Afhangende Zeeuwse schouders

Onze Zeeuwse landsaard was altijd ons trotse uithangbord. Tegelijkertijd een duidelijke waarschuwing. Stoere mannen en sterke vrouwen. Stug, harde koppen, onverzettelijk, robuust, goudeerlijk, loyaal en warm! Mijn Hansweertse, uit Kapelle en Biezelinge afkomstige grootouders stonden daar, althans wat mij betreft, model voor.

Opa Marinus als keiharde werker in zijn grote ‘bôôhert’. Als die gigantische Belgische knol van ‘m niet wilde zoals Opa wou, konden ze ‘m tot in Schore ‘Aárop’ en ‘Uúto’ horen schreeuwen. Opa’s wil was wet! Een onvervalste Zeeuwse patriarch.                  Mijn lieve Opoe Tannetje was de zachtheid zelve, maar bakte boterbabbelaars zo allemachtig knóerhard dat Max Verstappen ze als remschijven in z’n F1-racebolide had kunnen gebruiken. Met één zo’n babbelaar kon ik ’s zondags gemakkelijk de complete kerkdienst in de Oud-Gereformeerde Kerk van Kruunehe, als ik van Opoe vanwege haar onverbiddelijke christelijke vroomheid tòch weer eens mee moest, fanatiek zûûhend uitzingen.                                                                                                          Standvastige mensen, goed Zeeuws! Wij hebben vandaag het grote voorrecht om op de schouders van al die indrukwekkende Zeeuwen van ons voorgeslacht te mogen staan. Dat voorrecht schept verplichtingen, daar zijn wij historisch aan gehouden!        Zeeland ontleent het bestaansrecht aan het zoute water, aan de beide Scheldes, de Noordzee, aan het mooie vruchtbare ingepolderde land achter de duinen. Ons Zeeuwse erfgoed. Onze dure plicht om daar voor te zorgen en het zo goed mogelijk door te geven aan hen die na ons komen. Bij de uitvoering van die plicht kunnen en moeten voortdurend kritische noten geplaatst worden… Wegkijken of negeren zou niet bij een Zeeuw moeten horen.

De Westerschelde is tot een smerige afvoerpijp omgeturnde riviermonding geworden. Het sanitaire riool van West-Brabant en België. De industriële afvoerpijp van giftige stoffen van de Vlaamse industrie. Zo giftig dat we geen vis of zeegroenten van onze buitendijkse schorren meer mogen eten. Onbeantwoord is nog de vraag in hoeverre de polders achter de dijken ook door al dat gif ook zijn aangetast. Het natuurreservaat Oosterschelde verloedert door te weinig tijverschil en zandhonger. De visstand is daar hard getroffen door massale overbevissing en ambtelijk wanbeheer. De Grevelingen en Veerse Meer zijn tot ecologische rampen verworden met een treurige waterkwaliteit.      Het karakteristieke Zeeuwse landschap dreigt te worden verziekt door windturbines en hoogspanningsleidingen. Het uitzicht vanaf de duinen op een strakke Noordzeehorizon is verbrokkeld door de onafzienbare windparken voor de kust. Kerncentrales? Laat maar komen! Voor nucleair afval of scheeepsladingen vol met verontreinigde TGG-grond, hebben we altijd nog wel ergens een plekje in een polder. Alsof onze voor-vaderen zich daarvoor het schompes hebben gezwoegd om daarvoor die polder in te polderen…                                                                                                                        Het typisch Zeeuwse karakter van het schilderachtige land direct achter de duinen wordt steeds meer vernield door de massale bebouwing met vakantieresorts bestemd voor niet-Zeeuwen. Het beheer over Zeeland is volledig in handen gekomen van Den Haag en Brussel. Het kapitaal waarmee Zeeland wordt verbouwd tot pretpark, werd nooit in Zeeland verdiend. Antwerpen bepaalt zelf wel hoe diep de Westerschelde moet worden en hoeveel Zeeuws polderland daarvoor moet worden opgeofferd. Iedereen beslist over de Zeeuwse Hedwigepolder…behalve Zeeland!                                              Het Zeeuwse bestuur is geinfiltreerd door een rijkgeschakeerd vreemdelingenlegioen van buutendiekers. Zonder echte verplichting of affiniteit met ons Zeeuwse erfgoed.      Commissaris van de Koning(in) Jan van Aertsen kwam uit Amsterdam, Kees Boertien  uit Enschede, Wim van Gelder ook uit Amsterdam, Karla Peijs uit Tilburg en de huidige harlekijn Han Polman nota bene uit Ootmarsum, op een boogscheut van de Duitse grens. Hebben allemaal keihard moeten studeren om het Zeeuwse volkslied een beetje mee te kunnen neurieën. Van de dertien Zeeuwse gemeenten heeft er welgeteld nog ééntje een burgemeester die in Zeeland is geboren, Marga Vermue-Vermue.                  De ont-Zeeuwing van het openbare bestuur heeft een kwalijke imperialistische tendens. Te weinig Zeeuws bestuurlijk talent om Zeeland te besturen? Flauwe kul! Alleen een harde Zeeuwse kop is lastig voor Den Haag.

Het manco aan bestuurlijke Zeeuwse roots heeft intussen wel duidelijk zichtbare sporen nagelaten. Soms kan ons loyale gezagsgetrouwe Zeeuwse imago gaan tegenwerken. Dat lijkt nu ook in Zeeland aan de hand. Onze historisch gegroeide landsaard en karakteristieken houden moeilijk stand, klinken te weinig door. Wij laten nu alles maar gebeuren. Vertrouwen blindelings op de Wet van Archimedes. Om te blijven drijven, mogen er echter geen lekkages of scheuren in het Zeeuwse imago zitten. En om in een zware zeegang niet kopje onder te gaan, is er voldoende opwaartse druk nodig. Waarmee toch eerst een potje duchtig geworsteld zal moeten worden om weer boven te komen. De Zeeuwen waren altijd zelf die opwaartse druk.                                              Zijn wij dat trotse Zeeuwse wapen met die gerustellende spreuk waar heel NL ons van kent, eigenlijk nog wel waard? Wij kunnen dat voor ons fiere Zeeuwse voorgeslacht toch niet maken om daar fatalistisch de schouders voor op te halen en te laten hangen? Hôstermanne…snòk die schôere noe tòh’s ’n bitje nì agtere!                                       Waar moet dan anders straks ons nageslacht op staan?

   Send article as PDF