Naranjas etranjeros…!

In Spanje verblijvend, aan de Costa Blanca van de Regio Valencia waar het werkelijk barst van de sinaasappelplantages, vele duizenden hectares, zou je toch eigenlijk mogen verwachten dat een appelesientje hier voor een habbekrats te krijgen zou zijn. Als wij naar beneden naar het dorp lopen, hangen ze bij bosjes aan de bomen. Nu nog groenig, na de jaarwisseling oranje. Voor onze broodnodige vitamientjes, worden elke dag bij het ontbijt een partijtje sinaasappelen uitgeperst. Hartstikke lekker en gezond. Wel duurder dan die griepprik. In NL nog steeds gratis, terwijl hier die sinaasappelen in de super-markt  toch € 5,95 voor een netje van vijf kilo kosten. Da’s €1,19 per kilo.

Zodra wij de Spaanse grens zijn gepasseerd, worden wij altijd plotsklaps hyper solidair met alles wat Spaans is. Dus gunnen wij die Valenciaanse sinaasappelboeren ook wat en betalen zonder morren die forse prijs. Helaas, een foutje…! Aan de meeste sinaas-appelen in de supermarkt verdient die Spaanse fruitboer ‘niente’…geen ene cent!          Op het rode netje zit nog wel een sticker dat het Valencia Late’s zijn, maar ze komen uit Argentinië of uit Zuid-Afrika. Lokale sinaasappelboeren natuurlijk helemaal pissed-off. Kunnen hun sinaasappelen hier aan de straatstenen niet kwijt of krijgen slechts € 0,15 de kilo, de helft minder dan vorig jaar. Daar kunnen onze Spaanse caballeros het echt niet meer voor doen, dus hangt de oogst hier gedeeltelijk te rotten aan de bomen.      Het zoveelste staaltje van de onpeilbaarheid van de internationale handel.

Toen wij eind de jaren negentig een deal sloten met de Zuid-Afrikaanse fruitgigant Capespan, destijds de grootste fruitexporteur ter wereld, om Vlissingen als draaischijf voor honderdduizenden pallets Zuid-Afrikaanse fruit te laten fungeren, gingen we op de veiling van Kapelle eens met de directeur praten. De directeur, stijf tegen z’n pensioen, had in zijn jonge jaren mijn Opa en Ome Jan nog gekend, ooit fruitboeren te Hansweert en destijds lid van de veiling. Maar de oude krijger was absoluut niet te porren om te participeren in de distributie van al dat Zuid-Afrikaanse fruit. ‘Dienke ons ier hlâd nie an!’ zei hij. Dat vloekte met de belangen van zijn leden, de Bevelandse fruitboeren.              De veiling miste daarmee wel een leuke omzet en de tsunami aan buitenlandse fruit was toch echt niet meer te stoppen. Het Zuid-Afrikaanse fruit kon gemakkelijk concurreren met de Europese telers. Op prijs of op kwaliteit en ook echt niet alleen in het fruitarme Europese seizoen.                                                                                      Elk jaar losten wij in Vlissingen ook een paar schepen van Spliethoff die met volle ladingen uien in bigbags vanuit Nieuw-Zeeland kwamen. Uien brengen vanuit Nieuw-Zeeland, vanaf de andere kant van de wereldbol, dik veertig dagen varen naar nota bene God’s eigen Juunbij land rond Kruunehe en Krabbendieke…! Die handel ging voornamelijk naar Oost-Europa. De tariefbreakdown van een kilo uien op de groenten-markt van Praag of Boedapest heb ik nooit helemaal kunnen doorrekenen. Geen snars verstand van uien, noch van de handel!                                                                          Evenmin zoals ik nu begrijp dat een Afrikaanse Mamma die ergens in het binnenland van Ivoorkust op een lokale markt een zak Zeeuwse uien koopt voor een prijs waarin dan ook alle kosten zitten van het telen van die uien, het oogsten, het schoonmaken, het sorteren, het verpakken, het transport van de container naar de haven, het laden van de container, het totale zeetransport inclusief containerventilatie, het lossen van de container, het betalen van genoeg steekpenningen aan de douane, het jatten van de lading in de loshaven en het transport op een gammele truck het Afrikaanse binnenland in. Dat zijn voor mij tariefmatige hoogstandjes waar ik als simpele ex-havenman echt te dom voor ben.                                                                                                                  Dus nog maar eens op ons terras van Altea la Nova, tijdens het ontbijt, onder het genot van een glaasje vers geperst sinaasappelsap, deze materie met de partner besproken. De partner heeft zelf namelijk jarenlang gewerkt in de expeditie van al dat fruit uit Zuid-Afrika, Florida, Chile en Argentinië. Zij weet dus veel meer van fruit dan ik. Helaas kwamen wij er niet uit. Ergens gaat er bij de tussenhandel iets niet helemaal koosjer, worden er trucs toegepast en worden de consument maar vooral de Spaanse teler onderweg in het traject onbehoorlijk verneukt.                                                                Vanaf dat moment kopen wij nu uit solidariteit met de Spaanse appelesienenboeren alleen nog maar sinaasappelen bij ‘Fruteria Bandera’. Twee robuuste sappige Spaanse señoras die een groente- en fruitshop runnen in het kleine centrum van Altea la Vella.    Die speuren hier nog wel de omgeving af om goede lokale producten voor eerlijke prijzen te krijgen. Zij bezweren ons elke keer plechtig met de hand op hun voluptueuze boezems…’Nó naranjas etranjeros!’ Géén importsinaasappelen!                                  Betalen wij dan wel € 1,60 per kilo voor! Máár…verdòmd als ’t niet waar is, daar zit véél meer sap in, smaakt altijd een stúk lekkerder en zal ongetwijfeld ook nog best wel véél gezonder zijn… Dat denken wij zo maar.

   Send article as PDF