Zeuntje…jou ken ik toch ergens van?

De Hand van God is een beetje overdreven. Nogal èrg pretentieus! Maar het leek toch wel of het zo moest zijn, alsof het voorbestemd was. Laten we het dus maar als ‘het lot’ beschouwen. Klinkt wat bescheidener. Die ontmoeting daar langs de N254, bij de afslag naar de Sloehaven, was voor mijn eigen zakelijk leven een pure gamechanger.

Nadat ik in 1981 noodgedwongen afscheid nam van het zeemansleven, werkte ik korte tijd als operationsmanager op een Rotterdams scheepvaartkantoor. Bleek niks voor mij, hele dagen achter een bureau, telefoneren, telexen en allemaal gedoe met kapiteins en rederijagenten. Dus switchte ik snel naar een scheepsservicebedrijf in de Vlissingse haven. Daar zat wat meer leven in. Echt cowboybedrijf, waar veel gebeurde dat OLH streng had verboden. Daar werd ik tot overmaat van ramp ook nog adjunct-directeur. Nam me echter heilig voor mijn pensioen daar nooit te halen. Begon dus eens goed om me heen te kijken wat er in Vlissingen allemaal nog mogelijk zou kunnen zijn.              Zag al snel de nodige kansen voor een nieuw havenbedrijf. Er zou een nieuwe insteek-haven worden gegraven, de Bijleveldhaven. De opkomst van de behandeling van koel- en vrieslading had veel potentieel door de bouw van twee grote vrieshuizen.              Probeerde in 1984 destijds de grootste reeferrederij ter wereld, Lauritzen Reefers, te strikken voor een vorm van samenwerking. Mikael Lund, de president-directeur van Lauritzen in het Deense Esbjerg bezocht en bewerkt. Lund vond het interessant, maar was nog niet te porren voor samenwerking, zeker niet financieel. Dat laatste was wel essentieel. Ik had voldoende knowhow van de havenbusiness, maar verder geen ene stuiver om zelf te investeren.                                                                            Ondertussen losten wij geregeld met ons Vlissingse cowboybedrijf o.a. de grotere Scheveningse hektrawlers van Jaczon die vanwege diepgang niet meer in de Scheve-ningse haven pasten. Geregeld stond er dan op de kade, hinderlijk in de weg, een dikke zwarte BMW uit de 7-serie, met Belgisch nummerbord. Opvallend vonden wij dat de bestuurder zich heel gereserveerd gedroeg, maar zich ’s morgens altijd demonstratief zat te scheren met een snoerloos scheerapparaat. Nouveauté voor die dagen! Hij was een van de twee reders van Jaczon. Jaczon was de grootste zeevisrederij van NL.      Ergens eind 1985 stond diezelfde zwarte BMW, vlak voor de afslag naar de Sloehaven, nogal slordig geparkeerd op de vluchtstrook van de N254. De bestuurder lag languit achter het stuur. Ik parkeerde mijn auto ervoor en besloot eens poolshoogte te nemen. Tegelijkertijd stopte er even verderop een politieauto, professioneel nieuwsgierig…’Niks aan ’t handje, jongens! Da’s m’n baas. Die weet de weg hier nog niet..!’ De agenten trapten in het smoesje, stapten weer in hun koets en reden door…gelukkig.                Toen ik de deur van de BMW opende, rook ik het doordringende bouquet van rode wijn en lag Jaap van der Zwan, directeur-eigenaar van Jaczon, gelukzalig languit te gonzen. Waarschijnlijk een stevige lunch gehad… Gepord en uitgelegd dat dit toch niet zo’n jofel plekje was om even een tukje te bouwen. Jaap keek me eens lodderig aan en sprak lijzig…’Zeuntje, jou ken ik toch ergens van?’                                                                      Nadat ik ook dat weer had uitgelegd, zei Jaap van der Zwan dat hij weleens met me wilde praten op het kantoor van het grote nieuwe vrieshuis, waarvan hij trouwens ook mede-eigenaar was. Kwartiertje later, met wat sterke koffie, kwamen we erachter dat wij eigenlijk beiden dezelfde ideeën hadden. Een foodrelated-havenbedrijf opzetten in die nieuwe Bijleveldhaven. Jaap van der Zwan schaamde zich niet toe te geven geen verstand van havenbedrijven te hebben. Maar vond de Bijleveldhaven een A1-lokatie. Stond wel samen met zijn broer Arie voor een paar honderd miljoen in de Quote 500. Daar was dus, wat mij betreft, wel een mouw aan te passen. Na een uurtje maakte ik de afspraak om een businessplan te maken. De rest is geschiedenis.                                  De kiem voor de huidige vijftig hectaren haventerrein, grote vrieshuizen, fruitdistributie-centra, zestigduizend vierkante meter ambientopslagloodsen, fruitjuice-blendstations, containerterminals, twee strekkende kilometer diepwaterkade, reusachtige mobiele havenkranen en honderden arbeidsplaatsen is dus ontsproten na een stomtoevallige ontmoeting op de vluchtstrook van de N254…                                                                    Jaap van de Zwan en ik werden uiteindelijk mede-vennoten. Jaap met teveel aandelen, ik met te weinig. Respectvol bleef ik hem steeds met ‘Meneer Jaap’ aanspreken.        Een grillige maar fascinerende persoonlijkheid.                                                                Jaap van der Zwan kwam, als hij in Vlissingen was en dat was vaak, hij woonde in Kapellen (B), bij ons ’s middags op het kantoor altijd om het ‘happy hour’ te vieren. De flessen Chivas Regal gingen erdoor alsof het Spa Blauw was. Hij bleef me hardnekkig met ‘Zeuntje’ aanspreken. Daar werd ik uiteindelijk zo hebberig van, dat ik hem dringend verzocht om nu toch maar eens een keertje samen naar notaris Sauer in Vlissingen te rijden om notarieel te bekrachtigen dat ik een nakomeling van ‘m was en om ook meteen mijn erfdeel vast te leggen. Helaas is dàt er nooit van gekomen.            Een markant mens!

   Send article as PDF   

2 gedachten over “Zeuntje…jou ken ik toch ergens van?

Reacties zijn gesloten.