La Villa Joyosa

Vanaf ons terras kunnen we het bij helder zicht ver in het zuiden nog net zien liggen, ten zuiden van Benidorm. Aan de kust, richting Alicante. Waren er in de voorafgaande jaren al wel een aantal keren doorheen gereden over de N-332, onderweg of komende van Alicante. Zag er niet bepaald zo aantrekkelijk uit. Maar Villajoyosa blijkt een stadje met twee gezichten.

Vanuit Altea la Nova is het ruim twintig kilometer met  de auto over de N-332. Tenminste als je ongeschonden Benidorm voorbijkomt. Benidorm een stad met 60.000 inwoners maar in het hoogseizoen een populatie van ruim 600.000 toeristen. Daarom heen ligt een schil van allerlei commerciële urbanisaties, waaronder het uitgestrekte shopping-center La Marina. Maar het beste is gewoon die al die wolkenkrabbers links laten liggen en dan kom je vanzelf in Villajoyosa. In het Valenciaans ‘La Villa Joyosa’ genaamd.      De eerste indruk is er een van grote triestigheid. Verlaten en vervallen bedrijfspanden in de buitenwijken duiden niet op veel economische opwinding. Bruinrode fantasieloze huizenblokken die meer aan Oost Europa doen denken dan aan de Costa Blanca. Een ontstellend aantal gesloten winkelpanden voorzien van rolluiken met al door de zon verbleekte graffititeksten. Zelfs aan het publiek op straat is al te zien dat hier bepaald niet de jetset van Spanje loopt te flaneren.

Maar met een afslag naar links sta je na een paar honderd meter ineens aan het grote zandstrand en aan de Middellandse Zee. Links de haven met een grote vissersvloot, uitrustend van weer een nacht vissen. Voor het strand, een kilometer of wat in zee, net als in Altea en Calpe, een grote viskwekerij en in de verte het Isla de Benidorm.          Het eenrichtingsverkeer op de boulevard brengt je vanzelf naar de verborgen schat van Villajoyosa, het oude dorp. Gelegen aan het brede zandstrand van zo’n drie kilometer lang ligt het oude gedeelte van Villajoyosa heel erg mooi te zijn. Kleine smalle huizen geschilderd in prachtige pasteltinten. Terrasjes op het grote boulevardplein waaronder overigens wel een grote parkeergarage ligt. Parkeren van de koets kan overigens ook gratis op een groot terrein vlak naast het strand, waar altijd plaats is. Althans in de winter.

Het oude dorp van Villajoyosa is een uitbundig kleurenfestival dat al van oudsher schijnt te bestaan. De huizen werden voor de vanuit zee aankomende schepen in felle kleuren geschilderd als een soort navigatiekenmerk. Villajoyosa was behalve een vissershaven ook al sinds de Romeinse tijd een bloeiende kustplaats waar op de rede de handels-schepen hun ladingen oversloegen. De kleurige huizen, het kasteel en de parochiekerk herinneren daar nog steeds aan. Dat men daar later zo’n foeilelijke armoedige stad aan gebouwd heeft, is buitengewoon jammer.

Leuke boulevard om te lopen, op een terrasje te hangen en later door de nauwe straatjes van het oude Mediterrane dorpje te slenteren. De uithangborden, de was-rekken, de aan gevels geknoopte bossen elektriciteitskabels met kluwen telefoonlijnen zijn alleen al een bezienswaardigheid. Hoe Villajoyosa in het hoogseizoen eruit ziet, willen we niet te lang bij stilstaan. Dan zal het percentage pensionado’s ook wel driftig zijn teruggelopen. Maar in januari is het er prima te doen. Met een salade, een bocadilla en een wit wijntje erbij. Wij zijn er in elk geval een paar keer geweest deze winter.        In tegenstelling met Benidorm, de Spaanse mega-versie van massa is kassa. Op zoek naar het grote regionale ziekenhuis zijn we laatst nog een keer door het drukke centrum van Benidorm gereden, over de winkelstraat Avenida del Mediterráneo. Zagen we ook weer meteen de volle trottoirs met drommen toeristen, waarschijnlijk veel Engelsen, met zwaar getatoeëerde witte kuiten en armen zonder mondkapjes die Benidorm als hun meest favoriete feestbestemming zien. Nou, plezier ermee!

Zo hebben alle plaatsen hier in de buurt allemaal hun eigen aantrekkelijkheden. Maar van Dénia, Javea, Moreira, Calpe, Altea, Bendidorm en Villajoyosa is Altea nog steeds wel de enige badplaats zonder zandstrand. Hier zijn alleen een paar kiezelstranden. Daarom is Altea ook een van de rustigste plaatsen. Favoriet bij de overwinteraars en de AOW’ers. Hoeven ook niet meer zo nodig elke dag met de bips in het zand te zitten.  Overigens alle badplaatsen, behalve Benidorm, bieden langs en naast de stranden grote parkeerplaatsen waar altijd gratis kan worden geparkeerd. Ook wordt er aan de Costa Blanca nergens toeristenbelasting gevraagd aan iedereen die er een nachtje wilt blijven slapen. Daar is goed over nagedacht en de Regio Valenciana kiest heel bewust niet voor het heffen van toeristenbelasting of Domburgse parkeertarieven. De Zeeuwse kustgemeenten en vooral de gemeente Veere verklaren die Spanjaarden ongetwijfeld voor gek. Andersom waarschijnlijk ook…

   Send article as PDF