De relativiteitstheorie in de mist…

Ergens half april j.l. was het hier ’s morgens potdicht van de mist. Kon de Veerhaven-dijk niet zien. Dan is het dus echt wel mistig. Vroeger kon je dat ook goed horen.            In Vlissingen op de boulevard brulde de mishoorn op de Nollepier en bliezen sommige schepen nog ouderwets de voorgeschreven mistsignalen. Maar tegenwoordig hoor je hier in Kruunehe niks meer tijdens mist. Toch gaat de scheepvaart op de rivier gewoon vrolijk verder. Alleen nog te bekijken via Marine Traffic. Daarop bleek dat o.a. de grote moderne NL-RoRo-carrier ‘Kraftca’ opvarend bij de Sloehaven was, met bestemming Antwerpen, met een snelheid van 20,2 knopen…!

Zelf heb ik nog gewerkt met een Zee-Aanvarings-Reglement (ZAR), waarin bij mist of beperkt zicht het schip een ‘matige’ vaart moest lopen en om de twee minuten een lange stoot op de scheepshoorn moest geven. Die matige vaart was ervoor bedoeld dat het schip bij onraad nog op tijd gestopt kon worden en al dat getoeter moest ervoor zorgen dat een ander schip kon horen dat er iemand in de buurt was. Heel logisch, maar afkomstig uit een tijdperk dat er nog schepen in de mist voeren zònder radar. Algemeen radargebruik heeft niet alleen de mistnavigatie, maar ook de aanvarings-reglementering op z’n kop gezet.                                                                                      De stuurlieden van de schepen waarop ik als kapitein voer, kregen de standing order mij te waarschuwen als het zicht minder werd dan 3 mijl, zo’n 5, 5 kilometer. Dan ging ik op de brug in een hoekje een bak koffie drinken en een shaggie draaien. Zakte het zicht nog verder tot onder de 1 mijl, werd de machinekamer gewaarschuwd, ging ik achter de grote radar de navigatie doen en de stuurman de plaatsbepaling vanachter de andere radar. Uitkijk op de stuurboordbrugvleugel. Er werd niet getoeterd, tenzij strikt nodig als er een koerskruiser rare dingen deed. Er werd ook geen matige vaart gevaren. Om een aantal redenen.                                                                                                                  De wet schreef niet voor wat precies een matige vaart was, trouwens ook niet wat nu eigenlijk die beperkte zichtbaarheid was. Dat werd ter interpretatie aan de navigator overgelaten. Daar zijn destijds studieboeken en vakliteratuur vol over geschreven. Aangevuld met uitspraken van de Raad van de Scheepvaart die moest oordelen indien zich toch een aanvaring had voorgedaan.                                                          Hardliners vonden dat je in de mist àltijd een matige vaart moest varen en geluids-signalen moest geven. Anderen vonden het afhankelijk van allerlei factoren. Hoeveel zicht is er nog? Hoe matig is een matige vaart? Vonden het ook afhankelijk van het soort vaarwater en vooral van het type schip. Met een volle LPG-tanker van 75.000 ton moet er in de mist nu eenmaal anders worden omgesprongen dan met een kleine snelle reefer. Manoeuvreerbaarheid, draaicirkel en vooral stopweg. Daarmee moest een kapitein zelf de relativiteitstheorie gaan toepassen om de in zijn ogen veilige manier van navigeren in de mist te bepalen. Ik behoorde tot de laatste groep. Met nuchterheid en boerenwijsheid je dingetje proberen te doen. De mistnavigatie in de Straat van Dover is natuurlijk ook weer een andere tak van sport dan midden op de Atlantic. Heb zelf altijd op kleinere, goed manoeuvreerbare schepen gevaren, dus ook in de mist werd fullspeed gevaren. Tenzij de radars uitvielen…                                                                Met de ‘Kirsten Smits’ onderweg van het Oost-Afrikaanse Dar-es-Salaam naar London, viel in de Rode Zee de eerste radar uit. In de Middellandse Zee gaf bij Kreta ook radar twee de geest. Radarreparatie in Malaga of Gibraltar lukte niet. Op de Portugese kust vielen we halverwege de nacht in de potdikke mist…Toen werd toch maar wel heel braaf een héle matige vaart gevaren, de automaat van de scheepshoorn op twee minuten ingesteld en een uitkijk op elke brugvleugel. Tijdens het urenlange staren naar dat in de mist stralende toplicht, kreeg ik een diep respect voor de voorgaande genera-ties. Ik vond er ècht geen flikker aan…                                                                            De navigatie tijdens mist op de Westerschelde, vanwege waterdiepten, bochtigheid en grillige stromingen één van de linkste vaarwaters, wordt door pure vaklieden gedaan. Aan boord van de schepen door de kapiteins, de stuurlieden en vooral door de loodsen. Aan de wal met assistentie van de radarposten welke relevante informatie over alle nautische zaken aan de schepen doorgeven. De loods is op de Westerschelde de spil waar alles om draait, zeker in de mist. Zonder vakbekwame loodsen zouden de slepers van Multratug en Damen Shipyards het ongetwijfeld een heel stuk drukker hebben.

Vond persoonlijk die dikke twintig knopen van de opvarende ‘Kraftca’ toch wel aan de pittige kant. Maar de loods heeft ongetwijfeld samen met de kapitein de relativiteits-theorie voor varen tijdens mist goed en verantwoord toegepast. Gebaseerd op het type schip. Overigens heeft die ‘Kraftca’ drie radars, ongetwijfeld van sublieme kwaliteit.      Toen deze blog klaar geschreven was, voer de ‘Kraftca’ inmiddels met de toch nog altijd stevige speed van 14,9 knopen door het Nauw van Bath, nog steeds in de dikke mist.  Vakwerk…Champions League-navigatie !

   Send article as PDF