste vriendin, Liz, was er helaas niet. Die was nog thuis, recent bevallen van een dochtertje. Gefeliciteerd! Haar nieuwe collega Claudia is ook een schatje. Altijd vrolijk, meteen attent met een bak water voor Pepe. Daarbij een mooi meisje. Zo langzamerhand ben ik wel op een leeftijd om dat gewoon zonder andere bijbedoelingen te kunnen vast-stellen. De koffie van Diferense is altijd geweldig. Compleet met bakje slagroom en een overheerlijk Lotuskoekje. Claudia komt dan nog even langs met een assortiment suiker-zakjes. De tafeldame kiest dan altijd een zakje ‘bruune suuker’…’azúcar moreno’.          Mijn tafeldame is hierin heel beslist…bruine suiker is de beste…’el moreno es el mejor! Claro..!’ lacht Claudia dan…’moreno como yo!’  ‘Precies, donkerbruin zoals ik!’              Claudia is namelijk een prachtig gekleurd meisje en maakt daarmee heel charmant een van de mooiste en liefste etnisch geprofileerde opmerkingen ‘ever’ !

Spanjaarden zijn gek op gamba’s. Wij trouwens ook. Alleen de Spanjaarden zijn bereid om voor een werkelijk sublieme gamba een godsvermogen te betalen. De beste gamba’s van heel Spanje worden hier in de buurt gevangen, bij Denia. Vanaf een diepte van zeshonderd meter ergens halverwege Ibiza worden de fameuze ‘Gambas Rojos’ opgevist, de rode gamba’s. Op de vismarkt van Denia worden er voor de hele grote rode gamba’s prijzen van tegen de tweehonderd euro voor een kilo (!) betaald…Wij zelf kopen bij de Mercadona Supermercado een doos diepgevroren gamba’s,  eenentwintig euro voor twee kilo. Toch hartstikke lekker!                                                                    Maar zelfs hier in Altea stond ik in de lokale Mercat d’Altea flabbergasted te kijken naar de uitgestalde gamba’s van vierenveertig euro de kilo! Die liggen daar echt niet voor niks, worden daar gewoon elke dag verkocht! In een doodgewone overdekte Spaanse markt!                                                                                                                                  Ik vroeg aan een grijze Spaanse leeftijdgenoot die zich ook aan de aanblik van die rode gamba’s stond te verlekkeren hoe het kwam dat een Spanjaard zoveel geld uitgaf aan alleen een kilootje gamba’s. Zijn antwoord kwam láág over…                                          Hij keek me eens even aan, vroeg waar ik vandaan kwam en verklaarde dat de Spanjaarden gewoon geld over hebben om lekker te eten. Hij vroeg zich op zijn beurt af waarom men in Holanda toch blijkbaar minstens net zoveel geld overheeft voor slechts één onnozel grammetje cocaïne… Tja, een prettige dag verder! Ik wist als Hollander ook meteen weer waar ik stond.

Elke dag loop ik met Pepe vanuit ons appartement de berg op. Mooie, steil omhoog lopende bochtige weg en je komt er haast geen sterveling meer tegen. Hoog boven ons complex genieten we dan samen van het fabuleuze uitzicht over vrijwel de hele Marina Baixa met Altea, l’Alfaz del Pi, Benidorm, Finestrat, La Nucia en Polop. Zelfs helemaal tot Villajoyosa. Ook over de Middellandse Zee en de rafelige bergenkammen van de Sierra de Bernia en de nog hogere Puig Campana. Elke dag weer een feestje!              Laatst, op 12 oktober, kwam na een scherpe bocht ineens een echtpaar ons tegemoet, waarvan de heer het nog net nodig vond om mevrouw een speelse kletsende klap op de billen te geven. Mevrouw giechelde met enige gêne en meneer grinnikte maar’s dom toen ook hij me zag. ‘Holá, buenos dias! Todo bien? No hay problemas?’ riep ik hen toe. Er bleek niks aan de hand.                                                                                          Meneer legde haastig uit dat er toch echt wel reden tot enige uitbundige vrolijkheid was omdat het die dag de nationale Spaanse feestdag was, ‘La Dia de la Hispanidad’. Op de kop af 529 jaar geleden had Columbus Amerika ontdekt. Die klap op mevrouw’s kont was dus wellicht een uiting van pure Spaanse trots en vreugde.                                        Ieder zo z’n eigen feestje!

   Send article as PDF